`Mens veroorzaakte overstromingen Zuidelijk Afrika'

Waren de overstromingen in Zuidelijk Afrika na overvloedige regenval een natuurramp? Nee, zeggen milieudeskundigen: de mens is medeverantwoordelijk.

Een oud herenhuis in Forest Town, een groene wijk van Johannesburg is de locatie van het Wetlands Project, een milieuorganisatie die zich bezighoudt met de waterhuishouding in Zuidelijk Afrika. Houten vloeren, visitekaartjes op kringlooppapier en een flinke voorraad bier, geschonken door een van de sponsors, een bierbrouwer. Maar het Project, onderdeel van het Wereldnatuurfonds, is niet een club van geitenwollen sokken. De coördinator, David Lindley, een vlotte moderne milieumanager, kan in verbazingwekkend korte tijd precies aangeven waar de schoen wringt.

De bioloog heeft zich verwonderd over de onwetendheid, ook onder politici en beleidsmakers, ten aanzien van de recente overstromingen in de regio, waarvoor een duidelijke oorzaak aanwijsbaar is. ,,De cumulatieve invloed van menselijke activiteiten, zonder acht te slaan op de natuur, heeft de recente overstromingen veranderd in een door de mens veroorzaakte plaag van epische omvang.''

Drie maanden lang domineerden de elementen het leven in Zuid-Afrika, Mozambique, Zimbabwe en Botswana. Hemelwater kwam met bakken naar beneden en richtte grote materiële schade aan. Meer dan een miljoen mensen werden van huis en haard verdreven, tussen de 500 en 1.000 kwamen om het leven. Sinds mensenheugenis richtte de natuur niet zoveel verwoestingen aan in deze regio. De regenval is heviger en frequenter dan voorheen, zo constateert Lindley, mogelijk als gevolg van het broeikaseffect, maar daar schuilt niet de oorzaak van de overstromingen. De mens betaalt volgens hem nu de tol van verkeerd waterbeheer gedurende tientallen jaren. Met name het verdwijnen van de wetlands heeft een verwoestende uitwerking gehad. Wetlands staat voor het gehele natuurlijke systeem van opvang en verwerking van water: bronnen, beekjes, venen, slijkgronden, uiterwaarden, rivierdelta's. (In Nederland is de Biesbosch een wetland-gebied.) ,,Wetlands fungeren als veiligheidskleppen van de rivieren'', legt Lindley uit, ,,ze nemen het overtollige rivierwater op als een spons, waarmee gevaarlijk hoge waterstanden worden voorkomen.''

De wetlands strekken zich in Zuid-Afrika uit over een halve maan van 2.000 kilometer lengte tot aan de grens met Mozambique. Het Wetlands Project heeft berekend dat de helft van de wetlands in de loop van decennia is drooggelegd voor woningbouw of landbouw. Tegelijkertijd zijn rivieren gekanaliseerd, waardoor het water nog sneller wordt afgevoerd. Het grootste deel van Zuid-Afrika, een gebied twee keer zo groot als Frankrijk, bestaat uit hoogvlakte. Elke regendruppel die er valt, gaat nu linea recta met grote snelheid naar beneden, richting kust, een grote hoeveelheid meenemend van wat Lindley spottend ,,Zuid-Afrika's grootste exportproduct'' noemt: de vruchtbare bovenlaag van de grond. Het laagliggende Mozambique, waar verscheidene grote rivieren in de Indische Oceaan uitmonden, krijgt het wat wateroverlast betreft het zwaarst te verduren.

Het Wetlands Project gaat ervan uit dat de regeringen van de vier betrokken landen het probleem niet begrijpen en met de verkeerde antwoorden komen. De oplossing van waterbouwkundigen in Zuidelijk Afrika ter vervanging van de wetlands is al jaren de aanleg van stuwmeren, waarvan er vele honderden zijn. Lindley: ,,Dit is een klassiek voorbeeld van het behandelen van symptomen, niet de oorzaak. Stuwmeren zijn verschrikkelijk duur, ze gaan maar 30 tot 40 jaar mee en als ze te vol zijn, zoals onlangs, moeten de sluizen worden opengezet en dat leidt evengoed tot overstromingen.'' Het project heeft een begin gemaakt met het herstel van verloren wetlands. Braakliggende voormalige moerassen en stroomgebieden, die waren afgesloten van het water, zijn weer opengesteld.

Het ministerie van Milieu en Toerisme in Pretoria heeft zijn eigen Wetlands Programma, maar woordvoerder John Dini erkent dat het om een hele kleine bestuurseenheid van drie man gaat die nauwelijks iets onderneemt. Hij is het volledig eens met de opvattingen van David Lindley: ,,Het verleden achtervolgt ons. Pas nu zien we waar verwoesting van wetlands toe leidt.'' Maar hij tekent erbij aan dat het probleem niet zo eenvoudig valt op te lossen. ,,We hebben met een problematiek te maken die dwars door vele sectoren heensnijdt. Het ministerie van Water kan wel bepaalde zaken willen veranderen, maar daarbij stuiten we op andere geledingen. Zo bestaat er nog steeds subsidie voor het droogleggen en omploegen van wetland en de boeren willen zich dat niet laten afnemen.''

De Zuid-Afrikaanse regering is ondertekenaar van de Ramsar Conventie over Wetlands uit 1971, waarbij 118 landen zijn aangesloten. De conventie onderstreept het grote belang van de wetlands en het gevaar van vernietiging ervan. Desondanks constateert de conventie op haar website (www.ramsar.org) dat ,,grootschalig verlies van wetlands'' onverminderd doorgaat en dat er een gebrek aan informatie hierover bestaat bij burgers en regeringen.

Het verdwijnen van wetlands en andere diepgaande ingrepen die de mens uitvoert in het ecosysteem kunnen ondanks zware regenval leiden tot gebrek aan water voor menselijke consumptie. Het Wetlands Project voorziet een ernstig drinkwatertekort in Zuid-Afrika over dertig jaar. Ook het Zuid-Afrikaanse ministerie van Water houdt daar rekening mee.