Rekenen voor de lijfrente-aftrek

De lijfrenteaftrek gaat volgens de nieuwe belastingwet volgend jaar veranderen. Verzekeraars blijven over elkaar heen vallen met het doen van aanbiedingen alsof het later nooit meer kan. Blijf echter goed nadenken en rekenen!

Als de Eerste Kamer er binnenkort mee akkoord gaat zal volgend jaar de inkomstenbelasting veranderen. De als revolutionair omschreven wijziging valt eigenlijk nog wel mee. Wat betreft de `oudedagsvoorzieningen' stonden zeer grote wijzigingen in het oorspronkelijke wetsvoorstel. Zo zouden premies voor lijfrenten alleen nog maar aftrekbaar zijn als de belastingplichtige een pensioentekort aan zou kunnen tonen. Van dat plan is niets terecht gekomen. Een geluk voor de verzekeringsmaatschappijen, want die kunnen ook na 2001 nog volop en gemakkelijk koopsompolissen blijven verkopen.

Iedereen mag vanaf volgend jaar 1.000 Euro (zo'n 2.200 gulden) als lijfrentepremie aftrekken. Daarbij geldt dan wel als voorwaarde dat, wanneer geld van de bedrijfsspaarrekeningen gebruikt wordt voor een eigen bijdrage aan de pensioenregeling bij de werkgever, dat bedrag van die ca. 2.200 gulden af gaat. Degene, die meer dan 2.200 gulden als lijfrentepremie aftrekbaar zou willen stellen moet gaan kijken wat er uit de formule 17% PG F 7,5 A rolt.

PG staat voor premiegrondslag, zeg maar het inkomen dat met werken (uit loondienst, als winst uit onderneming en/of uit overige werkzaamheden) verdiend wordt, te verminderen met 21.062 gulden. Dat bedrag heeft een relatie met de AOW-uitkering. De F staat voor FOR-dotatie: een fiscale reservering voor zelfstandigen. De A geeft weer: de aangroei van het (ouderdoms-)pensioen in het belastingjaar. Die A moet – volgens de plannen – door de pensioenfondsen en pensioenverzekeraars op hun jaarlijkse berichten vermeld gaan worden. Het blijft dus een simpele invuloefening. Is de uitkomst uit de formule hoger dan 2.200 gulden dan mag dat hogere bedrag aftrekbaar worden gesteld.

Een tweetal voorbeelden. Iemand heeft een premiegrondslag van 80.000 gulden en geen pensioenopbouw noch FOR-dotatie. Aan lijfrentepremie mag dan afgetrokken gaan worden: 17% (ƒ80.000 ƒ21.062) ƒ0 ƒ0 = ƒ10.019. Zou de betreffende persoon in dat jaar bijvoorbeeld 1,75% van het verschil tussen ƒ80.000 ƒ26.000 (AOW-franchise) = ƒ945 aan ouderdomspensioen opbouwen dan wordt de uitkomst: 17% (ƒ80.000 ƒ21.062) - ƒ0 7,5 x 945 = ƒ2.932. Hoger dus dan 2.200 gulden.

Maar wel minder dan ca. 6.000 gulden die men nu `zomaar' in een koopsompolis kan stoppen. En daar spelen de verzekeringsmaatschappijen nu grif op in.

`Nu nog lijfrentepremie aftrekbaar', `Een dubbele koopsom voor 1999 en 2000 in een keer', `Heeft u niet genoeg geld dan kunnen wij u aan een financiering helpen!'. Als consument zou je bijna denken dat je gek bent als niet op deze aanbiedingen wordt ingegaan. Daarom even wat aandachtspunten.

Bedenk eerst wat u doet als u een `koopsompolis' sluit. U geeft geld aan een verzekeringsmaatschappij en kan daar nooit meer vrij over beschikken. U kunt het alleen maar terug krijgen in de vorm van (belastbare) lijfrenten. Dat zijn periodieke uitkeringen, die u alleen krijgt als u op het moment van de uitkering in leven bent. Volgens de belastingregels zult u zich ook nog moeten houden aan bepaalde vormen van lijfrente anders is de fiscale strafschop vrij zwaar.

Hoewel er ook vanaf 2001 lijfrenteaftrek blijft zal dat in bepaalde situaties wat minder kunnen zijn dan nu. Gaat u een contract met meerjarige premiebetaling sluiten dan moet dus de situatie vanaf volgend jaar al meegenomen worden.

Als argument om nu nog een koopsompolis te sluiten wordt vaak gezegd dat de te heffen belasting over de uitkering volgens het nieuwe belastingtarief veel lager is. Ga in uw persoonlijke situatie na of dat zo is. Niet zelden bespaart men nu slechts ca. 37 procent inkomstenbelasting in plaats van de voorgespiegelde 60 procent. Wanneer u later over de uitkeringen (als extraatje boven een redelijk totgoed pensioeninkomen) in de dan geldende `tweede' of `top-schijf' belasting betaalt is dat weliswaar `slechts' 42 procent of 52 procent, maar altijd meer dan de bespaarde 37 procent.

De `dubbele koopsom' wordt nu met name aangeboden omdat in verband met de overgang naar het nieuwe belastingstelsel bepaald is dat lijfrentepremie over 2000 alleen aftrekbaar is als die ook werkelijk dit jaar betaald wordt. De afgelopen jaren (en ook nog over 1999) kon u tot 1 juli van het volgende jaar de premie betalen en over het voorgaande jaar aftrekken. Dat kan dus niet over het belastingjaar 2000 met een lijfrentepremie, die na 1 januari 2001 voldaan wordt.

Als de verzekeraar u aanbiedt om bij gebrek aan geld de koopsom te financieren bedenk dan dat hij u dan naast de koopsompolis ook het product `lening' verkoopt. Daar wordt hij beslist niet armer van. Verder is de rente dit jaar misschien deels of helemaal niet aftrekbaar (afhankelijk van uw overige leningen) en vanaf volgend jaar zeker niet meer. (Vanaf volgend jaar kan de schuld hooguit in mindering worden gebracht op uw vermogen, waarover u –via de zgn. `Box 3'– 1,2 procent vermogensrendementsheffing zou moeten gaan betalen.)

Blijf dus in alle gevallen rekenen en vergelijk de gevolgen voor uw vermogensopbouw als u uw geld in plaats van aan een koopsompolis voor andere producten zou gebruiken. Heeft u een lijfrenteverzekering, waarvoor u nu al ieder jaar premies betaalt en dat ook van plan was vanaf 2001 te doen dan is het verstandig er dit jaar even extra naar te (laten) kijken. De overgangsregelingen naar de nieuwe wet bepalen dat lijfrenteverzekeringen mogen worden afgewikkeld (in lijfrente-uitkeringen) volgens de huidige belastingregels voor de waarde, die gevormd is uit de tot en met 31 december 2000 betaalde premies. Wilt u de premies voor lopende verzekeringen vanaf 2001 nog steeds aftrekbaar stellen dan kan dat alleen binnen dan geldende maxima (zoals in het begin beschreven) en de lijfrentevormen moeten voldoen aan de voorwaarden zoals die in de nieuwe wet worden vastgesteld. Voor verzekeringen, van na 1992 (toen ook de fiscale regels voor lijfrenteverzekeringen al gewijzigd werden) is de aanpassing niet rigoureus. Voor verzekeringen van voor 15 oktober 1990, waarbij een grotere mate van vrijheid geldt voor aanwending van het lijfrentekapitaal zijn er grotere gevolgen.