Gedwongen afkicken voor verslaafden

De Tweede Kamer schaart zich achter een wetsvoorstel van minister Korthals (Justitie) waardoor `hypercriminele verslaafden' gedurende twee jaar gedwongen in een afkickkliniek kunnen worden geplaatst. Dat bleek gisteren tijdens het begin van het debat over deze zogeheten maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV).

Het gaat om mannelijke junks die al heel lang drugs gebruiken, veel delicten hebben gepleegd en zeer waarschijnlijk zullen blijven plegen, en die de maatschappij met een enorme overlast opzadelen.

Minister Korthals (Justitie) schat dat het om een aantal van 3.000 personen in de grotere steden gaat, enkele fracties in de Kamer kwamen uit op een kleine 6.000. Woordvoerder Dittrich (D66) rekende gisteren voor dat het om in totaal 700.000 delicten op jaarbasis gaat. Een andere berekening leert dat deze junks gemiddeld 135 delicten per jaar plegen, doorgaans diefstal.

De huidige wetgeving kent alleen `drangvoorzieningen'. De verslaafde daders kunnen kiezen tussen het deelnemen aan een behandelingsprogramma in een kliniek en de cel. In de praktijk blijken deze junks echter een sterke voorkeur voor celstraf te hebben, zodat ze na de detentie meteen weer de criminele activiteiten kunnen oppakken. De verklaring daarvoor ligt in het feit dat het meestal lichte vergrijpen betreft zodat de opgelegde straffen overzichtelijk blijven.

Om die impasse te kunnen doorbreken, moet de officier van justitie een nieuwe eis kunnen stellen, waardoor criminele verslaafden gedwongen kunnen worden geplaatst in een afkickcentrum. De maatregel strafrechtelijke opvang verslaafden kan overigens niet verder gaan dan een gedwongen plaatsing. Van een gedwongen behandeling kan geen sprake zijn. Verslaafden die niet aan de behandeling willen meewerken, komen echter op een speciale afdeling terecht met een `sober regime'.

Als er wel sprake is van een behandeling, is die gefaseerd. In het begin gaat het om het deelnemen aan een programma in een gesloten inrichting, op den duur wordt de setting steeds opener.

Formeel is er geen sprake van een straf. Dat is juridisch van belang, omdat daardoor geen directe relatie hoeft te bestaan tussen de ernst van de feiten waarvoor de verslaafde wordt vervolgd en het gewicht van de strafrechtelijke reactie. Juist op dit punt heeft de Raad van State zware kritiek op het wetsvoorstel geuit, omdat het loslaten van de relatie tussen de zwaarte van het vergrijp en de lengte van de straf haaks staat op de Nederlandse rechtstraditie.