Het nooit vergane verleden

Het is heading for disaster wat de twee gezworen vriendinnen doen in Mike Leigh's Careergirls (1997). Na jaren besluiten ze elkaar weer eens te zien. Als roommates in hun jonge jaren twintig werden ze hecht met elkaar. Daarna volgde het onvermijdelijke afscheid van nooit opgeruimde studentenkamers, weg van het shabby huis boven de Chinese patatbakker, weg ook van onverwachte nachten met jongens en van avonden in de disco, van bier drinken en lange gesprekken over psychoanalyse, vaders en moeders, de boeken van de gezusters Brontë.

Natuurlijk, Careergirls gaat over heden en verleden. Over dat wurgende gevoel dat het verleden nooit echt voorbij is. Leigh monteert zijn film op onverbloemde wijze: in het openingsbeeld reist de geheel als een geslaagde vrouw eruitziende Annie (Lynda Steadman) in de trein naar Londen. Daar zal ze Hannah ontmoeten, gespeeld door Katrin Cartlidge. De trein jaagt door golvend landschap en in een flits schieten de eerste herinneringsbeelden door Annie heen. Een jonge vrouw met een gezicht rauw van de eczeem, alsof ze `de tango met een rasp heeft gedanst', verschijnt in beeld; ze loopt krom, ratachtige gestalte en en schuchtere, opgejaagde blik. Dat is de vroegere Annie. In de overvolle gang van de universiteit noteert ze het adres van een roommate, die ze vindt in een treurige buitenwijk. Hannah heet ze. Hun beider lot is bezegeld. Hannah heeft het uitgeteerde gezicht van een dope-verslaafde. Ze heeft een scherpe neus, priemende ogen, haar humor is grof en haar zachtmoedigheid verbergt ze achter getreiter.

Het ingenieuze van Mike Leigh is dat hij zich niet schaamt voor deze opzichtige structuur waarin heden en verleden elkaar consequent afwisselen. Het blijft recht averecht. Het is een film vol verbijsterende parallellen en toevalligheden. Zoekt Annie eerst een kamer, naderhand zoeken ze samen voor haar een glanzend appartement; staan ze in hun vorige leven samen in een rotzooikeuken eenpansgerechten te maken, naderhand dineren ze precieus met stokjes en witte wijn. Zijn het aanvankelijk twee uitgemergelde vrouwen, in hun tweede leven hebben ze glanzend-gave gezichten. Anders dan in Leigh's eerdere film Secrets en Lies (1996) houden de twee vrouwen niets voor elkaar verborgen. Ze zijn vervuld van gevoelvolle openhartigheid jegens elkaar. Ook van het toneelstuk Abigails Party, dat op dit ogenblik door Toneelgroep Caroussel gespeeld wordt, verschilt Careergirls opmerkelijk. Het gesar in Abigails Party gaat door tot de dood erop volgt, in de film neemt de zachtmoedigheid de overhand, zo erg, dat de vrouwen bij het afscheid elkaar huilend in de armen vallen.

De Annie van Lynda Steadman is mooi en melancholiek; zodra de hoop gloort dat haar vriendin even blij is als zijzelf met de hernieuwde ontmoeting lichten haar ogen op. Tegenspeelster Katrin Cartlidge als Hannah bestaat het om aan het slot te zeggen: ,,We zien elkaar pas weer als ik je uitnodig''. Zo verbergt ze emoties achter een masker van cynisme. Voor de rest moeten we luisteren naar Leigh's lucide en pijnlijke dialogen en de desolate muziek van The Cure. De vraag blijft: Wanneer waren ze het gelukkigst – toen of nu? Er is maar één antwoord mogelijk: toen.

Career Girls (Mike Leigh, GB, 1997), Canvas, 20.55-22.25u.