Rusland is op weg een rechtsstaat te worden

Met de verkiezing van Vladimir Poetin tot president vervalt Rusland opnieuw tot een totalitaire staat, zo wordt alom voorspeld. De grote bevoegdheden van het Russische presidentschap bieden een autoritair heerser inderdaad ruime mogelijkheden. Dit laat onverlet dat wetgever en rechterlijke macht steeds onafhankelijker functioneren, vindt Corinna Wissels.

Het was een opmerkelijke en tegelijkertijd doodnormale e-mail. Juristen die hebben geadviseerd bij het opstellen van het nieuw Russisch Burgerlijk Wetboek kregen deze maand bericht van de auteurs van dat wetboek. In de Doema, de tweede kamer van het Russische parlement, circuleerden voorstellen tot wijziging van de wetsartikelen over faillissement. Konden we hier argumenten tegen leveren? Per kerende elektronische post stroomden ze uit de hele wereld binnen. In het parlementaire debat doen de voorstanders van de markteconomie er hun voordeel mee. Want ja, er ìs een debat.

Het Russische parlement functioneert. Terwijl de tirades van Vladimir Zjirinovski en de onheilsprofetieën van Gennadi Zjoeganov de aandacht trekken, wordt in de parlementaire commissies het ene na het andere wetsvoorstel behandeld. In 1994 traden 79 wetten in werking, in 1995 227, in 1996 162, in 1997 159 en in 1998 190 wetten. De activiteiten van bijvoorbeeld banken en particuliere ondernemingen – nieuwe instellingen voor een voormalig communistisch land – zijn nu wettelijk geregeld. Ook familierecht, burgerlijk recht en belastingrecht zijn in nieuwe wetboeken vastgelegd.

De rechterlijke macht, waarover Hubert Smeets gisteren op deze pagina in een verder waardevol artikel stelde dat die zonder meer kan worden `gekocht', stelt zich intussen steeds onafhankelijker op. Een groot verschil met Nederland, maar minder met de Verenigde Staten, is het bestaan van een Constitutioneel Hof dat de grondwet kan uitleggen. Wetten en decreten van president en regering kunnen door deze voor twaalf jaar benoemde rechters – die hoe dan ook niet herkiesbaar zijn – ongrondwettig worden verklaard. Het Hof behandelt ongeveer 25 zaken per jaar. Dat lijkt niet veel, maar de uitspraken gelden voor alle teksten die hetzelfde behandelen als de regeling die ongrondwettig is verklaard.

Ook de gewone rechter kan de naleving van grondwettelijke bepalingen afdwingen. President en parlement kunnen dus niet altijd zomaar hun gang gaan. President Jeltsin bijvoorbeeld had in 1993 een geschil met de gekozen gouverneur van de provincie Lipetsk, die hij om politieke redenen had ontslagen. De gouverneur eiste vernietiging van Jeltsins besluit plus schadevergoeding. Toen deze zaak uiteindelijk belandde bij het Opperste Gerechtshof (vergelijkbaar met de Nederlandse Hoge Raad), kreeg de gouverneur gelijk.

In dit geval was er een rechtsverhouding tussen de president en de gouverneur. Maar zèlfs als die ontbreekt kan de rechter optreden. In 1995 maakte de milieubeweging Greenpeace bezwaar tegen een presidentieel decreet over de financiering van een fabriek voor kernafvalverwerking in Siberië. Toen bleek dat het Opperste Gerechtshof en de gewone rechter er niet goed uitkwamen, greep de Doema in door het Wetboek van Rechtsvordering te wijzigen. Sindsdien is het Opperste Gerechtshof in dit soort zaken bevoegd. Bij de daaropvolgende behandeling van de Greenpeace-klacht werd een aantal bepalingen van het presidentiële decreet vernietigd: zij bleken in strijd te zijn met de milieuwetgeving.

Kùnnen optreden is natuurlijk nog niet hetzelfde als optreden. Lang niet alle rechters zijn in staat op de voet te volgen wat in Moskou aan wetgeving wordt geproduceerd. Het heeft bijvoorbeeld tot maanden na de inwerkingtreding geduurd voordat een exemplaar van het nieuwe Burgerlijk Wetboek bij iedere magistraat op het bureau stond. Ingewikkelde nieuwe regelgeving over aandelentransacties wordt niet meteen in de armen gesloten door elke rechter in het verre Jakoetië. En, inderdaad, niet elk lid van de rechterlijke macht zal de verleiding kunnen weerstaan om zijn magere salaris aan te vullen met giften van procederende partijen.

Maar het aantal rechtszaken tegen de Russische overheid verdubbelt iedere paar jaar. Dat zegt in elk geval íets over het vertrouwen van de burger in de rechterlijke macht. De meeste klachten betreffen de belastingdienst. Deze zaken worden in maar liefst 80 procent van de gevallen beslist in het voordeel van de burger.

Ook bij politiek gevoeliger onderwerpen, zoals de rechten van de mens, laten de rechters hun oor niet altijd hangen naar het Kremlin. In de zaak-Nikitin, die vorig jaar veel aandacht trok, werd een verdachte van hoogverraad (hij had de noodklok geluid over nucleaire verontreiniging door de marine) vrijgesproken.

Rusland heeft in zeer korte tijd een veelomvattend systeem van gerechtelijke bescherming van rechten en vrijheden ingevoerd. Dit beperkt het landsbestuur in zijn vrijheid van handelen. De wetgever moet zorgvuldig zijn, omdat anders het Constitutionele Hof kan ingrijpen, de uitvoerende macht omdat anders de gewone rechter kan ingrijpen. Uit het feit dat steeds meer mensen en ondernemingen naar de rechter stappen, blijkt dat de Russen in de rechter een reëel instrument zien tegen het bestuur en de staat in het algemeen. Terwijl het publieke debat wordt beheerst door de dreiging van de dictatuur, kan evengoed worden betoogd dat Rusland op weg is een rechtsstaat te worden.

Corinna Wissels was drie jaar advocaat in Moskou. Zij werkt aan een dissertatie over het Nieuw Burgerlijk Wetboek van Rusland.