`Beursanalist begrijpt uitzendbureaus niet'

De uitzendbureaus zijn na jaren onstuimige groei in een onzekere fase beland. De beurskoersen van grote bedrijven als Vedior en Randstad zijn in mineur. Voorzitter Kamps van branchevereniging ABU noemt pessimisme echter misplaatst.

De uitzendbranche verkeerde amper drie jaar geleden in een luxe positie, met dubbele groeicijfers en explosief stijgende koersen op de beurs. Uitzendaandelen waren niet aan te slepen. Sindsdien gaat de winstgroei door, het sterkst bij marktleider Randstad. Maar op de beurs gaat het slecht met de uitzendbureaus. Alle uitzendaandelen leggen het sinds 1997 ruimschoots af tegen de AEX-index. Bereikte het aandeel Vedior vorig jaar nog een piek van 23,20 euro, de laatste tijd schommelt het rond de 10 euro. Een kleinere collega als Brunel presteert ronduit belabberd op de beurs.

Alleen marktleider Randstad wist sinds 1997 waarde te creëren. Toch is ook daar geen reden tot jubelen. Want het aandeel Randstad presteert eveneens matig. Werd vorig jaar nog een hoogste niveau van 55,50 euro genoteerd, de afgelopen week sloot het aandeel onder de 37 euro. Recente pogingen van Vedior en Randstad om met extra investeringen in Internetactiviteiten een graantje van de nieuwe economie mee te pikken maakten op het Damrak vooralsnog weinig indruk.

Toch ziet voorzitter Hans Kamps van branchevereniging ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) geen reden tot somberheid. ,,Het product flexibiliteit is de laatste tijd sterk veranderd'', legt hij uit. ,,Vroeger waren de uitzendbureaus er voor `pieken en zieken'. Uitzendkrachten waren `handjes en voetjes' aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die dienden ter vervanging van mensen die tijdelijk wegvielen bij een bedrijf. Nu zie je een veelheid van flexformules die vaak samen met het inlenende bedrijf worden ontwikkeld.''

Bedrijven zijn volgens Kamps zowel naar binnen als naar buiten toe meer gericht op flexibiliteit. ,,Je ziet nieuwe diensten opkomen, zoals het overnemen van personeelsmanagement, allerlei vormen van detachering, enzovoort. Dat is allemaal lastig te registreren, maar het betekent wel omzet voor de branche en zorgt voor groei van het uitzendwezen.''

Als je die nieuwe producten afzet tegen het traditionele uitzendwerk, wat is dan hun omvang?

Kamps: ,,Ik schat die nu op 20 à 30 procent van onze omzet en het gaat mijns inziens naar 50 à 60 procent. Dit wordt ook in de hand gewerkt door de wet Flexibiliteit en Zekerheid die begin vorig jaar van kracht werd en waarbij uitgezonden werknemers op een gegeven moment in vaste dienst komen van een uitzendbureau.''

Terugkomend op die nieuwe wet; hoeveel flexwerkers hebben nu een vaste aanstelling bij uitzendbureaus?

,,Ongeveer een kwart heeft nu een vaste arbeidsovereenkomst met de uitzendbranche en dat groeit beslist verder. Want naarmate je als uitzendkracht langer werkt bouw je meer rechten op. Tegelijk zie je dat daardoor flexibiliteit en kwaliteit meer met elkaar worden verbonden. Het is niet alleen `flex' wat de klok slaat. Wil je ook kwaliteit leveren, dan is vaak verankering nodig in een vaste arbeidsovereenkomst.''

De vakbonden waren eerst bang dat tienduizenden flexwerkers zouden worden ontslagen om te voorkomen dat de uitzendbranche ze in vaste dienst zou moeten nemen. Ten onrechte?

,,Lijkt me wel. Van de vele tienduizenden flexwerkers die in loondienst genomen moesten worden zijn er bij mijn weten ongeveer 1.200 niet aan de bak gekomen. Dat is een signaal dat het tussen de uitzenders en de bonden goed is gekomen. Er is in deze kwestie sprake van wederzijds belang.''

Maar er is toch ook onenigheid met de bonden over de reikwijdte van de uitzend-CAO versus die van de inlenende onderneming? U promoot de eerste, de bonden de tweede. Hoe zit dat?

,,Als een uitzender iemand veel uitleende in een bepaalde branche, gaf dat inderdaad veel discussie over de vraag onder welke CAO zo iemand dan viel. Er was veel overlapping en daardoor wrijving. Maar een paar maanden geleden hebben wij als overkoepelende ABU duidelijke afspraken met FNV Bondgenoten gemaakt over de werkingssferen van de verschillende CAO's. Wij hopen dat akkoord binnenkort tot het niveau van de Stichting van de Arbeid te tillen. Volgens deze afspraak vallen uitzendbureaus, die voor meer dan 50 procent wisselend uitzendwerk verzorgen, onder de uitzend-CAO. Uitzendbureaus die voor meer dan 75 procent in een bepaalde branche werken, zoals de metaal, vallen onder de metaal-CAO. Dan nog blijven er overlappingen. Daar bedenken we meer fijnmazige regelingen voor.''

Hoe verklaart u dat het op de beurs matig gaat met de uitzenders?

,,Ik vrees dat veel beursanalisten de recente ontwikkelingen bij ons niet doorzien. Ze zien het traditionele uitzendproduct, ze constateren dat daar de groei met dubbele cijfers voorbij is en trekken daaruit naar mijn oordeel de verkeerde conclusie.''