MOEDEREEND STEEKT MEER IN NAGESLACHT VAN MOOIE MANNETJES

Het is te gemakkelijk om verschillen in evolutionaire `fitness' zonder meer toe te schrijven aan de invloed van de genen. Die hebben het niet altijd voor het zeggen. Uit onderzoek van twee Engelse biologen blijkt dat vrouwtjeseenden hun nageslacht een goede start geven door grote eieren te leggen. Ze doen dat echter alleen wanneer ze gepaard hebben met een mannetje dat bij de meeste vrouwtjes in trek is.

Al eerder was opgevallen dat het nageslacht van populaire mannetjes in een betere conditie verkeert en dus een grotere kans heeft om de volwassenheid te bereiken. Tot nu toe was aangenomen dat dat een direct gevolg was van de betere kwaliteit van het genetische materiaal dat de vader inbrengt. Emma Cunningham en Andrew Russell van de universiteit van Sheffield komen echter tot een heel andere conclusie. Zij laten zien dat het juist de moeder is die de eendekuikens in staat stelt de eerste kritische dagen na de geboorte door te komen (Nature, 2 maart 2000). Eind vorig jaar hadden biologen van de universiteit van St. Andrews in Schotland al ontdekt dat vrouwtjes van de zebravink iets soortgelijks doen. Na een paring met een favoriet mannetje geven zij de eieren een extra dosis testosteron mee (Science, 1 oktober 1999). Daardoor zouden kuikens assertiever zijn bij het bedelen om voedsel.

De grote vraag is waarom vrouwtjes meer investeren in het nageslacht van populaire mannetjes. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat die toch iets extra's inbrengen waardoor ze hun nageslacht betere kansen bieden. Maar wilde eenden zijn geen goede vaders, en dragen niet bij aan de opvoeding. Cunningham en Russell ontdekten dat favoriete mannetjes vaker afkomstig zijn uit het eerste legsel van het seizoen. Daardoor zijn ze sterker en dominanter dan hun jongere broertjes en kunnen ze tijdens het broedseizoen beter hun territorium (en daarmee hun voedselbronnen) verdedigen tegen indringers. Deze verklaring zou voor eenden in de vrije natuur kunnen opgaan, maar in dit geval hadden alle onderzochte eenden zoveel eten als ze wilden. De onderzoekers geven dan ook toe dat de verklaring misschien wel in een heel andere richting gezocht moet worden: minder populaire mannetjes moeten vaker pogingen ondernemen om te paren, omdat ze steeds afgewezen worden. Dat zou de conditie van hun partner – en daarmee de grootte van de eieren – wel eens ongunstig kunnen beïnvloeden.