WORLD OCEAN DATABASE WIJST UIT DAT OCEANEN SINDS 1975 OPWARMEN

Een stroom artikelen over klimaatverandering in Science en Nature maakt duidelijk dat de derde klimaatrapportage van het IPCC (het VN-orgaan dat sinds 1988 om de vijf jaar qua broeikaseffect de balans op maakt) niet ver meer is. Volgens de website van het IPCC (www.ipcc.ch) gaat het ontwerp van het derde klimaatrapport in april voor commentaar naar de betrokken overheidsinstellingen. Statutair hebben overheden recht op een soort inspraak bij het vaststellen van de definitieve formuleringen.

Deze week komt Science (24 maart) met een korte analyse zonder al te veel duiding van de enorme hoeveelheid temperatuurmetingen die is bijeengebracht in de World Ocean Database (waarin overigens naast temperaturen ook veel andere gegevens zijn verzameld). De afgelopen tien jaar is onder auspiciën van de Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) een indrukwekkende inspanning geleverd om àlle temperatuurmetingen die sinds 1945 aan zeeën en oceanen zijn verricht bijeen te brengen. Ze zijn getoetst op betrouwbaarheid, gecorrigeerd voor bekende afwijkingen, geïnterpoleerd of geëxtrapoleerd naar standaardtijden en standaarddiepte en in een mondiaal dekkend overzicht samengebracht.

Het basiswerk was al een jaar of twee geleden voltooid (en is op CD-ROM verkrijgbaar). Het is voor het eerst dat de uitkomsten op een handzame manier voor Science zijn samengevat en dat ook de diepzee-metingen tot een wereldwijd dekkend model zijn verwerkt.

Het recente artikel bevestigt wat al langer bekend was: de oceanen zijn niet langer in thermisch evenwicht. Vooral sinds ongeveer 1975 wordt jaarlijks duidelijk meer warmte vastgelegd dan er op jaarbasis verloren gaat: de oceanen warmen op. Daarbij is het opmerkelijk dat ook en vooral in de diepzee (in de NOAA-analyse dieper dan 300 meter) veel warmte wordt vastgelegd.

Tussen circa 1955 en circa 1995 is de temperatuur van de oceanen (gemiddeld over de gehele aarde en alle diepten) met 0,06 graad Celsius gestegen. Dat komt neer op een gemiddelde warmte-opnamesnelheid van 0,3 watt per vierkante meter aardoppervlak (of zelfs ruim 0,4 W/m² als alleen het zee-opervlak wordt meegeteld).

De waargenomen veranderingen zijn, onderstreept het artikel, `niet klein' en ze leveren een belangrijke bijdrage aan de totale warmtebalans van de aarde. Klimaatmodellen die de energie-opname door de oceanen (die van plaats tot plaats sterk verschilt) niet in rekening brengen kunnen geen betrouwbare voorspellingen doen, wordt er gesuggereerd.

De onderzoekers moeten in het midden laten wat de oorzaak is van de opwarming, die kan ook op natuurlijke variabiliteit berusten, en kunnen ook niet verklaren hoe het grillige patroon van opwarming ontstaat. Dat veranderingen in zeestromingen (in het bijzonder de `convectieve' stromingen die zwaar oppervlaktewater naar de diepzee afvoeren) er een rol in spelen lijkt wel zeker, er zijn perioden waarin de opwarming van de diepzee in tijd vóórloopt op die van het oppervlaktewater. Ook wordt er gespeculeerd over een samenhang met het El Niño-effect en een soortgelijk, maar zwakker, fenomeen boven het noorden van de Atlantische Oceaan.