Aangifte Stadspartij tegen Peper

De Rotterdamse Stadspartij heeft nu ook aangifte gedaan tegen oud-burgemeester A. Peper wegens het gebruiken van gemeenschapsgeld voor privé-doeleinden. De zittende wethouder Simons en een groot aantal andere (ex-)wethouders zijn eveneens in de aangifte betrokken.

De Stadspartij doet de aangifte om te voorkomen dat de gemeente Rotterdam machteloos staat indien het openbaar ministerie (OM), dat vorige week een oriënterend strafrechtelijk onderzoek tegen Peper aankondigde, de zaak tegen Peper zou seponeren. Voor dat geval, aldus fractievoorzitter M. Kneepkens, moet er voor de gemeente beroep bij het gerechtshof mogelijk zijn. Die mogelijkheid is met deze aangifte formeel geschapen, aldus Kneepkens.

Peper is door een rapport van een Rotterdamse raadscommissie in opspraak geraakt. Volgens dat rapport zou hij in vele gevallen gemeenschapsgeld voor privé-doeleinden hebben aangewend. Het betreft hier onder meer buitenlandse reizen en het gebruik van een privé-creditcard ten laste van de gemeente.

Kneepkens, jarenlang als criminoloog verbonden aan de Erasmus Universiteit, zegt argwanend te zijn geworden omdat het OM vorige week nadrukkelijk zei dat het onderzoek tegen Peper hem ook ,,kan ontlasten''.

Hij wijst erop dat artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering het openbaar bestuur verplicht tot het doen van aangifte bij een misdrijf, en dat artikel 12 een beroepsmogelijkheid schept indien het OM seponeert.