Internationaal

LONDEN

Voorzichtig vriendelijk was de stemming vanmorgen in Europa, na het lichte verlies dat Wall Street gisteravond liet zien. Lage handelsvolumes kenmerkten de meeste beurzen, en in Londen was de activiteit minimaal. Olie-aandelen BP Amoco en Shell reageerden gematigd op het vooruitzicht van een lagere olieprijs. Lagere farma-aandelen, met een daling voor Astra Zeneca van 1,8 procent, en licht hogere telecomaandelen hielden de beurs in evenwicht. De FTSE-index was 0,6 procent hoger op 6.726 punten.

FRANKFURT

De gematigde loonovereenkomst die in Noordrijn-Westfalen gesloten is door IG Metall was voor de Duitse beurs reden tot enig optimisme over het rentebeleid van de Europese Centrale Bank. Toch waren het vooral de als minder rentegevoelig bekendstaande technologiefondsen die het meeste stegen. Siemens en Deutsche Telekom konden flink omhoog, met een koerswinst van 3,8 procent voor de telecomreus. De DAX-index was 1,5 procent hoger op 8.015 punten.

PARIJS

Parijs wachtte op meer aanwijzingen dat de Amerikaanse markt niet opnieuw terugvalt. Internetdebutant Himalaya kwam, met een koerswinst van 4,3 procent, moeizaam uit de startblokken. In lijn met de olie-aandelen in Londen hield ook het Franse TotalFina zich goed onder de zwakkere olieprijs als gevolg van een mogelijk OPEC-akkoord over productieverhoging vanavond. De CAC-index was 1,7 procent hoger op 6.564 punten.

TOKIO

De aandelenkoersen in Japan zijn vanmorgen opnieuw gestegen. Het Nikkeigemiddelde sloot met een winstje van 67 punten op 20.375, een stijging van 0,5 procent. Hongkong eindigde met 0,1 procent winst, Zuid-Korea en Australië beide met O,5 procent.

NEW YORK

Op de beursvloer in New York waren gisteren alle ogen gericht op Microsoft. De softwaremaker stond onder druk door geruchten over het afketsen van de schikking met het Amerikaanse ministerie van Justitie. Het aandeel verloor bijna 7 procent en was daarmee de grootste verliezer onder de hoofdfondsen.

Microsoft was veruit het meest verhandelde aandeel van de fondsen in zowel de Dow Jones als de Nasdaq. Het Dow-Jonesgemiddelde sloot na een aanvankelijk hoger begin 0,78 procent lager op 11.026 punten. De Nasdaq, die vooral bestaat uit technologiefondsen, eindigde vrijwel gelijk op 4.958 punten, een verlies van 0,1 procent.

Computerfabrikant IBM profiteerde met een koerswinst van 4,9 procent van een positief advies van analisten.