Crisis bij Indisch Platform over compensatiegeld

. L. de Coninck is met onmiddellijke ingang opgestapt als secretaris van het Indisch Platform (IP). Hij voorziet ,,een hoop gelazer'' bij de verdeling van de 250 miljoen gulden, die het kabinet de Indische gemeenschap vorige week ter beschikking heeft gesteld. Het geld dient als compensatie voor het bevriezen van haar banktegoeden, roof van haar bezittingen en haar kille ontvangst in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

In een brief aan de leden van het IP schrijft De Coninck bang te zijn dat de verdeling van de kwart miljard gulden gaat leiden ,,tot grote tweespalt''. ,,Ik ben niet meer gemotiveerd daarin een rol, hoe bescheiden ook, te spelen.'' De Coninck meent dat het rumoer rondom het nieuwe Indisch Herinneringscentrum zijn weerslag vindt in het bestuur van het IP. Hij zegt dat voor opdrachten ,,grote bedragen zijn vergeven aan vrienden, zonder dat een adequate en te verifiëren tegenprestatie is geleverd''.

De Coninck is voorts ,,ongelukkig'' met de rol die het IP volgens hem lijkt te krijgen bij het bezoek van de Japanse keizer aan ons land. Voorzitter R. Boekholt van het IP – adjudant van de koningin in buitengewone dienst – overlegde daarover met het kabinet en bezocht koningin Beatrix, samen met andere Indische Nederlanders die slachtoffers waren van de oorlog met Japan. De Coninck vindt dat het IP ,,dreigt te ontaarden in een verlengstuk van het gezag bij het bezoek van de Japanse keizer''. ,,Zijn wij ingehuurd om de achterban rustig te houden? Handhaven wij onze integriteit door in het kabinet te gaan praten over het rustig houden van de achterban'', vraagt De Coninck. ,,Dan vraag ik me af: Ben je als voorzitter of secretaris van het Indisch Platform nou wel echt actief voor een zich emanciperende bevolkingsgroep?''

Boekholt noemt de beschuldigingen over het vergeven van opdrachten ,,emotioneel''. Hij acht ze ook onjuist. Boekholt zegt dat er geen sprake is van een interne ruzie om de 250 miljoen die aan projecten worden besteed. ,,De eensgezindheid is nog nooit zo groot geweest. We zijn wel heel teleurgesteld over de hoogte van het bedrag en gaan daarover iets ondernemen in de richting van de Tweede Kamer. Verder blijven we hopen op individuele uitkeringen voor onze oorlogsslachtoffers, net als bij de joden.''