Marssonde faalde door NASA-beleid

De landing van de Polar Lander op Mars op 3 december vorig jaar mislukte doordat de remraketten voortijdig afsloegen. Die fout is te wijten aan onvoldoende toezicht en ontoereikende testprocedures. En dat is weer het gevolg van te veel haast en te weinig geld bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA.

Dat zijn de conclusies van een rapport van de voormalige NASA-bestuurder Thomas Young, dat gisteren in Washington werd gepresenteerd.

De NASA heeft in reactie op het rapport bekendgemaakt dat een lancering van een nieuwe Marslander in 2001 is afgelast en andere plannen op de lange baan worden geschoven. De lancering in 2001 van een sonde die een baan om Mars gaat beschrijven, vindt wel doorgang.

Het huidige beleid van `sneller, goedkoper, beter' gaat op de helling. De afgelopen zeven jaar heeft de NASA op krimpende budgetten niet gereageerd door dure projecten te schrappen of te vertragen, maar juist door veel goedkope kortetermijnprojecten uit te proberen.

Voor de Senaat wees NASA-hoofd Dan Goldin er vorige week op dat van de 146 projecten sinds 1992 er slechts tien zijn mislukt. Met de blamage van de Polar Lander en van de Mars Climate Orbiter, die vorig jaar september neerstortte door een vermenging van Engelse en metrieke rekeneenheden, heeft dat beleid zijn grens bereikt, erkennen NASA-bestuurders.

De 165 miljoen dollar kostende Polar Lander verdween op 3 december tijdens de landing op Mars. Volgens het Young-rapport is de Marssonde te pletter geslagen. Waarschijnlijke oorzaak: het voortijdig uitvallen van de remraketten. Na het binnengaan van de atmosfeer werd eerst een parachute geopend en daarna het landingsgestel uitgezet. Op dat moment, zo blijkt uit het rapport, gaven sensors in het landingsgestel een signaal dat de sonde was geland en werden de remraketten uitgezet. De sonde was toen nog ruim veertig meter boven de oppervlakte van de planeet en landde met een snelheid van ruim tachtig kilometer per uur.

Uit simulaties die in februari door onderaannemer Lockheed Martin werden uitgevoerd, komt dit als het meest waarschijnlijke scenario naar voren. Het had kunnen worden voorkomen door een kleine aanpassing van de software. ,,Één lijn code'', aldus een NASA-medewerker gisteren.

Volgens Young is het niet zo dat de leiding van de NASA voor de landing al van dit probleem op de hoogte was, zoals deze krant eerder op basis van een bericht van persbureau UPI meldde. Voor de landing werd de simulatie die tot bovenstaande conclusie leidde, wel eenmaal uitgevoerd. De fout in het landingsgestel werd niet opgemerkt wegens een apart probleem met de bedrading. Toen dat was hersteld, werd de simulatie niet herhaald. (AP, Reuters)

Rapport via: www.nrc.nl/Doc