Marokkaanse jongens druk in de prostitutie

Op de Wallen worden jonge meisjes gewaarschuwd voor het gevaar van `loverboys', die hen de prostitutie inlokken. ,,Voor je het weet zit je achter het raam.''

Al zes jaar zit `Marije' (24) in de prostitutie. Toen ze op haar zeventiende door problemen met haar ouders haar woonplaats verliet en in een opvanghuis voor jongeren belandde, leerde ze daar een mooie Marokkaanse jongen kennen. Op een cassetteband doet ze haar verhaal, voor een ontmoeting voelt ze zich te ongemakkelijk. ,,Hij beloofde mij een gouden toekomst, we zouden zo snel mogelijk trouwen.'' Ze kreeg cadeautjes en leefde `als in een paradijs.' Totdat ze van haar vriend het geld van die cadeautjes moest terugverdienen. ,,Voor ik het wist zat ik achter het raam aan de Oudezijds Voorburgwal. Geld verdienen voor hem.''

Inmiddels is de vriend van Marije vertrokken en onvindbaar, maar hij ging niet zonder erfenis weg. Op haar naam kocht hij een huis en maakte hij schulden. De schuld, circa een ton, moet Marije afbetalen. Na zes jaar is de helft afbetaald. Voor de andere 50 duizend gulden zal ze nog moeten werken. Marije wil daarom jonge meisjes met haar verhaal waarschuwen. ,,Meisjes van vijftien kunnen nog nee zeggen, ik ben niet meer te redden.''

Politie en hulpverlening kennen het fenomeen `loverboys' sinds een paar jaar. Jongens die meisjes op scholen, in buurtcentra en cafés aanspreken, hen met mooie beloftes inpalmen en overladen met geschenken. Dit alles met één doel: het meisje de prostitutie in te lokken.

,,Het is een trend van de laatste paar jaar'', zegt hulpverlener Toos Heemskerk. Ze werkt midden op de Wallen in het aanloopcentrum en projectbureau Het Scharlaken Koord van de christelijke Vereniging Tot Heil des Volks, die prostituées begeleidt. Heemskerk merkte dat er de laatste jaren steeds meer Nederlandse meisjes achter de ramen van de Wallen belandden. ,,Het aantal Oost-Europese meisjes nam drie jaar geleden plotseling af, mede door strengere controles van de politie. In hun plaats doken steeds meer Nederlandse en soms Marokkaanse meisjes op.''

Volgens prostituée Marije zitten `bijna alle' Nederlandse en Marokkaanse meisjes achter de ramen daar gedwongen. ,,Hier zit niemand voor zijn lol'', zegt ze. Heemskerk onderschrijft dat. ,,De overgrote meerderheid is er ingeluisd, maar het beeld is nog altijd dat meisjes door geldzucht achter de ramen gaan zitten.''

Het Scharlaken Koord (genoemd naar het koord in het bijbelboek Jozua waarmee de prostituée Rachab ontsnapte uit Jericho) is daarom een preventiecampagne gestart om meisjes van dertien tot zestien jaar te waarschuwen voor de gevaren van jongens die hen proberen in te palmen. Heemskerk: ,,Het is heel laagdrempelig. We laten ze door middel van een spel en stellingen nadenken over seksualiteit en eigenwaarde. Ook laten we de schaduwkanten zien van mooie jongens met auto's.'' De meisjes reageren vaak onthutst, aldus Heemskerk. ,,Ze zoeken naar bevestiging van hun eigenwaarde bij die jongens.''

Exacte cijfers over het aantal Nederlandse meisjes in de prostitutie zijn er niet. De politie heeft nauwelijks zicht op de omvang en activiteiten van bijvoorbeeld seksclubs en escortbedrijven. Het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek (NISSO) schatte in oktober 1998 dat er zeker 1.500 minderjarige Nederlandse meisjes in de prostitutie werken. Van deze meisjes werkt volgens het NISSO 42,2 procent zeker en nog eens 37,1 procent misschien onder dwang.

Ongeveer zes jaar geleden hoorde agente Jooske Dondorp van de Jeugd- en Zedenpolitie aan de Warmoesstraat in Amsterdam voor het eerst van de term `loverboys'. Toch denkt ze dat het fenomeen altijd al heeft bestaan. ,,Het komt alleen steeds meer voor, omdat meisjes meer met seks experimenteren en ze er steeds minder in begeleid worden.''

Dondorp probeerde enkele jaren gelden ook al een preventieproject te starten, maar kreeg daar toen geen subsidie voor, ,,want de prostituées van de Wallen kwamen niet uit Amsterdam, was het argument.'' Een merkwaardig argument, vindt Heemskerk. ,,De meeste meisjes komen natuurlijk uit andere delen van het land, zoals Limburg en Groningen. Amsterdamse meisjes vertrekken juist weer naar de provincies, zo is de kans op herkenning het kleinst.''

In de praktijk is het volgens Dondorp voor de politie lastig om op te treden. ,,Ze staan vrijwel altijd pas vanaf hun achttiende achter het raam. Bovendien beweren ze vaak bij hoog en laag dat ze er vrijwillig zitten.'' Op zulke momenten houdt de rol van de politie op, aldus Dondorp. ,,Ik controleerde een meisje dat op haar achttiende verjaardag werkte. Tevreden vertelde ze dat ze dit altijd al had willen doen. Pas bij een aangifte kan de politie ingrijpen, maar dat komt niet vaak voor.''

Het beeld van de ouderwetse pooier die bepaalt welke meisjes achter de ramen belanden, moet maar eens worden herzien, vindt Dondorp. `Loverboys' zijn meestal mooie en rijke Noord-Afrikaanse jongens, die in het normale sociale leven verkeren. ,,Ze ruiken lekker, dragen mooie sieraden en volgen veelal hoge opleidingen.''

Er is volgens Heemskerk één belangrijke overeenkomst tussen de meisjes die vallen voor de charmes van loverboys: ze zijn in hun jeugd in meerdere of mindere mate seksueel getraumatiseerd geraakt. Heemskerk: ,,Daar spelen de jongens op in. Er zijn verhalen bekend van jongens die hun vriendin verkrachten, waarna een vriend dat meisje, zogenaamd om te troosten, opvangt en achter een raam zet.''

In de lessen die Het Scharlaken Koord op scholen geeft, blijkt volgens Toos Heemskerk dat er bij opgroeiende meisjes vaak weinig bekend is van prostitutie. ,,Ze krijgen een spiegel voorgehouden. Wij leren ze dat het niet normaal is om seks te hebben in ruil voor mooie schoenen. Veel meisjes denken ook dat prostitutie alleen bedreven wordt op de Wallen door vrouwen met pruiken op.''