Niet alles valt te privatiseren

De door Europees commissaris Bolkestein opgemerkte poolwind tegen privatisering is nog niet uitgewaaid. Een meerderheid van de Tweede Kamer blaast mee.

Veel lof was er afgelopen week voor de deskundigheid van prins Willem-Alexander op het gebied van watermanagement. En voor de manier waarop hij als voorzitter van een internationale waterconferentie blote actievoerders op hun plaats wees. Minstens zo belangrijk was echter het politieke gladde ijs waarop de `onschendbare' Prins van Oranje zich gedwongen begaf: privatiseringen.

Bij veel niet-gouvernementele organisaties bestaat de vrees dat de drinkwatervoorziening te gemakkelijk overgelaten wordt aan het grote geld. En het was dan ook de Nederlandse prins die die mening moest verwoorden tegenover de samengekomen ministers. Bovendien voelde Willem-Alexander de behoefte het beeld dat er van hem zou bestaan, als was hij een privatiseringsfan, te corrigeren: ,,Soms werkt publieke controle heel goed, zoals in Nederland,'' zo citeerde de Volkskrant de prins.

Hoe verhuld ook, even leek het er op dat Willem-Alexander meewoei in de `poolwind tegen privatisering' die volgens Europees commissaris Bolkestein de laatste maanden is opgestoken. Politiek ligt privatisering in Nederland gevoelig. Plannen daartoe in de sociale zekerheid zijn grotendeels teruggedraaid, die in de drinkwatervoorziening zijn getorpedeerd.

Maar in de Tweede Kamer betoogde minister Jorritsma (Economische Zaken) donderdag juist dat waterbedrijven op termijn wel geprivatiseerd moeten worden om hun internationale slagkracht te vergroten: ,,Anders laten we alles over aan de grote Franse waterbedrijven.'' Nadrukkelijk stelde Jorritsma nog eens dat het verbod op verkoop van waterbedrijven, door PvdA-collega Pronk (Milieu) in het kabinet bevochten, slechts voor deze kabinetsperiode geldt. Partijgenote Voûte viel haar bij door te zeggen dat je de Fransen niet hoort klagen over hun geprivatiseerde waterbedrijven, waarop haar collega's in de Kamer schamperden dat die dan ook alleen water uit flessen drinken.

De internationale slagkracht in een snel liberaliserende wereld is ook het argument dat de energiesector hanteert ten faveure van privatisering. Woedend was voorzitter J. Linthorst van branche-organisatie Energie Ned over het amendement op de gaswet dat de PvdA vorige week indiende. De partij wil wel toestaan dat gasdistributiebedrijven door overheden worden verkocht, maar de infrastructuur - buizen en leidingen - moeten in eigendom van de overheid blijven. ,,Als we de netten niet mogen verkopen zijn we in no time een speelbal voor internationale ondernemingen'', aldus Linthorst.

Het is dit dilemma dat ,,een van de belangrijkste politieke onderwerpen van de komende jaren'' zal worden, vinden de meeste Kamerfracties. De meningen lopen uiteen over de vraag of monopolistische infrastructuur als gasnetten, waterleidingen en spoorrails in de handen van de overheid moet blijven. En over de vraag met welk tempo nutsmarkten vrijgemaakt moeten worden. Wat dat laatste betreft vindt een Kamermeerderheid dat Jorritsma te snel gaat. Ook in de Kamer kon weer geciteerd worden uit onderzoeken en adviezen die diametraal tegenovergestelde conclusies ventileren. Privatiseringscriticus Leers (CDA) haalde een onderzoek van de Thorbecke-leerstoel aan waaruit blijkt dat privatisering in het verleden nauwelijks efficiencywinst heeft opgeleverd. Maar minister Jorritsma citeerde de Raad voor verkeer en waterstaat die vorige week juist voor veel meer privatiseringen pleitte.

De kabinetsnotitie over liberalisering en privatisering van aan infrastructuur gebonden nutsbedrijven die eind vorig jaar door een kritische Eerste en Tweede Kamer was gevraagd, ademt ook die sfeer uit. Het is een uitwerking van een `beslissingboom' die eerder door de inmiddels vertrokken secretaris-generaal Van Wijnbergen in deze krant was gepresenteerd. Uit dat wat technocratische model valt te herleiden hoe er verantwoord geprivatiseerd kan worden vanuit de gedachte: als er concurrentie te organiseren valt, kun je overheidstaken ook privatiseren. Daar bestaat niet veel oppositie tegen. Maar het kabinet gaat een stap verder: ook waar geen sprake is van concurrentie is privatisering ,,een te overwegen optie vanwege de doelmatigheidswinsten die er mee te boeken zijn,'' aldus de notitie. In de Kamer speelde Jorritsma zelfs openlijk met de gedachte het snelwegennet te privatiseren.

Afgelopen maanden is echter steeds duidelijker geworden dat het kabinet daar de Kamer tegenover zich vindt. De VVD omarmt het kabinetsstandpunt, maar de PvdA weigert zover mee te gaan en vindt de oppositie aan haar zijde. ,,Essentiële netwerken kunnen niet overgelaten worden aan private partijen'', zei het Kamerlid Crone donderdag. Al kibbelen PvdA en CDA nog wel over de vraag wie van beiden het eerst op die gedachte is gekomen, belangrijker is dat zich voor deze rem op privatiseringen een structurele Kamermeerderheid bestaat. Het CDA dwong vorig jaar met brede Kamersteun het kabinet het hoogspanningsnet voor de stroomvoorziening in overheidseigendom te houden, de PvdA wil datzelfde voor de gasleidingen die er in ons land liggen.

PvdA en CDA achten het niet onmogelijk het beheer over dergelijke infrastructuren aan private partijen over te laten die weer vervangen kunnen worden als ze slecht presteren. Maar het eigendom moet in overheidshanden blijven omdat er in de woorden van Crone anders ,,onomkeerbare stappen'' worden genomen. En zo wees Crone ook vooruit naar de gevoelige discussie in een volgend privatiseringsdossier: de verkoop van Schiphol, waar het kabinet momenteel over nadenkt. Over het tijdelijk beheer van de luchthaven door een commercieel bedrijf valt met de PvdA te praten, over het eigendom van de start- en landingsbanen niet.