Koe

Eens in de twee jaar krijg ik een met de hand geschreven brief uit Australië. Daar zit iemand die zijn Nederlands wil bijhouden. Hij beschikt bovendien over een scherp oog voor de schilderachtige kanten van mens en dier.

Uit eerdere brieven herinner ik mij een koe die dacht dat ze een paard was (het ontbrak er nog maar aan dat ze begon te hinniken) en een kangoeroe die na een aanrijding verzorgd werd door de buren; wekenlang zat het dier in de schommelstoel op hun veranda (het ontbrak er nog maar aan dat hij een pijpje opstak). In de laatste brief ging het over een oude man en een oude vrouw.

`We moesten de dokter maar eens laten komen', zei de vrouw op zekere ochtend.

Korte tijd later werd ze begraven.

Nu voelde de man zich verplicht de koe te melken. Háár koe. Die was van mannen niet gediend. En een koe, die niet wil dat je aan haar spenen zit, kan het je knap lastig maken.

Uiteindelijk kon de oude man maar één ding bedenken: hij trok háár rok aan, hij deed háár schort voor, hij knoopte háár hoofddoek om – hij kromde zijn rug, liep de stal in en molk de koe.

Met zo'n verhaal kun je gemakkelijk de tragische kant op. Dan denk ik aan het verdriet van de man, de wanhoop van de koe. Ook een sentimentele draai is gauw gevonden. Dan denk ik dat de koe best in de gaten had dat ze haar probeerden te bedotten, dus dat ze het gewoon niet over haar hart kon verkrijgen om een man, die zoveel moeite voor haar deed, af te wijzen.

Maar mijn Australische correspondent koos radicaal voor het komische. Want de verkleedpartijen van de oude man konden moeilijk verborgen blijven. Als een lopend vuurtje ging het nieuws door zijn woonplaats. En ook hier vond hij uiteindelijk een oplossing voor. Hij zette een bord op het erf: Geen toegang tussen 4 en 5. Dan was het melkenstijd.

`Ik doe het voor mijn vrouw, ik doe het voor de koe', verklaarde hij grimmig. `Ze moeten niet denken dat ik een mietje ben.'