Bolu heeft weinig van de aardbeving geleerd

Een half jaar na de aardbeving is een deel van de getroffenen in het Turkse Bolu nu naar prefabs verhuisd. Anderen huizen nog steeds in tenten, ook al bleven hun huizen gespaard. Ze zijn bang om terug te gaan.

Het portret van de vader van de Turkse natie, Kemal Mustafa Atatürk, is een van de weinige dingen die het stadsbestuur van Bolu in de grote tent heeft aangebracht. ,,Ik houd jullie in de gaten'', luidt het onderschrift. Daar kunnen de ambtenaren die na de aardbeving van november de stad vanuit deze tent proberen te besturen, het mee doen.

Maar heeft deze waarschuwing enig effect? Bolu was een van de weinige plekken in West-Turkije waar de bewoners na de aardbeving een protestdemonstratie tegen de overheid organiseerden. ,,De gouverneur had eerst niet door dat de aardbeving zoveel ellende had veroorzaakt'', vertelt de veertigjarige leraar Mehmet. ,,Pas na de demonstratie zei hij: `ik wist niet dat het allemaal zo erg was'.''

Mehmet zou eigenlijk blij moeten zijn, want hij staat aan de vooravond van zijn verhuizing van een tent naar zijn nieuwe geprefabriceerde woning. Maar in zijn ogen huist geen blijdschap, maar berusting, en bij tijd en wijle afkeuring. Hij is in Bolu geboren, en zal de stad nooit verlaten. Maar zijn beeld van de stad, en van Turkije in het algemeen, is er na de aardbeving niet beter op geworden. ,,Van het Rode Kruis kregen we voer waar zelfs honden hun neus voor zouden ophalen. En die tenten, ze kwamen uit de Eerste Wereldoorlog. Ik werk voor de overheid, dus ik moet me inhouden, maar als ik kon zou ik een boekje opendoen.''

Maar zijn al die pagina's uit dat boekje even slecht? Mehmet mag als leraar aanspraak maken op een geprefabriceerde woning in een gloednieuwe nederzetting. Het is waar: het huis is klein, de muren staan krom en Mehmet moet, schat hij, er omgerekend nog zo'n 2.000 gulden tegenaan gooien voordat de nieuwe woning ook bewoonbaar is. Maar Mehmet verkeert wel, zo blijkt na enig doorvragen, in een uitzonderingspositie. Zijn oude huis is immers niet kapot, er zitten alleen een paar krassen in. Het is de angst voor een nieuwe aardbeving die vooral de kinderen ervan weerhoudt om ooit nog een nacht op hun oude plekje te slapen. Volgens de regels in het aardbevingsgebied zou Mehmet, omdat zijn huis er nog redelijk intact staat, eigenlijk helemaal geen aanspraak mogen maken op een prefabwoning. Eigenlijk legt de Turkse regering hem dus behoorlijk in de watten. Maar aan die verwennerij van de staat maakt hij aanmerkelijk minder woorden vuil dan aan het falen van zijn overheid. ,,Ik ben een leraar'', zegt hij. ,,Ik voed kinderen op en dat is een erg belangrijke taak. Het is normaal dat de overheid iets extra's voor ons doet.''

Ondankbaar – de gouverneur van Bolu, Nusret Miroglu, neemt het woord niet in zijn mond, maar beter als geen ander weet hij hoe onvoorspelbaar en onredelijk het gedrag van mensen in een rampgebied kan zijn. ,,In Bolu zijn er 200.000 mensen, maar we hadden maar 2.000 tenten. Hoe kun je dan verwachten dat wij in één dag (na de aardbeving, red.) iedereen een dak boven het hoofd konden geven?'' De mensen verwachtten het toch. ,,Smeer hem'', riepen boze Bolunezen vervolgens tegen de gouverneur, toen duidelijk werd dat deze ook niet kon toveren. ,,Maar ik heb niet naar ze geluisterd'', zegt hij in zijn bureau. ,,In plaats daarvan ben ik nog harder op zoek gegaan naar tenten om ze een dak boven hun hoofd te geven. En kijk: nu willen ze niet meer dat ik opkras, ik mag blijven.''

Na een ramp past voorzichtigheid en bescheidenheid, en dus zal de gouverneur de laatste zijn om een veertje in zijn eigen hoed te steken. Maar onvermeld wil hij niet laten dat er in Bolu sinds november 4.239 geprefabriceerde woningen uit de grond zijn gestampt. En graag wil hij ook kwijt dat er achter het beleid van de gemeente een filosofie zit. Natuurlijk is het zo dat leraren en politieagenten gemakkelijker een plek om te wonen kunnen krijgen, maar dat moet je zien, zegt de gouverneur, als een extra stimulans om in Bolu te blijven. Zonder leraren en politieagenten kan geen enkele stad bestaan, en een verantwoordelijk bestuur houdt daar rekening mee. En trouwens: iedereen wiens huis volledig kapot ging, kreeg een prefabwoning, wat voor beroep die persoon ook had. ,,Natuurlijk kan het altijd beter'', zegt de wali (gouverneur). ,,Wat ik van de aardbeving heb geleerd is dat elke stad een noodteam moet hebben dat onmiddellijk kan uitrukken als er een ramp plaatsheeft. Bij een aardbeving is de telefoon kapot, zijn de wegen onbruikbaar – je moet dan een groep mensen hebben die onmiddellijk weet wat er moet gebeuren.''

Maar hebben de slachtoffers van de aardbeving zelf ook geleerd van de ramp? Zijn ze redelijker geworden dan ze eerst waren? De wali zucht. De zomer komt eraan en dan zal hij als verantwoordelijk bestuurder opnieuw ten strijde moeten trekken tegen angst en irrationeel gedrag. In Bolu wordt het 'szomers erg heet en een permanent verblijf in tenten is onhygiënisch en dus een gevaar voor de volksgezondheid. Veel huizen staan nog en het is alleen blinde angst voor een nieuwe aardbeving die de mensen ervan weerhoudt er weer te gaan wonen: tentbewoner na tentbewoner verklaart desgevraagd ,,absoluut'' niet terug te gaan. Is de gouverneur bereid om opnieuw de strijd aan te gaan? ,,Tegen de zomer moet iedereen uit de tenten'', zegt hij resoluut. ,,Als ze niet vrijwillig gaan, maken we er werk van.''