Turkse agent helpt als hij kan

Een sympathiek idee, zou je zeggen. Voor Valentijnsdag kocht iemand in Istanbul voor ƒ2185,93 aan bloemen. ,,Het waren prachtige orchideeën'', vertelde de verkoopster later, ,,ik weet zeker dat degene die ze kreeg, er erg blij mee is geweest.'' Die bloemen hebben mijn leven ten minste drie dagen lang vergald: mijn creditcard was, zo leerde een schrijven van de bank mij enige weken later, de gulle gever. Voor de tweede keer in drie maanden was ik het slachtoffer van fraude.

Nu stond de eerste keer mij nog goed voor de geest. Ik had toen, gewapend met een pak faxen, aangeklopt bij de toerismepolitie in Istanbul. Die waren echter nauwelijks geïnteresseerd (,,ga maar naar Izmir, daar is het gebeurd'') en toen ik de commissaris ervan probeerde te overtuigen dat Izmir zo'n achthonderd kilometer ver weg is, raakte hij dusdanig uit zijn humeur dat hij mijn assistent het advies gaf ,,mij voor mijn eigen veiligheid'' onmiddellijk uit het politiebeureau te verwijderen.

Nu echter had het delict plaats in Istanbul en zou de toerismepolitie dus moeten handelen. Het begin was aarzelend. ,,Er zijn wel twaalf bloemenzaken van die naam in Istanbul. Waar moeten we gaan zoeken?'' zuchtte een agent. ,,Begin maar bij de eerste'', probeerde ik. En wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: al bij dat eerste telefoontje bleek dat de firma Sabuncakis een gecentraliseerde administratie had, en na vijf minuten was de juiste winkel gevonden.

Verrast door zijn eigen rechercheersucces, was de politiefunctionaris inmiddels geheel op mijn hand. ,,Ga maar schrap zitten'', hoorde ik hem door de telefoon tegen de verkoopster van de orchideeën zeggen. ,,Ik ga ook voor 2000 gulden bloemen kopen en ik stop ze allemaal in je...'' ,,Vorige keer was je boos, maar echt, wij proberen om toeristen te helpen'', zei hij nog, terwijl ik het bureau uitliep. ,,Ik begrijp het, jullie werk valt niet mee'', antwoordde ik, terwijl wij beiden een blik wierpen op een Taiwanees, die, met een pistool tegen het hoofd, de avond ervoor gedwongen was om in nachtclubs in de wijk Taksim voor zo'n 11.600 Amerikaanse dollar aan handtekeningen te zetten.

Was de ontvangst bij de toerismepolitie al adequaat, in de wijk Göztepe, waar de bloemen waren verkocht, was zij niet minder dan hartelijk. ,,Wij helpen waar wij kunnen'', zegt de commissaris, terwijl hij vier rechercheurs op pad stuurt naar de bloemenzaak. ,,De jongere generatie politiemensen is anders dan de oudere. Over een paar jaar is de Turkse politie net zo goed als de Europese en zul je nooit meer iets over martelen, mishandelen of lamzakkerigheid horen.''

En ook hier zijn de resultaten snel en overtuigend: de verkoopster verklaart onder ede mij nog nooit eerder gezien te hebben en in ieder geval de bloemen een paar dagen voor Valentijnsdag verkocht te hebben, toen ik nog in Nederland was. Inmiddels heeft de politie het adres in Istanbul, waar de bloemen naar toe gingen, gevonden, naam en signalement van degene die daar woonde, worden inmiddels over heel Turkije verspreid.

Is het moment daar om mijn beeld van de Turkse politie naar de goede kant bij te stellen? ,,Doe maar'', zegt een jonge agent uit mijn wijk met wie ik enige tijd later dineer. ,,Ik heb het je altijd al gezegd. Wij helpen waar we kunnen.'' Maar helpt de agent misschien niet net een tikkeltje te veel? Als een vriend van hem belt om te melden dat de politie op het Taksim-plein, waar parkeren strikt verboden is, zijn taxi aan de trekhaak heeft hangen, reageert de politieagent laconiek. Hij toetst een nummer in op zijn telefoon en na minder dan drie minuten is de taxi van de haak.

Bij het vertrek uit het restaurant blijkt de rekening, beduidend lager te zijn dan volgens de menukaart de bedoeling is. ,,Politiekorting'', meldt de agent als een kind zo blij. ,,Heb ik speciaal voor jou geregeld'' .(Voor zijn intiemste vrienden legt hij zijn pistool op tafel, als de rekening komt, vertelt een wederzijdse kennis mij later. Meestal buigen obers dan beleefd en gaat de rekening weer terug naar de keuken.). Als ik later in een bar in Beyo^glu wederom naar mijn portemonnee grijp, blijkt de `politiekorting' opgelopen te zijn tot honderd procent: de agent heeft de uitbater eraan herinnerd dat zijn bar vele uren langer open is dan de regels toestaan. ,,Vriendendienst'', glimt de agent, als ik mijn geld weer wegstop. ,,Je weet het: we helpen waar we kunnen.''