Persweeën

Kankeren op de journalistiek is in Nederland een geliefd tijdverdrijf. Niet alleen onder autoriteiten en andere personen die iets van de pers te duchten hebben, maar ook onder journalisten zelf.

Een primeur deugt alleen als je eigen krant die brengt. Onthullingen van andere kranten moeten als het even kan verzwegen worden. Vermelding van de concurrerende krant als nieuwsbron dient zo onzichtbaar mogelijk te geschieden.

Peter van Dijk, hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, heeft er de afgelopen dagen vaak op gewezen en terecht. Hij heeft recht van spreken, nadat zijn mensen de affaire-Peper hebben opengebroken, terwijl de rest van de Nederlandse pers aanvankelijk met de handen in de zij bleef toekijken. Tegen de Volkskrant zei Van Dijk: ,,Er is niemand geweest die heeft gezegd: we zullen dat Algemeen Dagblad eens even helpen, we gaan óók op onderzoek uit.'' Typerend is de houding van De Telegraaf, de grootste concurrent van het Algemeen Dagblad, die steeds volkomen passief is gebleven in de affaire-Peper, en nu alsnog partij heeft gekozen voor Bram en Neelie in de hoop dat daar de exclusieve kopij (hoeveel smakelijke interviews nog?) te halen valt waarmee de concurrentie kan worden afgetroefd.

De opportunisten duiken op Peper als gieren op een kadaver. Zie ook de ommezwaai van zijn politieke vriend Marcel van Dam, die in zijn Volkskrant-column de ene week de pers naar aanleiding van de affaire-Peper allerlei heftige verwijten (`genadeloos', `huichelachtig', geen `gevoel voor proportionaliteit') maakt, maar een week later eieren voor zijn geld kiest en Peper laat vallen.

Geen wonder dat de onthuller zich in dergelijke kringen niet populair maakt. Het is maar lastig, al die onthullingen. Kok en Melkert slaken dezer dagen diepe zuchten. Het was Kok heel wat liever geweest als hij de schuld had kunnen blijven geven aan `de onfrisse praktijken' van de media, zoals hij deed voordat de Rotterdamse commissie met haar rapport kwam. Wat kreeg KRO's Reporter niet te verduren toen het een boekje opendeed over een bedenkelijk commissariaat van CDA-leider Brinkman? Grote verontwaardiging onder politici, en ook tal van collega's in de journalistiek stonden klaar om Fons de Poel en de zijnen voorbarig weg te honen. Maar de onthulling bleek wel degelijk te kloppen en Brinkman moest aftreden.

Onderzoeksjournalisten kunnen je bittere verhalen vertellen. Over laffe collega's, angstige bronnen en intimiderende tegenpartijen. Het is de moeilijkste tak van het journalistieke metier. Er moeten veel tijd en moeite worden geïnvesteerd in projecten die gemakkelijk kunnen mislukken. De redacties hebben bovendien te weinig mensen voor dit werk. Een goede Nederlandse krant heeft vijf onderzoeksjournalisten in dienst, op mijn ideale redactie zouden het er vijfentwintig mogen zijn. Werk zat. Ja, ook in dat brave Nederland.