Zoektocht naar een pasklaar antwoord

De nertsenhouders mogen niet meer uitbreiden. Minister Brinkhorst kampt met Webers ethiekleer. Verbieden? Graag, maar hoe?

De stapel rapporten over het al dan niet verbieden van de nertsenhouderij is de afgelopen maanden vele centimeters dikker geworden. Minister Brinkhorst (Landbouw) legt ze met een klap op tafel. Hij is net terug uit de ministerraad, waar hij een groeistop voor de nertsenhouderij heeft geregeld. Een groeistop, dus vooralsnog geen verbod, dankzij verzet van de VVD-ministers.

Het is een tegenvaller voor de Bont voor Dieren – ze ijvert voor een verbod – en een meevaller voor de nertsenfokkers. Sinds juli 1999 zitten beide in spanning. Toen nam de Kamer de motie-Swildens aan: het kabinet moest onderzoeken of het fokken kon worden verboden.

Brinkhorst zit met de moeilijke taak de motie handen en voeten te geven. De wens tot een verbod lijkt simpel. Maar hoe geeft men dat juridisch vorm zonder, bijvoorbeeld, ook het houden van konijnen of kanaries te verbieden? Of in conflict te raken met Europese regels voor marktverordening of de rechten van de mens? De stapel rapporten bevat veel tegenstrijdigheden, weet ook Brinkhorst. Zo meent het Rathenau-instituut dat een verbod op ethische, maatschappelijke gronden ongewenste precedenten kan scheppen voor andere vormen van dierhouderij. Oud-Kamerlid Van Noord (CDA) stelt dat een verbod met de huidige wetgeving niet is te rechtvaardigen. En de commissie-Wiebkema concludeerde in 1997 al dat het met het welzijn van de nertsen nog niet zo slecht is gesteld.

Brinkhorst zegt het niet met zoveel woorden, maar het is duidelijk dat ook hij geen pasklaar antwoord heeft op de vraag hoe tot een verbod te komen. ,,U weet dat ik Europees, internationaal denk. De Britten hebben eind vorig jaar een voorstel bij de Europese Commissie neergelegd waarin zij het fokken van pelsdieren om morele redenen willen verbieden. De Commissie moet dat voorstel nog behandelen. Op 12 juni is er een oordeel. Ik wacht tot dan voor ik tot een eventueel verbod op de nertsenhouderij over kan gaan.''

Opmerkelijk, want was het niet juist de geslepen Brinkhorst die de Kamer vorig jaar uitdaagde een motie in te dienen? Was het niet `de mens Brinkhorst' die sprak, toen hij openlijk erkende op basis van Max Webers Gesinnungsethik (emotionele afweging) tegen de nertsenhouderij te zijn maar op basis van de Verantwortungsethik (rationele verantwoordelijkheid) daar als `de minister Brinkhorst' niet mee uit de voeten kon? Met de motie heeft hij nu toch dat rationele middel om aan zijn gemoedsrust tegemoet te komen?

De minister blijft diplomatiek: ,,Ik weet wat wel en wat niet kan, maar het kabinet heeft me gevraagd het nog eens in Europees verband te bezien. Ik steun de Britten die zeggen dat het verbod op het houden van pelsdieren op morele gronden niet in strijd is met de Europese regels. Volgens critici zou een verbod de handel beperken, maar dat is niet zo. Een fokverbod voor nertsen is namelijk niet discriminatoir, het beïnvloedt de economie van de interne markt niet en is proportioneel. En zelfs als de Europese Commissie zou vinden dat dat wel zo is, dan zijn er nog uitvluchten mogelijk. Je zou het kunnen ophangen aan de openbare zedelijkheid. Op basis daarvan kun je bijvoorbeeld openlijke pornografie verbieden. Nu zijn nertsen natuurlijk geen pornografie, maar als de maatschappij vindt dat het houden van nertsen in strijd is met de openbare zedelijkheid, kan het.''

Als hij de grenzen zo goed kent, waarom wacht Brinkhorst dan tot de Europese Commissie een uitspraak doet over het wetsvoorstel van de Britten? Brinkhorst: ,,Ik wil zeker zijn dat ik geen juridische procedures krijg. We moeten de discussie blijven voeren of de reden waarom we een dier doden een rechtvaardiging kan zijn voor een verbod. Het speelt niet alleen in de nertsenhouderij. Ook het gebruik van dieren voor bijvoorbeeld xenotransplantatie (transplantatie van dierlijke organen op mensen) heeft met die ethische, maatschappelijke afweging te maken.''

Brinkhorst: ,,De maatschappelijke trends veranderen, en als politicus moet je het aandurven daar gehoor aan te geven. Je moet daar ook op afgerekend kunnen worden. Dat zie je bij de intensieve veehouderij ook gebeuren. Mensen houden niet van legbatterijen en fabriekshallen voor varkens. Voor nertsen geldt dat de meerderheid van Nederland het niet nodig vindt die dieren te houden puur om hun bont. Dat is het uitgangspunt van mijn beleid. Alleen moet ik op zoek naar een manier dat wettelijk te regelen.'' De nertsenhouders zitten niet stil. Mocht er een wettelijke regeling komen die het houden van nertsen puur om het bont verbiedt, dan zijn er andere productiedoelen te verzinnen. Een Belgische topkok onderzoekt of de nerts, in tegenstelling tot hetgeen altijd beweerd is, eetbaar is.

Brinkhorst reageert stomverbaasd als hij over de culinaire activiteiten van de nertsenhouders hoort. ,,Dat is een aberratie, verschrikkelijk'', zegt hij. ,,Maar juridisch klopt het, zo zou men het productiedoel kunnen verbreden.'' Hij herneemt zich. ,,Maar dat is natuurlijk niet waar het hier om gaat, dit is allemaal casuïstiek. De kern is dat we een maatschappelijke discussie om moeten zetten in politiek beleid. Niet rücksichtslos een verbod invoeren, het gaat om 200 nertsenhouders, die hebben ook een belang. Maar zij moeten ook inzien dat hun manier van produceren maatschappelijk niet meer wordt aanvaard. Dat is in meer sectoren gebeurd.''