Pensioen is ondergraven

Wie krijgt na zijn 65-ste nog 70 procent van zijn laatste laatst verdiende loon in de vorm van AOW en een aanvullend pensioen? Wij, denken de meeste werknemers. Nee, 70 procent wordt een uitzondering.

Waarover praatten pensioenuitvoerders en -experts uit de Tweede Kamer donderdag op de jaarvergadering van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen?

Over de potentiële ontwrichting van de Europese overheidsfinanciën als Duitsland, Frankrijk en Italië niet snel en driftig gaan sparen voor hun oudedagsvoorzieningen in plaats van op de pof te leven. Tijd voor actie, zeggen pensioenbeheerders en kamerleden dapper.

En over de vraag of een werkgever verplicht aangesloten moet zijn (en blijven) bij een pensioenregeling. Wij houden niet van regelgeving, zegt VVD-Kamerlid S. Blok. Academische discussie, zegt PvdA-woordvoerder J. van Zijl, er zijn zoveel voordelen.

En of een paar procent van de 966 miljard gulden beleggingen van de pensioenfondsen niet expliciet maatschappelijk verantwoord geïnvesteerd moet worden. (CDA en VVD: nee; Van Zijl was op weg terug naar Den Haag).

Alleen die ene conclusie waarmee gastspreker F. Leijnse (voorzitter HBO-raad, plaatsvervangend kroonlid Sociaal Economische Raad) donderdag op de proppen kwam, daarover zwegen zij. Krijgt de doorsnee werknemer na zijn 65-ste inderdaad de 70 procent van zijn laatste loon in de vorm van AOW en het aanvullend pensioen dat hij bij zijn werkgever heeft opgebouwd?

Nee, zei Leijnse, dat wordt een uitzondering. De 70 procentsnorm is een onweersproken verworven recht, waarmee de Nederlandse werknemer bijna is opgevoed. Ga rustig slapen, de werkgever zorgt goed voor uw pensioen. Tweederde van de werknemers heeft een pensioenregeling die is gebaseerd op het laatst verdiende loon.

De fictie van 70 procent wordt in stand gehouden door verschillende factoren. De meeste werknemers zijn via hun werkgever verplicht aangesloten bij een pensioenregeling. Dat prikkelt, samen met een lappendeken van jargon en kleine lettertjes, niet tot interesse, laat staan tot eigen keuzes. Bovendien: de meeste mensen denken pas echt aan hun pensioen als de datum in zicht is. En eerder hoeft ook niet, zo redeneren pleitbezorgers van het systeem, want uw belangen zijn in goede handen: de helft van het bestuur van de pensioenfondsen (de meeste zijn stichtingen) wordt gevormd door werknemers. De andere helft is voor de werkgevers.

De praktijk is dat de 70 procent in talloze gevallen nooit gehaald zal worden. Dat heeft verschillende redenen: mensen werken geen 40 jaar, doordat zij langer doorleren en eerder stoppen met werken.

Bovendien zijn er nogal wat pensioenfondsen die in hun pensioenregeling de AOW-bijdrage (de zogeheten franchise) voor een te hoog bedrag meenemen, althans hoger dan wat in werkelijkheid wordt uitgekeerd. Alleenstaanden en tweeverdieners merken dat het meest, als zij straks met pensioen gaan.

En dan is er een groeiende groep van mensen die geen volledig recht heeft op AOW, doordat zij tussen hun 15-de en 65-ste een periode niet in Nederland woonden: allochtonen, maar ook mensen die een tijdlang buiten Nederland werkten. Zij krijgen een korting op hun AOW-uitkering.

Vooral een verlaging van de AOW-inbouw is een kostbare zaak. Van de 70 grootste pensioenfondsen rekent bijna de helft met een te hoge toekomstige AOW-uitkering, meldde het ministerie van Sociale Zaken vorig jaar in een notitie.

De vraag wie verlaging moet betalen wordt als een hete aardappel heen en weer geschoven. Een verlaging van de inbouw betekent dat de werknemer voor een hoger aanvullend pensioen premie moet betalen. Zo'n premieverhoging gaat ten koste van zijn besteedbaar inkomen.

De werkgever zou dat misschien niet eens een probleem vinden, maar hij kan het niet proberen gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd wil een werkgever zijn eigen kosten (pensioenlasten zijn ook kosten) niet verhogen door de extra premie zelf te betalen. Menig werkgever geniet nu juist van extreem lage pensioenkosten doordat de rendementen van de pensioenfondsen buitengewoon hoog zijn en de pensioenpremies voor de werkgever diensovereenkomstig laag.

Pensioenfondsen én de immer gretige verzekeraars zetten hun pijlen op individuele aanvullingen tot de 70-procent norm, wat in het nieuwe belastingplan met mitsen en maren mogelijk blijft.

De overheid kan een verlaging van het AOW-bedrag in de pensioensregeling zelf niet forceren. Zij is met de vakbeweging en de werkgevers een zogeheten pensioenconvenant aangegaan om de pensioenregelingen te moderniseren, maar zonder extra kosten. Het convenant loopt tot en met 2001 en wordt dan geëvalueerd.