HOUDBAARHEID VAN TRANSGENE BT-MAIS KAN VERGROOT WORDEN

Afgelopen zomer was al een kwart van alle maïs in de wereld genetisch gemodificeerde Bt-maïs. Bt-gewassen, die overigens in West-Europa nog niet worden verbouwd, hebben een gen uit de bacterie Bacillus thuringiensis (afkorting Bt) gekregen. Dat gen codeert voor een eiwit dat (plaag)rupsen doodt. Voordeel is dat boeren minder insecticiden hoeven te spuiten omdat het gewas haar eigen (biologisch) insectengif aanmaakt. Nadeel is dat insecten tegen het Bt-eiwit binnen een seizoen resistentie kunnen opbouwen, waarna boeren alsnog naar `ouderwetse', milieubelastender middelen moeten grijpen.

Amerikaanse entomologen van de Cornell Universiteit hebben nu aannemelijk gemaakt dat boeren resistentie tegen Bt kunnen vertragen als ze naast een veld Bt-maïs een vluchtstrook met niet gemodificeerde, onbespoten maïs planten. Op zo'n vluchtstrook kunnen de insecten die gevoelig zijn voor Bt-gif zich vermeerderen. Dat is gunstig, omdat de resistentie recessief wordt overgeërfd. De meeste nakomelingen van kruisingen tussen gevoelige en resistente insecten zullen gevoelig zijn voor Bt (Nature Biotechnology, maart).

In januari kwam de Amerikaanse overheid met de richtlijn dat komend seizoen maïstelers ten minste twintig procent ongemodificeerde maïs moeten telen. Met het onderzoek van de Cornell Universiteit is een eerste stap gezet naar experimentele onderbouwing van dergelijke richtlijnen.

De entomologen lieten Bt-resistente en Bt-gevoelige koolmotjes los in twee proefvelden. In de eerste hadden ze tachtig procent transgene Bt-broccoli gemengd met twintig procent gewone broccoli, in de tweede hadden ze een strook van tachtig procent aaneengesloten Bt-broccoli geplant met daarnaast een vluchtstrook van twintig procent gewone broccoli. Gemengd zaaien lijkt, althans bij de koolmotjes, geen zin te hebben. In de gemengde velden zaten op de niet-gemodificeerde vluchtplanten nauwelijks Bt-gevoelige insecten, waarschijnlijk omdat deze beweeglijke belager zich verplaatst tussen beide typen broccoli. De onderzoekers bevestigden ook het vermoeden dat boeren beter niet kunnen spuiten op een vluchtstrook om zo de gevoelige insecten te sparen. Op proefvelden met bespoten vluchtstroken vonden ze tien procent meer Bt-resistente koolmotjes.

Volgens een commentator draagt dergelijk onderzoek bij aan het publieke vertrouwen in biotechnologie. Maar, merkt hij op, er zijn nog heel wat vragen te beantwoorden. Zo duurden de experimenten slechts één seizoen, waardoor nog niks is te zeggen over de effectiviteit van de maatregelen op langere termijn. De onderzoekers zelf relativeren hun onderzoek door erop te wijzen dat er nieuwe Bt-planten aankomen die om ander resistentie-management zullen vragen. Deze planten maken bijvoorbeeld vier verschillende typen bacterie-gif aan. Is het insect resistent tegen het ene Bt-gif, dan wordt hij alsnog gedood door het andere. Behalve natuurlijk als het insect ook die truc door heeft.