HIER HEEFT GEWOOND

Het eerste jaar van de nieuwe eeuw was het jaar waarin ze trouwden: Willem Kloos, de grote Tachtiger (Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten), en Jeanne Reyneke van Stuwe, die circa dertig romans op haar naam zou brengen. Ze gingen wonen in de deftige en zo Haagse Regentesselaan om er tot hun dood (resp. 1938 en 1951) te blijven.

Jeanne, vijftien jaar jonger dan haar man, debuteerde in het huwelijksjaar met Hartstocht, maar Willem was in kunstzinnig opzicht zo goed als uitgeblust. `Hij heeft er niets meer van belang geschreven', meldt Querido's Letterkundige Reisgids over zijn periode in de Regentesselaan. Carmiggelt kwam hem later wel eens tegen in de tram en noteerde: `Och, wat kraakte de eik die dat dozijn onvergetelijke sonnetten had gedragen. Met zijn bevende vingers mierde hij telkens geruime tijd, eer hij het dubbeltje uit een hoogst gecompliceerd ringbeursje had opgedolven.' En als Kloos moeizaam was uitgestapt en zich richting huis bewoog, sprak de conducteur terloops: `Dat mot nog een soort artiest wezen of zoiets.'

Reyneke van Stuwe, die op Java was geboren, schijnt literair niet veel te hebben voorgesteld. De Reisgids noemt haar romans zelfs `onleesbaar'. En uit de Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur: `Haar grootste roem heeft ze te danken aan het feit dat ze met Kloos was getrouwd.'

Maar het kan nog erger. In 1947 verscheen haar laatste boek, Het menschelijk beeld van Kloos, dat een vernietigend commentaar opriep: `Na de dood van haar man (1938) wierp zij zich op als zijn hartstochtelijk pleitbezorgster. Haar geëxalteerde pogingen – die zelfs vervalsingen niet schuwden – om de Kloos-mythe in stand te houden, hebben de ontluistering ervan eerder in de hand dan tegengewerkt.'

Reyneke van Stuwe overleed in 1951. Later is er in het huis aan de Regentesselaan, hoe deftig ook, nog een moord gepleegd.