Hordelopen met een toverstok

De hoogste spaarrente in Nederland is ongeveer vijf procent rente per jaar. Dan volgt logisch dat iedereen die vorige week inschreef op de nieuwe aandelen van World Online moet hebben gerekend op een opbrengst van meer dan vijf procent per jaar, omdat het veilige alternatief van zo'n langetermijnspaarrekening bewust is gepasseerd. Hoeveel meer dan vijf procent? Voor aandelen in het algemeen rekenen beleggers waarschijnlijk met een opbrengst van 10 tot 12 procent per jaar, want dat cijfer past goed bij de feitelijke resultaten op de beurs over de afgelopen honderd jaar en is ook in overeenstemming met de logische eis dat het in ieder geval aanzienlijk meer moet zijn dan de rente op een spaarrekening. Het risico is immers op de beurs zo veel hoger. In januari en februari veranderde de beurs in Amsterdam twee keer met tien procent in een maand – een keer omlaag, daarna weer omhoog – en dus kunnen de koersen ook wel eens twee of drie maanden achter elkaar in net zo'n omvang dalen. Dan zijn de beleggers dertig procent armer, en dat risico is er niet met een spaarrekening. Tien tot twaalf procent erbij per jaar is dus geen onredelijke eis van de beleggers aan de beurs.

Voor het bedrijf van mevrouw Brink moeten de beleggers nog meer hebben verwacht dan de tien tot twaalf procent per jaar die geldt voor gerenommeerde bedrijven als Unilever, Ahold of Shell. Zullen we zeggen vijftien procent? Hoe groot is dan de kans dat World Online, of het aankomende Internet-fonds van Maurice de Hond inderdaad zo'n prachtig rendement gaan opleveren?

Veel Internet-bedrijven (ook die van Nina Brink en Maurice de Hond) maken vooralsnog alleen maar verlies op hun omzet. Vaak proberen ze marktaandeel te winnen door hun service aan te bieden onder de kostprijs. Dat is een heel bijzonder recept om groot te worden, want het betekent automatisch dat de verliezen alleen maar erger worden als de onderneming groeit. Beleggers moeten dus maar hopen dat ooit zo'n Internet-bedrijf de omslag kan maken en er in gaat slagen om iets te verkopen tegen een prijs waar wel wat winst in zit. Hoe Nina Brink dat voor elkaar zal krijgen is niet erg duidelijk omdat haar bedrijf bijna alles inkoopt van derden en dus altijd concurrentie zal houden met andere partijen die dat even goedkoop ook kunnen doen. Maar goed, neem aan dat World Online en Newconomy van Maurice de Hond een keer uit de rode cijfers komen. Als dat nog drie of vier jaar duurt, betekent dat wel dat de toekomstige winsten gigantisch moeten zijn om de verliezen uit de aanloopperiode goed te maken en de beleggers aan de gevraagde vijftien procent opbrengst per jaar te helpen (bij een geëist rendement van 15 procent per jaar is er over vier jaar 1 gulden 75 winst nodig om een gulden verlies van dit jaar weg te poetsen). Het zal de meeste Internet-bedrijven niet gaan lukken.

Succes van de Internet-firma's veronderstelt bovendien niet alleen een enorme winstgevendheid wanneer de winst eindelijk arriveert, maar ook een toverstok om dan de concurrenten buiten de deur te houden. In sommige bedrijfstakken lukt dat wel. Organon heeft patenten op de anticonceptie pil en kan daar dus mooi winst mee maken. Rolex heeft een beroemde naam in horloges en zal dus ook winst kunnen maken op de reputatie. Maar zijn er patenten op het Internet die twintig jaar lang de winst beschermen? Of gaan u en ik straks op zoek naar de Rolex onder de Internet-bedrijven omdat we willen pronken met onze dure keuze? Dat lijkt niet aannemelijk, omdat nu de Internet-bedrijven juist proberen om hun service bijna gratis aan te bieden. Zonder patentbescherming en zonder luxe merknamen staan bedrijven bloot aan concurrentie, zeker wanneer ze superwinsten willen maken om hun aanloopverliezen goed te maken.

En ook als dat allemaal lukt, is er nog een laatste onzekerheid voor de belegger die nu vertrouwen geeft aan Nina of Maurice. Toen Henry Ford van de auto een massaproduct maakte, besloot de wereld om voortaan meer geld te besteden aan vervoer. Toen Boeing erin slaagde om massaal straalvliegtuigen te bouwen, besloot de wereld om meer geld uit te geven aan vliegreizen. Mensen worden rijker, hebben steeds minder geld nodig voor hun eerste levensbehoeften – eten en drinken nam in 1900 niet minder dan 30 procent in beslag van het inkomen, nu nog maar 10 procent – en besluiten om meer op te maken aan de auto of de vliegreizen. Maar is het waarschijnlijk dat de Nederlanders over een paar jaar massaal besluiten om voortaan minder geld uit te geven aan toerisme of aan hun auto om meer over te houden voor hun Internet-abonnement? Dat niet, maar misschien is dan nog de redding voor Nina Brink dat wij tenminste al onze reizen (en onze nieuwe auto's) gaan bestellen via het Internet. Kan zijn, en dan zullen veel traditionele reisbureaus en autodealers verdwijnen, maar komt het voordeel terecht bij de Internetbedrijven in de vorm van verkoopprovisie of bij de consument als lagere prijzen voor vliegtickets of auto's? Een reisbureau vraagt nu ongeveer 7 procent van de ticketprijs voor het boeken van een vliegreis en misschien 20 gulden voor het boeken van een hotelkamer. Internet-bedrijven kunnen die service nu al bieden voor de helft van de prijs en gaan dus terrein winnen op de reisbureau. Mooi, maar de winst is voor de klant, want als er goud geld valt te verdienen met een Internet-reisbureau komen er nieuwe Internet-firma's die hotelkamers aanbieden voor een provisie van 8 gulden, en straks misschien voor 6 gulden. Niemand krijgt een patent of een monopolie en concurrentie drijft de marges van de tussenpersonen naar het laagst mogelijke niveau. Het Internet is nieuw en spannend, maar een paar wetten van de oude economie gelden nog steeds en een daarvan luidt dat hoge winsten altijd nieuwe ondernemers aantrekken die met een lagere marge de markt instappen.

Verliesgevende Internet-bedrijven moeten dus vier horden succesvol nemen: (1) genoeg geld van beleggers om de verliezen voor te financieren, (2) een toekomstige winst die alle verliezen weer goedmaakt en vanwege de lange wachttijd op die winst wel haast twee keer zo hoog moet zijn als de eerdere verliezen, (3) een winst die weer niet zo hoog is dat alle concurrenten zich op precies dezelfde markt storten, en (4) consumenten die steeds meer geld over maken aan de nieuwe tussenpersonen op het Internet. En tenslotte is er het risico dat Nina en Maurice halverwege de hordenloop alvast maar wat van hun eigen aandelen gaan verkopen. Dan gaat nieuw kapitaal van beleggers niet naar het bedrijf maar naar de insiders die `cashen'. Genoeg gewaarschuwd; tijd om deze column te versturen via de (verliesgevende) gratis Internetservice.