Nieuwe vrienden voor paus Johannes Paulus II

In het mijnenveld van het Midden-Oosten moest paus Johannes Paulus II zich vorige week tijdens zijn bezoek zeer omzichtig bewegen. Maar hij heeft vrijwel alleen vrienden gemaakt, ook al heeft hij politiek gezien niets nieuws gezegd.

Het bezoek van de paus aan Israel heeft een fotoboek vol historische momenten opgeleverd waarin zowel Palestijnen als Israeliërs tevreden kunnen bladeren. Het tekent de enorme uitstraling van deze pausreis, en van Johannes Paulus' oproep tot verzoening.

Iedere keer als hij in gebed neerknielde op een van de heilige plaatsen in Bethlehem, Nazareth of Jeruzalem, zoomde de camera in. Ook in zijn persoonlijke gebed bleef de paus een publieke figuur. Maar van één persoonlijk sleutelmoment ontbreken de beelden. Zondagmiddag verraste hij zijn gastheren met het verzoek om nog een keer terug te mogen, alleen, naar de Grafkerk in Jeruzalem, waar Christus volgens de overlevering is begraven en na drie dagen is verrezen. Daar heeft hij in stilte gebeden, privé, als een persoonlijk afscheid.

Dat de 79-jarige paus hiervoor zijn middagdutje liet schieten dat hem tijdens dit slopende bezoek op de been heeft gehouden, dat hij daarvoor ondanks zijn problemen met lopen een oude trap is afgedaald, laat zien hoe intens Johannes Paulus deze pelgrimstocht heeft beleefd.

Het was voor hem een religieuze reis, ook in zijn politieke aspecten. Het bezoek aan de belangrijkste plaatsen uit de Bijbel is de vervulling van een lang gekoesterde droom. En het past in zijn oproep tot re-evangelisatie, tot herwaardering van het spirituele. Zijn programma voor het derde millennium heeft hij neergelegd tijdens de masssale openluchtmis vrijdag in Korazim. Hier hield Christus zijn beroemde Bergrede en sprak hij zijn steun uit voor de armen en de eenvoudigen, de barmhartigen en de verdrukten. Hier riep de paus zijn gehoor van overwegend jongeren op om niet te vervallen in cynisme en arrogantie en de boodschap van het evangelie uit te dragen.

De grote droom van Johannes Paulus II is dat religie een drijfveer voor politieke toenadering wordt. In het politieke mijnenveld van het Midden-Oosten moest de paus zich omzichtig bewegen. Het knappe daarbij is geweest dat hij vrijwel alleen maar vrienden heeft gemaakt, ook al heeft hij politiek gezien niets nieuws gezegd.

De voormalige amateur-acteur Karol Wojtyla weet hoe belangrijk symbolen zijn, en hij heeft dat ten volle benut. Op zijn bezoek woensdag aan Bethlehem, dat onder Palestijnse zelfbestuur staat, en het vlakbij gelegen vluchtelingenkamp Deheishe stak hij de Palestijnen een riem onder het hart. Het lijden van de vluchtelingen ,,is te lang doorgegaan'', zei hij. De Palestijnen hebben ,,recht op een eigen homeland'', een vaderland.

De woordvoerder van de paus onderstreept dat `homeland' iets anders is dan natie. Maar voor Suha Arafat, de vrouw van gastheer Yasser, was het belangrijkste dat de paus een schaal met Palestijnse aarde had gekust. ,,Iedereen van ons Palestijnse volk legde dit uit als een oproep tot een Palestijnse staat'', zei zij.

De paus heeft niet gesproken over een recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun vroegere woongebieden, net zo min als hij de volgende dag inging op de joodse roep om excuses voor de opstelling van kerkelijke leiders tijdens de holocaust. Maar ook op zijn bezoek aan Yad Vashem, het sobere, indrukwekkende monument ter herdenking van de holocaust, was het symbool het belangrijkste. Hier stond, voor het eerst, de leider van de rooms-katholieke kerk in de duistere hal waar de namen van concentratiekampen op de vloer staan, waar een eeuwige vlam brandt om de holocaust nooit te vergeten, en sprak zijn ,,diepe droefheid'' uit over het lijden dat christenen joden hebben aangedaan ,,waar en wanneer dan ook''. De krant Ha'aretz kopte de volgende dag: ,,Deze boodschap is groter dan woorden.'' De meeste joodse leiders die nog aarzelden, werden zondag overtuigd van de oprechtheid van de paus, toen hij in de Klaagmuur een gebed neerlegde, een echo van het mea culpa van eerder deze maand, waarin hij God vergiffenis vraagt voor het lijden dat de joden is aangedaan. Bij wijze van uitzondering werd deze brief tussen de andere opgevouwen briefjes in de spleten van de Klaagmuur uitgehaald om tentoongesteld te worden in Yad Vashem, als bezegeling van de verzoening tussen katholieken en joden.

De paus hoopt dat religieuze toenadering leidt tot een beter politiek klimaat. Hij noemde het zondag ,,schandalig'' dat de verschillende christelijke groeperingen in Israel in hun ideologische scherpslijperij vaak meer letten op wat hen verdeelt dan op wat hen bindt. Dezelfde boodschap had hij voor joden en moslims, al was de groot mufti, de belangrijkste religieuze moslim-leider in Jeruzalem, daar duidelijk minder ontvankelijk voor.

Aan het begin van zijn reis zei de paus dat het zoeken naar vrede in het Midden-Oosten moet doorgaan, ,,hoe lang het ook duurt, hoe moeilijk het ook is''. Hij zei dit niet als diplomaat met machiavellistische schema's, maar als een religieus leider die hierin een morele opdracht ziet. Johannes Paulus heeft al een titel voor het fotoboek: Vrede moet.