Beck banjert van hiphop naar folk

Er zijn veel redenen om van Beck te houden. En er komen er steeds meer bij. Zo was er op zijn laatste cd ineens een `nieuwe' stem: de hoog afgeknepen falset die we van Prince kennen, de lokroep van de eenzame geilaard, zoals te horen in Becks nummer Debra. De uitvoering van dat liedje (over iemand die seks wil met een meisje èn haar zusje) was een van de glorieuze momenten van het concert dat Beck gisteravond gaf in Den Haag. Onrustig over het brede podium heen en weer stappend bezong hij zijn paringsnood, om uiteindelijk eenzaam op de grond te eindigen. Maar Beck kwam weer overeind, terwijl hij als een mimespeler met zijn handen de spiegel uit het lied uitbeeldde. Want bij Beck is een optreden vóór alles theater.

Het is waarschijnlijk aan zijn theatrale kwaliteiten te danken dat Beck Hansen (1970) zo makkelijk verschillende identiteiten aanneemt. Ze waren er gisteravond allemaal: de brutale hiphopper, de introverte folkzanger, de opgewonden punk en de volwassen versierder die `bump and grind' als motto heeft. Beck, die met Midnite Vultures (1999) zijn zevende cd maakte, wil dezer dagen vooral tot dansen aanzetten, zei hij gisteravond tegen het publiek. Hij hoefde er weinig voor te doen. Al in het tweede nummer, The New Pollution, stond iedereen op uit de luie stoelen en drong naar voren.

Het decor zag er uit als een tv-studio voor een ouderwets new wave-programma: een achterwand bespannen met zwart plastic en bungelende buizen en fluorescerende stofzuigerslangen aan het plafond. In dit chaotische beeld speelden de tien muzikanten hecht en ongedwongen. Niet eerder had Beck zoveel bandleden bij zich (onder anderen twee achtergrondzangeressen en drie blazers), en niet eerder klonk zijn gelaagde muziek zo fris en transparant.

Beck zelf doet de `moonwalk' als een alternatieve Michael Jackson, speelt een stukje gitaar, zingt met onbewogen gezicht de ruige partijen, en banjert overal tussendoor. Sind hij in 1994 doorbrak met het nummer Loser heeft Beck zich zoveel muziekstijlen eigen gemaakt dat hij door sommigen inmiddels als tè eclectisch wordt beschouwd. Bovendien is Beck nadrukkelijk niet-serieus, wat hem het verwijt van vrijblijvendheid oplevert. Deze kritiek bleek gisteravond ongegrond. Beck mag dan zijn uitgegroeid tot een entertainer in roze Las Vegas-kostuum (in de toegiften Devil's Haircut en Sexx Laws), zijn ware passie komt bij momenten ook naar buiten. En die geldt de muziek. Want dat is het enige direct persoonlijke dat Beck ons ongecensureerd wil laten zien. Beck maakt muziek alsof hij het allemaal uit zijn mouw schudt, maar hij kan ook zichzelf nog verbazen. Dat bleek bij de korte solo-set. Hij was aangenaam verrast toen hij zichzelf kale versies van Dead Melodies en Nobody's Fault hoorde spelen. En de zaal met hem.

Concert: Beck. Gehoord: 27/3 Prins Willem Alexander-zaal, Den Haag.