Seks met vervormd gehijg in een woning vol high-tech

Kleine Eyolf speelt zich af in de negentiende eeuw, maar regisseur Ivar van Urk verplaatst de personages van Henrik Ibsen naar een huis vol staal en high-tech. Vanachter een professioneel keukenblok staart de vrouw des huizes naar een tv-kok. Op zijn bevel zet zij machines aan en eruit komt perfect gesneden groente. Geur- en kleurloos en niet erg enthousiast toebereid.

In één oogopslag is duidelijk wat Van Urk wil zeggen: hier wonen vreugdeloze mensen. Meneer komt terug van een reis en deelt geen cadeautjes uit. Hij gooit alleen iets weg. Een boek, het resultaat van jarenlang vruchteloos denken. Over niets minder dan de menselijke verantwoordelijkheid. Die gaat hij nu, deelt hij mee, in praktijk brengen. Te beginnen bij Eyolf, zijn zoon. Eyolf viel als baby van een commode. De onoplettendheid van zijn ouders maakte hem kreupel en tussen twee stokken strompelt Eyolf de keuken binnen. Maar zijn ouders merken het niet.

Lees je Ibsens stuk, dan geef je althans de vader het voordeel van de twijfel: misschien wil Alfred Allmers ècht werk van de opvoeding van zijn zoontje gaan maken. Maar in de voorstelling van Het Oranjehotel geloof je die man geen moment. Zijn stem, zijn gang, zijn haar: alles drukt lamlendigheid uit. En slijtage, door het getrek van zijn vrouw. Rita wil Alfred helemaal voor haar alleen. Altijd en overal. Ter vervulling van haar immer onbevredigde copulatiebehoefte. Dus kleine Eyolf staat in de weg. Maar als de jongen werkelijk weg is, dan is het ook weer niet goed. Want vanaf de bodem van het fjord (in dit culinaire decor verbeeld door een spoelbak) waarin hij zichzelf heeft verdronken, kijken zijn ogen haar aan.

Het voornemen van Rita en Alfred om hun huis open te stellen voor de verwaarloosde kinderen van het dorp klinkt na zoveel vertoon van onverantwoordelijkheid als een absurd idee. En dat het echtpaar bang is voor de leegte hoeft de regisseur allang niet meer uit te leggen. Maar hij doet het wel. Zowel in woorden als in beeld en geluid. Het mysterieuze rattenvrouwtje dat Eyolf de dood in lokt verschijnt in een kinderprogramma waaraan het jong verslaafd is. Zo vullen alle generaties het gat dat de contactarmoede heeft geslagen met elektronica op. Zo vult ook Van Urk de leegte van zijn voorstelling met elektronica op. Het ontbreken van gedreven acteerwerk - zelfs leegte kun je intens spelen - wordt overstemd door technisch vernuft. Heeft Rita haar man tussen haar benen, dan zorgen zendmicrofoontjes voor vervormd gehijg. Precies als in Reigen van regisseur Dirk Tanghe. Alleen wat platter, want waar Tanghe slechts suggereerde maakt Van Urk de seks expliciet.

Waar Tanghe koos voor de groteske, koos Van Urk voor halfslachtig realisme. Waar Tanghes acteurs ontroerden wekt de cast van Van Urk verbazing. Van de verkeerde soort. De filmsterren Renée Fokker (Rita) en Johanna ter Steege (Alfreds vermeende zus Asta, een kleine Eyolf in het groot) hebben nog wel een paar sterke momenten, maar Maarten Wansink vat de krachteloosheid van Alfred zo letterlijk op dat hij nauwelijks is te verstaan. En Kyra Macco als Eyolf zwerft na diens verscheiden in de vorm van een schim door het stalen hart van het huis: alsof we nog niet wisten dat de dode de ouderlijke gemoedsrust blijvend zal storen.

Voorstelling: Kleine Eyolf, van Henrik Ibsen, door Het Oranjehotel. Regie en bewerking: Ivar van Urk; decor: Geert van der Velden. Spel: Maarten Wansink, Renée Fokker, Johanna ter Steege, Christiaan Montanus, Kyra Macco. Gezien: 18/3 Grand Theatre, Groningen. Tournee t/m 3/5. Inl. (050) 5772775.