MODERNE BLOEDTEST OP DOWN IS NIET BETER DAN OUDE METHODE

De enkele jaren geleden ingevoerde triple-test voldoet niet aan de verwachtingen als het gaat om het prenataal opsporen van kinderen met Downsyndroom. Dat blijkt uit een evaluatie van het prenatale onderzoek naar deze afwijking in een groot Engels streekziekenhuis.

De kans op een kind met Downsyndroom stijgt met de leeftijd van de zwangere vrouw. Bij 25 jaar is de kans één op 1.500, bij 36-jarigen één op 300. In ons land kunnen vrouwen vanaf die leeftijd in de dertiende week van de zwangerschap een vruchtwateronderzoek ondergaan. Soms wordt ook bij jongere vrouwen onderzocht of de vrucht Downsyndroom heeft, bijvoorbeeld als de angst hiervoor de aanstaande ouders te zeer beklemt. Zij komen dan in aanmerking voor de triple-test, of een echografisch onderzoek. Bij de triple-test, waarmee ook de kans op een open rug bepaald kan worden, wordt het gehalte van een drietal stoffen in het bloedplasma gemeten. Bij een vrucht met Downsyndroom is het gehalte van één daarvan, het alfa-foetoproteïne, verlaagd. Bij de echo meet men de dikte van de nekplooi van de foetus. Valt zo'n test verkeerd uit, dan hoeft er nog niets aan de hand te zijn: beide testen geven nogal eens ten onrechte een alarmerende uitslag. Vruchtwateronderzoek moet daarna de diagnose bevestigen.

De triple-test is betrekkelijke nieuw. Bij de introductie ervan in 1993 ging men er op grond van een aantal demonstratieprojecten van uit dat de test veel meer gevallen van Downsyndroom zou opsporen dan tot dan toe mogelijk was. Maar die claim houdt geen stand, zo blijkt uit een analyse van ruim 31.000 zwangerschappen die tussen 1993 en 1999 leidden tot een bevalling in het Princess Ann Hospital in Southampton (British Medical Journal, 4 maart). Uit die zwangerschappen werden 53 kinderen met Downsyndroom geboren. Bij 68 procent hiervan was de afwijking vóór de geboorte vastgesteld via een echo of een vlokkentest. Dat is veel beter dan het detectiepercentage met klassieke methoden van ongeveer 30% dat genoemd werd in de discussie rond de invoering van de triple-test die in Groot-Btritannië door de helft van de gynaecologen wordt aangeboden. In Southampton krijgen zwangere vrouwen geen triple-test maar wordt halverwege de zwangerschap een echo aangeboden; vrouwen van 35 jaar of ouder krijgen ook een vlokkentest. Het opsporingspercentage van 68 is ook veel hoger dan het resultaat van de demonstratieprojecten met de triple-test. Met andere woorden: de vermeende superioriteit van de triple-test ten opzichte van de echo valt tegen. Volgens de onderzoekers is een en ander een gevolg van de gebrekkige opzet van de demonstratieprojecten: te weinig patiënten en geen controlegroep.