Japanse jazzo's brommen in ijl droombehang

Toen Nederlandse kooplui vier eeuwen geleden neerstreken in Nagasaki, kregen ze maar beperkt toegang tot de stad. Ook nu nog gelden er restricties voor westerse muzikanten met betrekking tot de lengte van hun verblijf in Japan. Hoewel menselijk verkeer in omgekeerde richting een stuk makkelijker is, willen Japanse jazzo's maar niet echt doordringen tot het Nederlandse publiek. Om hun introductie hier te versoepelen startte baritonsaxofonist Ad Peijnenburg in 1994 het Deshima Ensemble – een gelegenheidsgroep, vernoemd naar het kunstmatige eilandje waarop de eerste Nederlandse handelspost in Japan was gevestigd.

De derde incarnatie van het ensemble, dat gisteren zijn tour begon in het Amsterdamse OCCI, telt twee opmerkelijke Aziatische gasten. De eerste, trompettist Masafumi Ezaki onderstreepte zijn in eigen land opgebouwde reputatie van aanstormend talent door uit zijn instrument klanken te wringen waarvan het bestaan niet eens te vermoeden was. Behalve om er kleurrijk op te blazen, gebruikte hij zijn trompet om erin te schreeuwen, zuchten, kwijlen, brommen en fluisteren. Het leek wel of het koper vergroeid is met zijn stembanden.

De andere gast, de gitarist Kazuhisa Uchihashi die met Ground Zero en Altered States al enige internationale bekendheid geniet, betoonde zich ook een meester van de vervorming. Met behulp van een uitgebreid arsenaal aan elektronica sneed hij rockriffs aan flarden en schonk ze een nieuw leven als kreupel wiegelied, ijl droombehang of industrieel beukende akkoordclusters.

Het punt van overlapping tussen de Japanners en de drie westerse groepsleden is de gedeelde wens om continu de grenzen van de instrumenten te verkennen. Zo ontlokte bandleider Peijnenburg zowel bonkige boeren als luchtig buitelende melodietjes aan zijn saxen. Carl Beukmans, met effectpedalen uitgeruste en drumstokjes bewerkte, contrabas klonk als een gloeiend hete lavastroom of het agressieve knallen van een zweep. En percussionist Alan Purves wekte met zijn zelfgebouwde, inklapbare drumstel de indruk gemakkelijk een contingent Afrikaanse drummers aan te kunnen.

De vraag of zoveel individuele experimenteerdrang bij elkaar wel tot een coherent groepsgeluid kan leiden, beantwoordde het Deshima Ensemble bevestigend. En met overtuiging. De improvisaties waren vaak opgebouwd rond een losse groove, waarbij bas en gitaar de ondersteunende rol vervulden terwijl de percussie als eigenzinnige libero de discussie met sax en trompet aanging of dwarse accenten zette. Door Peijnenburg ingezette melodieën werden gekaapt door Ezaki en Uchihashi, en tot commentaar omgebouwd. Geen van de groepsleden domineerde dit spel echter volledig, waardoor een evenwichtig en hecht geweven totaalgeluid ontstond.

Concert: Deshima Ensemble. Gehoord: 23/3 in OCCI, Amsterdam. Herh.: 25/3 CNM, Middelburg; 26/3 Kröller Müller Museum, Otterlo en Het Klooster, Nuenen; 28/3 Kraaij en Balder, Eindhoven; 29/3 Dodrama, Rotterdam; 30/3 De Spieghel, Groningen; 31/3 Extrapool, Nijmegen; 1/4 Stedelijk Museum, Amsterdam en DJS, Dordrecht.