Balans in relatie verschuift

In de VS is het een bekend fenomeen. In Nederland moet echter het debat over het groeiend aantal vrouwen dat meer verdient dan de partner nog beginnen.

Zij is bankier, hij journalist. Zij is tandarts, hij leraar en zorgt voor hun vijf kinderen. Zij is advocate, hij bouwt plastic bootjes.

Drie stellen met één overeenkomst: zij verdient een ton of meer per jaar, hij de helft, nog minder, of bijna niets.

Vrouwen die meer verdienen dan hun (mannelijke) partner, of zelfs kostwinner zijn. Het lijkt een zeldzaamheid, maar dat is het niet. Niet meer. Inmiddels zijn er 400.000 vrouwen in Nederland die meer verdienen dan hun mannelijke partner, bijna vier keer zoveel als in 1977, toen het er nog 103.000 waren. De cijfers zijn gebaseerd op gegevens van de belastingdienst, die bijhoudt hoeveel huishoudens jaarlijks verdienen, en registreert wie er de 'meerverdiener' is, de man of de vrouw. Daaruit blijkt dat het aantal vrouwelijke meerverdieners elk jaar met tien procent toeneemt; dat één op de zeven werkende vrouwen nu meerverdiener is.

Dat zijn de cijfers, maar wat zeggen die? In de Verenigde Staten, waar één op de drie werkende vrouwen meerverdiener is, zijn sociologen en economen euforisch over de "revolutie van de rollenpatronen". De stijgende salarisstroken van vrouwen, zeggen zij, hebben meer dan welke feministische golf ook invloed op de onderlinge machtsverhoudingen, op de verdeling van zorg en arbeid, op ego's en verwachtingen.

Naar Nederlandse meerverdiensters is nooit onderzoek gedaan. Emancipatieonderzoekers kenden de cijfers tot nu toe niet. "Zelfs in recent emancipatieonderzoek ben ik ze niet tegengekomen", zegt Henriëtte Maassen-Van den Brink, hoogleraar economie van consument en huishouden aan de universiteit van Amsterdam en Wageningen. Volgens haar gaat het om een uitzonderlijke groep vrouwen, die niet representatief is voor Nederland. Volgens Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie- economie aan de Universiteit van Utrecht is het Nederlandse stel "nog steeds kampioen anderhalfverdiener".

De cijfers laten dit ook zien. Zevenenzestig procent van de vrouwen stopt met werken als het eerste kind wordt geboren, 23 procent werkt door, maar dan meestal parttime. En van die doorwerkers valt 20 procent na een paar maanden toch nog af. Na het tweede kind werkt nog maar 14 procent van de vrouwen. Meer dan de helft van de meerverdienende vrouw is volgens de belastingdienst onder de 35, de meesten zelfs onder de 25. Tussen de 35 en 45 is 12 procent van de vrouwen meerverdiener, tussen de 45 en 55 nog 9 procent.

Maassen-Van den Brink kijkt van de cijfers niet op. "Mannen en vrouwen zijn gelijk totdat er kinderen komen en alles drastisch verandert", zegt zij. Volgens haar is de meerverdienster jong en kinderloos, en is het vooralsnog geen trend, maar een levensstijl die hoort bij de leeftijd.

Volgens andere onderzoekers is er echter toch meer aan de hand. Dat het aantal meerverdienende vrouwen hard groeit is eigenlijk heel logisch, zegt Joop Schippers. Vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. Op universiteiten zijn er al meer studentes dan studenten. Ze studeren sneller, gaan eerder aan het werk. Voor het eerst in de geschiedenis heeft meer dan de helft van de vrouwen, 51 procent, een betaalde baan. Schippers concludeert daaruit: "Vrouwen zijn hun achterstand aan het inhalen. Dus ook op inkomensniveau." Optimistisch stelt hij: "Het werkende vrouwenleger is nu zo massaal, dat groeit door, ook als die vrouwen straks veertig zijn en kinderen hebben. De jonge stellen van nu zijn de voorbode van volledige emancipatie."

Anneke Van Doorne-Huiskes, hoogleraar emancipatieonderzoek aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, deelt de mening van Schippers: "Een groot deel van deze jonge vrouwen zal doorgaan, ze zijn de trendsetters", zegt zij.

Wat zijn de gevolgen van de trend van de vrouwelijke meerverdieners? Zullen zij, zoals Van Doorne-Huiskes in navolging van Amerikaanse sociologen stelt, een belangijke sociale verandering teweeg brengen? Schippers: "Marx zei het al, wie het meeste geld heeft, heeft het meest te zeggen. En salaris kan een visualisering zijn van de onderlinge machtsverhoudingen." Het argument van de meerverdienster lijkt immers simpel: als de 'meerverdienende' vrouw minder gaat werken, kost dat het huishouden meer geld.

Toch is de praktijk minder simpel. Vrouwen storten zich zelden geheel op het werk maar houden ook het huishouden in de gaten. Van Doorne- Huiskes: "Vrouwen hechten aan de regierol over het huishouden. Mannen ontlenen, nog steeds, hun zelfvertrouwen aan hun maatschappelijke functie en sociale waardering." Gerommel met de rollen thuis – wie doet wat in het huishouden? – kan het gevolg zijn.

Dat dit gerommel niet zonder risico's is, blijkt uit onderzoek aan de Universiteit van Utrecht van socioloog Matthijs Kalmijn. Hij onderzocht de oorzaken van scheidingen in Nederland – een op de drie huwelijken strandt. Eén verklaring voor de toename van het aantal scheidingen is een economische. Het risico op echtscheiding wordt groter als de vrouw hoger is opgeleid, en meer uren buitenshuis werkt.

Kalmijn bekijkt het huwelijk als een econoom en vergelijkt de partners in het huwelijk met twee bedrijven, zeg twee fietsenfabrieken. Willen die bedrijven winst maken, dan moeten ze zich specialiseren: de een maakt frames, de ander banden. Met huwelijkspartners gaat het volgens hem net zo. Een huwelijk is 'nuttig' als man en vrouw zich specialiseren. De man produceert, de vrouw reproduceert. Als man en vrouw de taken gelijk gaan verdelen, heeft het huwelijk – heel economisch gezien – geen nut meer. En dat kan tot een scheiding leiden, al is er ook goed nieuws. Als de taken vollédig omdraaien – zij werkt, hij doet het huishouden – heeft het huwelijk weer nut.

Maar hoevéél meer moet de vrouw dan verdienen om de rollen om te draaien, waar ligt het omslagpunt? Van Doorne-Huiskes: "Een vrouw moet stevig meer verdienen om de vanzelfsprekendheden om te buigen." En dat is lastig: wereldwijd verdienen vrouwen nog steeds vijfentwintig procent minder dan mannen. Voor een deel komt dat doordat ze andere, lager betaalde beroepen hebben. Maar ook als ze hetzelfde werk doen als een man, is het salaris lager. Waren de bankier, de tandarts en de advocaat man geweest, dan hadden ze meer verdient. Schipper: "Die ongelijkheid is bijna een historische wetmatigheid. In het Bijbelboek Leviticus staat al dat de man 100 sjekkel verdient, en de vrouw 60."