Explosieve situatie dreigt

Nu de impasse tussen Israel en Syrië voortduurt, ontstaat een gevaarlijke situatie in het Midden-Oosten.

De mislukking van de top tussen de Amerikaanse president Bill Clinton en de Syrische president Hafez al-Assad in Genève gisteren heeft de hoop op snelle vrede tussen Israel en Syrië weggenomen. Tenzij er alsnog een onverwachte ommekeer plaats vindt gaat de zaak de ijskast in tot een opvolger van Clinton zich begin volgend jaar in het Witte Huis heeft geïnstalleerd. Het Israelisch-Arabische geschil, in al zijn gecompliceerde facetten, heeft echter nooit lang een status quo geduld. Ook nu zijn er krachten aan het werk die door een Israelisch-Syrische vrede bedwongen hadden kunnen worden, maar bij het uitblijven daarvan een explosieve situatie in het Midden-Oosten kunnen creëren.

Het initiatief van premier Ehud Barak om Israels troepen begin juli dit jaar uit Libanon terug te trekken wordt nu, hoe paradoxaal dat ook lijkt, een gevaarlijke zet in het machtsspel tussen Jeruzalem en Damascus. Indien de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah de strijd na Israels ontruiming van Libanon, naar Israelisch grondgebied verplaatst, is wat Israel betreft de geest uit de fles. ,,De aarde van Libanon zal branden'', waarschuwde minister van Buitenlandse Zaken David Levy onlangs op bulderende toon alle betrokkenen indien dit zou gebeuren. Hoewel Levy in zijn retoriek te ver ging, is er een consensus in Israel dat de Libanese economische infrastructuur een zware prijs zal moeten betalen voor Hezbollah-activiteit van Libanon tegen Noord-Israel. Een dergelijke escalatie kan, en zal volgens Israelische analisten, tot een nieuwe botsing tussen Israel en Syrië leiden wegens de grote belangen van Damascus bij de Libanese economie.

Heeft president Assad oorlogsgevaar met Israel gisteren in Genève minder ernstig voor zijn regime geacht dan een kleine tegemoetkoming aan Israel bij het terugkrijgen van de Hoogvlakte van Golan, die hij in 1967 verloor? In ruil voor de Golan werd van hem gevraagd te accepteren dat Syrië niet zou terugkeren tot de oostelijke oevers van het meer van Tiberias. De vredesgrens tussen Israel en Syrië zou volgens Israel enkele tientallen of honderden meters ten oosten van het meer van Tiberias moeten lopen, tussen de internationale grens van 1923 en de bestandslinies van 4 juni 1967.

Er zijn andere twistpunten, zoals de normalisering van de betrekkingen en uitdunning van troepen aan weerszijden van de grens die vrede tussen Israel en Syrië in de weg staan. Maar de indruk bestaat dat de top in Genève is mislukt omdat president Assad, in het voetspoor van de Egyptische president Anwar Sadat, van Israel teruggave van alle in 1967 verloren grond, tot de laatste korrel zand, eist. Dit standpunt ontleent Assad aan zijn interpretatie van de internationale legaliteit zoals resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Met het invullen van de vrede heeft president Assad het om ideologische of binnenlands-politieke redenen moeilijk.

Het is niet uitgesloten dat de Syrische leider president Clinton in Genève in het zand heeft laten bijten omdat ook hij constateert dat premier Barak in Israel in politieke moeilijkheden verkeert en dat dus aanvaarding van een vredesakkoord met Syrië in een referendum niet zeker is. Waarom zou hij dan zijn nek uitsteken? Misschien verwacht hij van de nieuwe Russische president Vladimir Poetin meer politieke en militaire steun dan van diens voorganger Boris Jeltsin.

De Palestijnse leider Yasser Arafat kan zich vergenoegd in de handen wrijven dat voorlopig althans de kans op vrede tussen Israel en Syrië is verkeken. Wil premier Barak nog iets van zijn vredesbeloften waar maken dan is het Palestijnse spoor in het labyrint van het Midden-Oosten voor de Israelische premier de aangewezen weg.