Junta

De dag dat Jan Wouters ontslagen werd, steeg het Ajaxaandeel op de beurs met tien procent.

Doodvonnisgeld: het zegt alles over de club die ooit het Mei '68 van de voetbaltraditie was.

Het kan nog wreder. Na de persconferentie van directeur Kales stak Michael van Praag zijn duim op: goed gesproken, Frank. De Ajax-preses droop nog een beetje na van de jubileumgloed. Geen splinter of sintel aan hem die in de rouw was. Voor sommige mensen moet verdriet van héél ver komen. Van Praag bleef tijdens de persconferentie in revue-stemming. Een man minder aan boord? Ach, de zee is zo wijs en barmhartig, joh.

Nee hoor, Ajax is geen kille club. Ajax is een diepvriesproduct. Het is ofwel te heet ofwel te koud, gezellig warm wordt het niet meer. Het hoort ook niet in de etalage: de verpakking kan de adem van het volk niet aan. Het is tot in de kern volksvreemd.

Verliezen van FC Twente kan, zelfs in een jubileumjaar. Een miskoop op de grillige transfermarkt mag. Periodieke narrigheid en warrigheid in beleid en bestuur kan de beste overkomen. Een grasmat die na zevenhonderdtachtig beurten nog niet wil, is pardonabel. Meer liefde voor skyboxerigheid dan voor een strakke kalklijn, alla: stijl en design zijn geen menswetenschap. Maar een lieve, bange man als Jan Wouters liquideren om zelf buiten schot te blijven, dat kan niet. Het eens zo geprezen lef van Ajax is laf geworden.

Elke zin die Kales, de huurmoordenaar, uitsprak, was er een te veel. `We dachten dat het mooi zou worden – we zijn collectief verantwoordelijk – een sportbedrijf kan niet terugvallen op excuses': het was allemaal nog minder, tuttiger, waziger en dubbelzinniger dan het mea culpa van de paus. Zinnen van een quasi-ziel, uitgesproken met een houten mond, dode ogen en de grijns van de arrivé. Beurstaal. Jan Wouters verdiende het om nog een keer ondergedompeld te worden in een warm bad van metaforen en aubades, van het nobelste schuim, maar zelfs die moeite was de Ajaxjunta te veel. In het ontslag van Wouters ligt de ontmaskering van de heersende bedrijfscultuur: niet de bal, niet de mens, niet God is rond, alleen het geld is rond.

Ajax mag, waar het om stijl, fatsoen, gevoel en symboliek gaat, zo langzamerhand een scheldwoord worden genoemd. Kapitalisme van het ergste soort want het teert en parasiteert op de blinde liefde van weerlozen. Ajax is casuïstiek van het bloed: Olsen, Wouters. Het laatste beeld van Jan Wouters blijft me maar voor de ogen schemeren. In de dramatische wedstrijd tegen Twente zag ik hoe hij zijn kauwgom uit de mond haalde en oprekte en dan weer terug achter de kiezen duwde. Heen en weer. Een coach nog voor zijn veertigste weer kinds gemaakt omdat de mensen om hem heen eigenlijk geen mensen waren. Een jojoënde kauwgom als laatste houvast: zo ver gaat Ajax in de onttakeling van de familie.

Hoe het verder moet, weet niemand. En dus is er een wanhoopscommissie geïnstalleerd met als centrale figuur John de Mol. Waarom niet Vader Abraham? Of een oude crooner uit Scharwoude? Als het toch om entertainment gaat, hoef je niet meteen de grote kanonnen in te zetten. Tenslotte heeft Ajax zichzelf gedegradeerd tot een voorprogamma. Hou het dan ook bij een barpianist. Of bij een cabareteske dorpsidioot.

Een miljardair als ziener, zou het zo werken in het voetbal? Die commissie lijkt mij een droge exercitie van wanhoop. De vraag is niet: hoe krijgen we de Arena vol, de vraag is: hoe krijgen we de brand in het lijf van Machlas, Winter en Grim? Het antwoord op die vraag kan alleen van een moeder komen. Of van Johan Cruijff die veel feminiener is dan het hele Ajaxbestuur bij elkaar. Misschien volstaat een nieuwe kantinejuffrouw: ik heb nog voetballers gekend die zich uit de naad liepen voor het weelderige decolleté van de vrouw in het washok. Anders gezegd: John de Mol helpt niet. Hij is de Kales met een menselijk gelaat. De minzame godfather van Big Brother provoceert zeker tot nog een rondje in de brasserie van Rob Cohen, maar niet tot een splijtende dieptepass.

Jan Wouters zegt te zijn opgestapt zonder rancune. Ik geloof hem op zijn woord. Maar namens Jan zou ik zo graag een keer een Arena vol rancune zien. Rancune zonder vuisten. En dan nu gericht aan het juiste adres. Eén langgerekte schreeuw, anderhalf uur lang, opdat Ajax weer zou worden wat het was: Mei '68.