Strafrechtelijk onderzoek Peper

Het openbaar ministerie begint een strafrechtelijk onderzoek tegen oud-burgemeester A. Peper en enkele ex-wethouders van Rotterdam. Aanleiding is het rapport van de raadscommissie waarin declaraties van vooral Peper zijn gelaakt.

Het college van procureurs-generaal heeft dit gisteren bekendgemaakt. De declaraties zouden soms een overwegend privé-karakter hebben gehad. Volgens het college roept het declaratierapport ,,serieuze vragen op die een strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigen''. In een persbericht benadrukt het college dat het onderzoek ,,strafbaar handelen niet alleen kan aantonen maar ook uitsluiten''.

Binnen het OM wordt er echter op gewezen dat het Rotterdamse rapport inzake Peper goede mogelijkheden biedt om tot een vervolging wegens verduistering, valsheid in geschrifte en ontduiking van inkomstenbelasting te komen. Voorts is meegewogen dat gemeentebestuurders in het recente verleden voor overtredingen van soms enkele duizenden guldens zijn vervolgd.

Het onderzoek beperkt zich tot die (oud-)bestuurders die gemeenschapsgeld ,,in enige omvang'' privé hebben aangewend. Privédeclaraties van enkele honderden guldens, zoals bij wethouder Meijer (GroenLinks), zullen niet in het onderzoek worden betrokken. De leiding van het onderzoek komt in handen van de Bredase hoofdofficier van justitie J. Wabeke. De Rotterdamse hoofdofficier De Wit is buiten het onderzoek gehouden; hij werkte in de Rotterdamse driehoek enige jaren samen met Peper. De rijksrecherche voert het onderzoek uit, bijgestaan door fraudespecialisten en mogelijk fiscale rechercheurs. Over de exacte samenstelling van het team valt volgende week een besluit.

Peper reageerde gisteren verheugd op de aankondiging. Eerder vroeg hij de Rotterdamse raad hem strafrechtelijk te vervolgen. Zo kan volgens Peper worden vastgesteld dat het privé-karakter van zijn declaraties niet is te bewijzen. Mede om die reden zag de Rotterdamse raad donderdag af van een verzoek tot vervolging.

Uit een inventarisatie van deze krant blijkt dat Peper met zijn deze week ingebrachte verweer slechts een klein deel van de twijfel heeft weggenomen. Peper laakte de commissie, omdat zij belangrijke documenten over het hoofd had gezien. Werden door accountants van KPMG in eerste instantie zes van de 41 dubieuze reizen aangemerkt als functioneel, nu is van veertien reizen de functionaliteit aangetoond. Voor eveneens veertien reizen is dat nog niet het geval, van zes reizen kan ten dele de functionaliteit worden aangegeven, vier reizen hebben nog een onduidelijke status.