KINDERACHTIG GEDOE

Omwille van de efficiëntie wordt het universitaire onderwijs schoolser en schoolser. Maar veel studenten willen meer opsteken dan voorgekauwde handboekstof. Onlust broeit. Weg met de betutteling!

Het moest maar eens afgelopen zijn met de verschoolsing van het academische onderwijs. En dus hebben studenten van de Universiteit van Amsterdam een nieuwe partij opgericht: DIS. De afkorting staat voor Democratisch Initiatief Studenten en de partij gaat zich vooral inzetten voor verbetering van het academisch werk- en denkniveau aan de UvA. Want dat is hard nodig, vinden de oprichters. Handboeken die precies voorschrijven hoe opdrachten gemaakt moeten worden, een overmaat aan multiple-choice tentamens zelfs voor een vak als wetenschapsfilosofie èn dan ook nog eens werkgroepen die veel weg hebben van huiswerkklasjes omdat ze bestaan uit het geven van modelantwoorden op vragen die thuis zijn voorbereid. Dat hoort niet aan een universiteit. Een academische vorming betekent zelfstandig en kritisch leren denken en redeneren. Maar als dit zo doorgaat, wat is dan nog het verschil met een hbo-opleiding?

``Meer en meer is de nadruk komen te liggen op het reproduceren van kennis, op het kopiëren van wat de docent zegt, zonder dat er van de student gevraagd wordt een eigen mening te formuleren'', zo luidt een van de aanklachten van de partij. DIS pleit voor toetsing door middel van opiniërende referaten en papers, zodat studenten leren hun standpunt te beargumenteren; voor kleine werkgroepen waarbij studenten in staat worden gesteld te discussiëren en voor opdrachten die aanzetten tot kritische reflectie op de stof.

DIS gaat 17 april deelnemen aan de verkiezingen voor de centrale studentenraad van de UvA. Medeoprichter Ward Berenschot verwacht dat de doelstelling van zijn partij veel studenten zal aanspreken. ``Natuurlijk zijn er ook studenten die liefst zo snel mogelijk en met zo min mogelijk werk afstuderen. Maar ik merk dat veel studenten eigenlijk meer zouden willen opsteken en het jammer vinden dat de opleiding hen daartoe niet uitdaagt.''

vragenlijst

Amsterdam is niet de enige stad waar studenten ongerust worden over de kwaliteit van de academische vorming. Aan de Katholieke Universiteit Nijmegen inventariseert studentenvakbond AKKU op dit moment de klachten over schools onderwijs bij psychologie. Beitske Bijleveld en Suzanne Wiltink van AKKU studeren zelf ook psychologie. Ze delen de kritiek van hun medestudenten. Bijleveld: ``Onze werkgroepen bestaan grotendeels uit het aflopen van een standaard vragenlijst. Dat zijn dan de vragen die aan bod kunnen komen op het tentamen. Ruimte voor kritische kanttekeningen is er eigenlijk niet. Soms, als je een docent een vraag stelt, krijg je niet eens antwoord. Dan zegt-ie: `Dat wordt toch niet gevraagd op het tentamen'.''

Beide studenten vinden dat ze worden betutteld. ``Bij sommige werkgroepen komen ze aan het begin van de les langs met een notitieblokje om te kijken of je je huiswerk wel hebt gemaakt'', zegt Wiltink. En als ze steevast aanwezig zijn bij de werkgroepen, krijgen ze compensatiepunten. Kinderachtig, vindt Wiltink. ``Ze zouden je compensatie moeten geven voor het goed maken van een opdracht, niet voor het enkele feit dat je aanwezig bent.''

Bij andere Nijmeegse opleidingen is al eerder gewezen op een schools karakter van het onderwijs. Uit een enquête onder 58 eerstejaars pedagogiekstudenten bleek vorig jaar dat studenten vandaag de dag wel heel weinig invloed hebben op de onderwerpen van werkstukken en de literatuur die ze daarvoor moeten bestuderen. Bij het gros van de opdrachten wordt nauwkeurig aangegeven welke boeken en welke artikelen ze moeten lezen om tot het antwoord te komen. Zelfs het houden van een presentatie wordt voorgekauwd in het werkboek.

Ook in Twente klagen studenten over een schoolse aanpak. Aan de Universiteit Twente organiseerde het studentenmedezeggenschapsorgaan TO-Maat van de opleiding Toegepaste Onderwijskunde een workshop voor hun docenten, uit protest tegen het onderwijs. De studenten stelden dat hun colleges en tentamens te veel zijn gericht op een schoolse reproductie van kennis, dat de tijd voor een kritische reflectie op de stof ontbreekt en dat er voor een eigen inbreng nauwelijks ruimte is. Volgens ouderejaarsstudente Caroline Timmers van TO-Maat komen de klachten voor in alle jaren van de opleiding. ``Het gros van de opdrachten zijn puur reproductieopdrachtjes. We moeten bijvoorbeeld een stuk tekst samenvatten of de mening van de schrijver uit de tekst halen. Terwijl je op een universiteit toch op z'n minst verwacht dat je kritische kanttekeningen leert zetten bij zo'n tekst. Academisch denken vereist een zekere verdieping. Je moet de vrijheid krijgen je eigen gedachten te vormen. Maar wij worden in een keurslijf geperst.''

Overigens kwam tijdens de bijeenkomst in Twente een handvol studenten er rond voor uit dat ze het keurslijf eigenlijk wel prettig vinden. Timmers: ``Het is natuurlijk ook wel veilig zo. Je wordt aan de hand van de docent vlotjes door de stof geleid. Als je het hele programma netjes volgt, kan er niet veel fout gaan. Dan weet je dat je na vier jaar klaar bent. Maar ikzelf denk: als je dat wilt, waarom kies je dan niet gewoon een hbo-opleiding?''

En dan Leiden. Manon Uitewaal, derdejaars biologiestudent en lid van de Vereniging Mensa voor hoogbegaafden, schrok zich wild toen ze in Leiden de universiteit betrad. ``Op de middelbare school was ik gewend om vrij zelfstandig te werken. En de leraren vonden dat wel best. Op de universiteit kreeg ik opeens docenten die begonnen te moederen: die opdracht moet je zo maken en als je dat niet precies zo doet, dan keuren we het antwoord niet goed. Dat was ik helemaal niet gewend. Het onderwijs was schoolser dan op de middelbare school.''

Ze wijst op de discrepantie met de recente onderwijsvernieuwing op de middelbare scholen. ``Wij krijgen steeds meer begeleiding, terwijl ze scholieren met het studiehuis juist aanzetten tot meer zelfstandig werken. Het lijkt me dat de scholieren van nu niet weten wat ze overkomt als ze straks merken hoe het er op de universiteit aan toe gaat.'' Inmiddels studeert Uitewaal aan de VU. De opleiding biologie aan de VU is massaler dan die in Leiden, wat het onderwijs volgens haar vanzelf al een minder schools tintje geeft.

teleurgesteld

Volgens bestuurslid Steven Sambell van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zijn meer studenten verontrust over hun onderwijs. ``Wij horen zulke geluiden aan verschillende universiteiten. Sommige studenten zijn duidelijk teleurgesteld. Ze zijn aan de universiteit gaan studeren omdat ze verwachtten daar een bepaalde manier van denken en van werken aan te leren. En dan blijken de opleidingen hen in een onderwijstunnel te zetten en ze er zo snel mogelijk doorheen te jassen. Ik vraag me af of de beroepspraktijk nou wel op dit soort afgestudeerden zit te wachten.''

In veel gevallen gaat het om onderwijs dat de afgelopen jaren is vernieuwd en modieuze namen draagt als studentgericht onderwijs, studentactiverend onderwijs, Teletop of C@mpus+. De verandering is doorgaans gefinancierd met geld uit het Studeerbaarheidfonds dat het ministerie van Onderwijs beschikbaar heeft gesteld om het universitair onderwijs `studeerbaar' te maken, dat wil zeggen, zo efficiënt en effectief in te richten dat de student in vier jaar de eindstreep kan halen.

Directeur Jos Willems van het Nijmeegse onderwijsadviesbureau IOWO vindt dat sommige opleidingen te ver zijn doorgeschoten in hun drang het onderwijs studeerbaar te maken. ``Er is een neiging om zoveel mogelijk zekerheden in te bouwen om maar te zorgen dat studenten op tijd klaar zijn. Dat leidt ertoe dat sommige opleidingen studenten gaan voorschrijven wat ze van uur tot uur moeten doen. Het liefst geven ze vooraf al de antwoorden bij de opdrachten. Op die manier haal je elk initiatief weg bij studenten. Ze worden in slaap gewiegd.''

Voorzitter Jan Veldhuis van de stuurgroep onderwijsaangelegenheden (StOA) van de vereniging van samenwerkende universiteiten (VSNU) en collegevoorzitter van de Universiteit Utrecht, heeft studenten ook wel horen mopperen over een mager academisch werk- en denkniveau binnen hun studie, maar hij maakt zich er vooralsnog geen zorgen over. Volgens hem gaat het namelijk om een klein deel van de opleidingen. ``Ik onderken dat bij sommige opleidingen, met name die te maken hebben met grote studentenaantallen en waarbij de student-stafratio niet gunstig is, zoals bij de geestes- en de sociale wetenschappen, een passieve leermethode de overhand heeft gekregen. Het is een element waar studenten zich druk over maken en dat is denk ik terecht. Maar we moeten niet overdrijven. Het onderwijs aan de Nederlandse universiteiten is gewoon goed.''

Willems vindt echter dat de universiteiten zich best wat meer mogen bemoeien met het onderwijs van hun opleidingen. Bijvoorbeeld door op centraal niveau vast te leggen aan welke eisen het onderwijs minimaal moet voldoen. ``En dan bedoel ik: in academische zin. Ik denk aan randvoorwaarden als: het onderwijs moet studenten aanspreken op hun zelfstandigheid; moet hen meer confronteren met probleemstellingen dan met antwoorden, dat soort dingen. Goed onderwijs is niet: studenten bij de hand nemen en ze in vier jaar aan de overkant zien te krijgen. Het is essentieel dat de student zelfstandig de overkant bereikt.''