Management Scope

Managers van grote bedrijven leven in een hele andere wereld dan gewone stervelingen. Ze rijden in hun eentje in grote Volvo stationcars (meestal zonder kinderstoeltje of andere kenmerken van een gezinsleven), vertrekken pas om half tien 's morgens vanuit hun veel grotere huizen naar kantoor (maar werken veel langer door) en moeten steeds weer opnieuw alle verantwoordelijkheid dragen voor belangrijke beslissingen (meestal over het uitgeven van grote sommen geld). It is lonely at the top.

Maar gelukkig is er Management Scope, een blad voor managers, door managers en met de ondertitel ,,A meeting of minds''. Ons kent ons, ouwe jongens krentenbrood, is het devies van het blad. Veilig tegen de warme borst van een lotgenoot in het kille managersbestaan, gaan managers van grote bedrijven openhartig een gesprek aan over hun managersleven met een andere manager die de vragen stelt. Omdat managers geen tijd hebben hun eigen interviews uit te werken, wordt het gesprek opgetekend door een iemand van wie bedrevenheid in het optekenen van gesprekken verondersteld mag worden.

De formule `managers interviewen managers' leidt echter tot onbegrijpelijke lectuur. Vage vragen krijgen vaak even vage antwoorden, die vermoedelijk voor insiders in de betrokken bedrijven begrijpelijk zijn, maar voor velen daarbuiten (managers incluis) niet meer dan vaag gebrabbel blijven. Dit ligt meestal niet aan de betrokkenen zelf, maar aan de redactie van het blad. De geïnterviewde managers – die vaak een ingebakken wantrouwen tegen journalisten blijken te hebben – vertrouwen erop dat de strekking van hun woorden juist wordt weergegeven, niet in de laatste plaats omdat ze door een lotgenoot en mede-manager worden geïnterviewd. Maar dat vertrouwen is misplaatst. De managers die vragen stellen zijn onervaren als interviewer en bovendien brengt hun gelijkwaardige positie in het bedrijfsleven met zich mee dat zij niet naar de bekende weg kunnen en durven vragen. Een journalist kan zich met gemak dom houden en om verduidelijking vragen, een manager wil zijn collega niet voor het hoofd stoten en bovendien zijn eigen prestige niet in de waagschaal leggen.

De redactie van het blad onderkent dit probleem niet. De redacteuren die de gesprekken optekenen zouden veel scherper op de chemie tussen de gesprekspartners moeten letten en moeten ingrijpen wanneer in het interview lacunes vallen. Gesprekken zouden ook veel beter moeten worden voorbereid. Sommige interviews zijn niet meer dan enkele eenregelige vragen met een ellenlang antwoord. Wellicht rijst zo het besef onder managers, dat ook journalistiek wel degelijk een vak is.