Pokémonwerpen

DE LAATSTE RAGE heet Pokémon, alleen kluizenaars kan het zijn ontgaan. Op onverwachte plaatsen en tijdstippen vertoont de televisie al maandenlang stukjes uit een Japanse tekenfilm waarin allerlei wonderlijke diertjes steeds weer opnieuw in vechten uitbarsten. Waarover het gaat valt niet te achterhalen, kinderen kunnen het ook nauwelijks volgen, maar raken toch mateloos gefascineerd.

Voor zover valt na te gaan schreven Nederlandse kranten pas op 18 december 1997 voor het eerst over het Pokémon-fenomeen dat toen al danig huishield in het Verre Oosten. Op 17 december waren honderden kinderen in ziekenhuizen opgenomen omdat ze zware epileptische aanvallen kregen van de stroboscopische lichtflitsen die tussen het gewone vechten waren ingemonteerd. Ademnood, hoofdpijn en heel veel overgeven.

Dat was nog in Japan. Een jaar later brak het verschijnsel door in de VS. Afgelopen zomer begon het in Nederland en het gaat zo te zien nog jaren door. (De stroboscopische uitzending komt binnenkort, 's zondagsochtends om zeven uur.) De Teletubbies liggen voor goed op hun rug.

Al die rages `waaien niet over', zoals welmenende journalisten wel menen, ze worden in de markt gezet. Eerst is er het scheppen van de afhankelijkheid en het conditioneren, daarna gaan de parafernalia met vaten, kisten en kratten tegelijk naar de Intertoys. Aan die parafernalia wordt het meest verdiend en het streven is dus ze een soort zelfstandige begerenswaardigheid te geven. Bij BBC's Teletubbies was dat nog niet goed uitgewerkt (al was het teletubbietoetje natuurlijk niet gek) aan de Pokémon-artikelen valt te zien dat vanaf het eerste moment is gedacht aan Groot Geld en Wereldwijde Verspreiding. De dieren zijn van een moeilijk herleidbare soort (ze leunen een beetje tegen dinosauriërs aan) die niet aan een bepaald continent is te binden, de begeleidende mensfiguren houden zorgvuldig het midden tussen het Europide en Mongolide ras.

Het zwaartepunt van de Pokémon-hardware ligt bij de kaarten met afbeeldingen van de verschillende Pokémon-dieren. Daarvan zijn er een stuk of 800 en aanschaf van de gehele serie is dus een hele investering, te meer daar de kaarten `randomly inserted' in lichtdichte pakjes verkocht worden. In principe kan met de kaarten ook een heel speciaal Pokémon-spel gespeeld worden, maar dat schijnt zo ingewikkeld te zijn dat geen gezond kind eraan begint. In de praktijk komt het neer op ruilen, zoals destijds met Dorus Dee en Gerrie Krent. Maar dan een beetje anders.

Aan het ruilen hebben de kinderen, zoals dat heet, een spelelement toegevoegd. Althans in Amsterdam. In de eenvoudigste versie van dit aangepaste ruilen slaan de kinderen hun Pokémonkaarten met een klap tegen elkaar, zó dat de kaarten elkaar in vertikale stand ontmoeten, en laten ze dan pardoes op de grond vallen. Wie het geluk heeft dat zijn kaart met de bedoelde kant boven op de grond ligt heeft gewonnen. Dit is een zuiver kansspel.

In de tweede variant is er ook ruimte voor behendigheid en in die variant wordt het minder-behendige-kind dus makkelijk het vel over de oren gehaald. Het komt erop neer dat de twee Pokémonspelers zich met elk één kaartje in de hand op een paar meter afstand van een muur opstellen en proberen hun kaartje zo dicht mogelijk bij de muur te gooien. Wie het dichtst bij komt mag weer beide kaarten in zijn zak steken.

De minder draagkrachtige ouder die zijn minder behendige kind in no time het familiekapitaal in het water ziet gooien ontwikkelt een fel verlangen om na te gaan hoe men een geplastificeerd kaartje van 6 bij 8 cm, dus van gewoon klaverjasformaat, met de meeste kans op succes zo ver mogelijk van zich afwerpt. En het kost niet veel inspanning om vast te stellen dat het er op aan komt het kaartje spin te geven. Een draaiing om de as door het kaartmidden loodrecht op het kaartvlak. Klaverjassers die na het schudden kaarten moeten verdelen over een erg grote tafel doen dit bijna automatisch, kinderen hebben er minder gevoel voor.

Maar waaròm komt een kaart met spin verder? Dat wilde het AW-team op korte termijn niet goed te binnen schieten. `Frisbee', riep een inpandige fysicus zonder zijn hoofd uit de tekstverwerker te trekken. `Gyroscoop. Baanstabiliteit. Niks bijzonders.'

Met de zoektermen `frisbee' en `physics' geeft het Internet een schat aan informatie over het vliegen van de frisbee, en inderdaad wordt daar veel waarde toegekend aan de invloed van het gyroscopisch effect op de baanstabiliteit. Maar de broodnodige `lift' krijgt de frisbee toch in de eerste plaats van zijn speciale rand die in aerodynamisch opzicht is te vergelijken met een vliegtuigvleugel. Het Pokémonkaartje is zo plat als een dubbeltje.

Dus is het alleen de baanstabiliteit, het uitstellen van het moment waarop rechtlijnig bewegen in dwarrelen verzandt? `Ik zou niet te snel zijn met mijn conclusie', aarzelt de Delftse hoogleraar aerodynamica dr.ir. P.G. Bakker. `Want zo'n kaartje heeft natuurlijk nauwelijks massa, dus veel massatraagheidsmoment is er ook niet.' En het is het massatraagheidsmoment dat het gyroscopisch effect verzorgt.

Bakker raadt aan de proef op de som te nemen en eens van een kaartje het traagheidsmoment te vergroten zonder de massa evenredig te laten toenemen. Dat kan door het kaartje aan de randen te verzwaren, bij voorbeeld door er stroken papier op te plakken. `Als zo'n kaartje beduidend veel verder is te werpen ben ik bereid aan te nemen dat het vooral een kwestie van baanstabiliteit is.'

Het was maar en kleine ingreep en het resultaat was niet gek: de kaart kwam verder. Maar het resultaat bleef toch wat onvoorspelbaar, soms trad het gevreesde dwarrelen al bijna direct op en belandde de kaart kennelijk in turbulentie die alles bedierf. Het duurde even voor doordrong dat dit misschien wel de turbulentie is die men zelf, al werpend, voor de kaartjes uit maait. Winnen met Pokémon betekent: spin aanbrengen en turbulentie vermijden.