Medici

Omdat ik in de holte van mijn arm een verdikking van de huid had opgemerkt het woord `knobbeltje' vermijd ik altijd zo lang mogelijk leek het me raadzaam naar mijn huisarts te gaan. Hij begroette me allerhartelijkst. ,,Hoe gaat het met de hoest?'' las hij uit zijn computer voor, maar die was gelukkig alweer een half jaar over.

Ik ontblootte mijn arm en liet de feiten voor zichzelf spreken. Hij rolde het plekje als een soepballetje tussen zijn vingers. ,,Voelt goed'', zei hij, ,,het ligt los. Maar ik zou er toch even naar laten kijken.'' Als hypochonder verbeeldde ik me meteen dat hij het op de quasi-neutrale toon zei van rechercheurs, die bij de hoofdverdachte van een dubbele moord aanbellen met de vraag: ,,Is die verkeerd geparkeerde auto toevallig van u?''

,,Is het echt nodig?'' vroeg ik.

,,Dat is verder geheel aan u'', zei hij.

De specialist tot wie ik me vervolgens wendde, was een zestiger met een vet Oost-Europees accent, die in zijn carrière al genoeg uitstulpingen van het menselijk lichaam had gezien om zich niet meer te laten intimideren door de mijne. ,,Ies nieks'', zei hij, ,,wat vetweefsel, meer niet.''

,,Dus dat hoef ik niet te laten weghalen?'' vroeg ik.

Hij wreef over zijn neus. ,,Alleen als u absolute zekerheid wilt hebben. Die kan ik u niet geven.''

,,Maar u denkt dat het niets is?''

Hij knikte gedecideerd.

,,Maar dan hoef ik het toch niet te laten weghalen?''

,,Dat is uw beslissing'', zei hij geduldig, ,,Wij halen het graag voor u weg.''

Opeens drong tot mij door wat hier aan de hand was. In de jaren dat ik me zoveel mogelijk afzijdig had kunnen houden van het medische circuit, moest er een psychologische omslag onder medici hebben plaatsgevonden. De autoritaire arts was kennelijk teruggetreden. Voorgoed voorbij was de tijd dat hij met dwingend gezag tegen je zei: ,,Ik stel voor dat we het zó gaan doen.''

Zijn opvolger is kennelijk veel bescheidener van aard. Hij hoort je belangstellend aan, heeft veel respect voor je verstandelijke capaciteiten en twijfelt geen moment aan de koelbloedigheid waarmee je beslissingen neemt over je eigen leven of dood. Hij glimlacht bemoedigend tegen je en vraagt: ,,Wat denkt u er zelf van?''

,,Dan wacht ik liever nog even'', zei ik.

,,Zoals u wilt'', zei hij beleefd.

Buiten op de stoep brak opeens het angstzweet me uit. Een holle stem riep uit de verte: ,,Jammer dat u toen niet... wij kunnen nu weinig voor u doen.'' Ik draaide me om en liep snel terug naar de spreekkamer van de dokter. Zijn deur stond nog open. ,,Dokter'', zei ik schor, ,,ik doe het toch maar.''

,,Zoals u wilt'', zei hij.

En inderdaad: het was nieks.