Festival fantastische film ontdekt Spaanse meesters

Griezelen en gruwen, gillen en giechelen, dat zijn grofweg samengevat de sensaties die je kunt verwachten bij het bekijken van een horrorfilm. Maar een brok uit je keel wegslikken? Toch was dat precies wat mij overkwam aan het einde van Tras el cristal (In a Glass Cage) uit 1985 van de jonge Spaanse regisseur Agustín Villaronga. Het is een van de tien films die tijdens het komende 16e Festival van de Fantastische Film in het Kriterion-theater in Amsterdam te zien is in een speciaal themaprogramma over de Spaanse genrefilm. Hoewel de Italiaanse horror- en exploitatieproductie in Nederland in de voetsporen van grootmeester Dario Argento redelijk bekend werd, is de genrefilmproductie uit Spanje hier nog een onontgonnen terrein. Enige bekendheid verwierf Álex de la Iglesia (Perdita Durango), die met zijn debuutfilm Acción Mutante in 1993 en zijn cartooneske horror een impuls gaf aan de huidige bloei van het genre in Spanje. Hoewel Tras el cristal dus al wat ouder is, is hij wel representatief voor de gestileerde en lugubere atmosfeer die de meeste hedendaagse Spaanse horrorfilms kenmerkt. Psychologische horror zou je het kunnen noemen, als het niet zo ijzingwekkend precies was in het verbeelden van zijn gruwelen. Het zijn films die hun spanning tergend langzaam opbouwen, zodat schaduwen even angstaanjagend worden als de gemuteerde monsters uit de hedendaagse horror. Tras el cristal vertelt de weinig opwekkende geschiedenis van de voormalige kampbeul Klaus, die na een ongeluk in een ijzeren long ligt en geterroriseerd wordt door zijn mysterieuze verzorger Angelo. De film is bijna ondragelijk, de mix van nazisme, homofilie en sadisme op z'n minst controversieel, de belichting daarentegen weer van een expressionistische schoonheid. Maar de ontroering aan het einde, ligt in de eenvoudige boodschap dat sadisten monsters voortbrengen en dat als je kinderen hun onschuld afneemt, dat je dan tirannen opvoedt. Dan geeft een hardcore griezelfilm opeens stem aan een werkelijk ontheemde generatie. Of het nou de gevolgen zijn van 40 jaar Franco-dictatuur, zoals de festivalkrant betoogt, of dat die eigenaardige mix van religie, kastijding, bovennatuurlijke verschijnselen en onderbewuste woelingen in de Spaanse cultuur geworteld is, feit is dat de veel van de hedendaagse Spaanse horrorfilms zowel de grenzen beproeven van wat een toeschouwer nog kan (of wil) zien, als zich stilistisch kunnen meten met de meest vooraanstaande kunstzinnige films. Die combinatie schept aangename ontregeling en dwingt de toeschouwer ook zijn eigen grenzen onder ogen te zien. Te ver ging wat mij betreft het necrofiele Aftermath (Nacho Cerdá), dat in zijn gedetailleerde ernst (en ondanks z'n opeens weer erg geestige einde) te weinig lucht in de esthetisch georkestreerd bloedstromen bood. Aftermath maakt deel uit van een programma met korte films waarin het macabere Abuelitos (Francisco Plaza), in al z'n naargeestige schoonheid een klein pareltje is.

Klassiekers zijn er ook. The Awful Dr. Orlof (Jesús Franco, 1962) is een stijlvolle zwartwitfilm waarin een geschifte geleerde jonge vrouwen vermoordt om zijn verminkte dochter een nieuw gezicht te kunnen geven. Terwijl Franco enige internationale bekendheid geniet is Narciso Ibáñez Serrador echt een ontdekking van het festival. Zijn La residencia (The Boarding School, 1969) en ¿Quién puede matar a un niño? (Who Could Kill a Child? 1975) verbinden onderhuidse kritiek op het Franco-regime met traditionele gruwel- en thrillereffecten. Voor wie dan nog niet genoeg heeft van wat Spanje op genregebied heeft voortgebracht, kan aansluitend aan het festival terecht in de Amsterdamse Melkweg. Tempelierszombies, lesbische vampiers en moordzuchtige psychopaten in allerlei gedaanten figureren in de daar vertoonde vergeten Spaanse exploitatie-meesterwerkjes.

Het 16e Festival van de Fantastische Film is de opvolger van The Weekend of Terror (dat twee maal eerder tot een week fantastische films werd uitgebreid), een jaarlijks filmfeest voor liefhebbers van horror-, sciencefiction-, en fantasyfilms. De nu in het festival geïncorporeerde Night of Terror - waarvoor overigens nog kaarten verkrijgbaar zijn - biedt vier films, waarvan House on Haunted Hill (William Malone) en Scream 3 (Wes Craven) al verzekerd zijn van een Nederlandse bioscooppremière. Pitch Black (David Twohy en From Dusk Till Dawn 3: The Hangman's Daughter (Paul J. Pesce) zijn ook nog in de gewone programmering van het festival te zien.

De 21 films uit het premièreprogramma beogen een representatieve selectie uit recente `fantastische' films te zijn. Dit hoofdprogramma omvat grote, in de schaduw van Hollywood geproduceerde titels als Sleepy Hollow van Tim Burton (aan wie het festival ook een retrospectief wijdt), PI (Darren Aronofsky), American Psycho (Mary Harron) en Stigmata (Rupert Wainwright). Oudgediende Dario Argento keert terug met Il fantasma dell'opera (The Phantom of the Opera) en van Troma-voorman Lloyd Kaufman wordt Terror Firmer vertoond. Nieuwsgierig maken voorts drie Deense films, die na Ole Borndals Nattevagten uit 1995 (vorig jaar door hemzelf van een Hollywood-remake voorzien) wellicht een Deense new wave inluiden.

16e Festival van de Fantastische Film. 6 t/m 13 april in Kriterion, Bellevue Cinerama en Paradiso, Amsterdam. Informatie en reserveringen: (020) 6231708. Website: www.fff2000.nl. Cine Fantastico. Spaanse Horror & Fantasyfilms. 13 april t/m 3 mei in Melkweg Cinema, Amsterdam. Informatie en reserveringen: (020) 5318181. Website: www.melkweg.nl