De evolutietheorie en de financiële chaos

Op de handelsvloer van een grote Zwitserse bank in Chicago regeert elke dag de waanzin: handelaren voeren vijf telefoongesprekken tegelijk, houden het geschreeuw van hun collega's in de gaten en werpen ondertussen een snelle blik op de batterij aan monitoren voor zich. In een wereld waar het geld per seconde wordt verdiend of verloren, heb je aan één stel zintuigen niet genoeg. Een beetje afgezonderd in een hoek is er echter een die zich niets aantrekt van al het rumoer om zich heen. Hij is de rust zelve en komt alleen in actie als een onooglijke laptop op zijn bureau een piep laat horen. Het scherm wordt dan gevuld met getallen, en aan de hand van hun positie en hun kleur weet hij of er gekocht of juist verkocht moet worden en op welke markt. Vervolgens gebruikt hij zijn speed dialler om de order door te geven. Zelf hoeft hij geen rekening te houden met de marktontwikkelingen, want dat doet een computerprogramma voor hem. De laptop is via een snelle telefoonlijn vierentwintig uur per dag verbonden met een computer in Santa Fe in New Mexico. Daar komen uit de hele wereld gegevens binnen over handelsvolumes, koersen en prijzen van alle financiële markten ter wereld, en aan de hand daarvan worden de voorspellingen berekend.

Het systeem is uitgedacht op het kantoor van de Prediction Company, een bedrijfje van een paar lichtelijk onaangepaste, maar geniale natuurwetenschappers, die – gekleed in Eat The Rich T-shirts en op sandalen – de financiële markten lijken te hebben verslagen. Het ontstaan en de tumultueuze levensloop van dit bedrijf worden beschreven in een onlangs verschenen boek van Thomas Bass, een Amerikaanse wetenschapsjournalist. Hij schreef al eerder over de lotgevallen van de twee kleurrijke oprichters Doyne Farmer en Norman Packard, die – als studenten – een computer voor in een schoen ontwikkelden om de uitkomst van de roulette in Las Vegas te kunnen voorspellen. Ze werden er niet echt rijk van, maar het zette hen wel op het spoor van wat tegenwoordig chaos-theorie heet: de wiskundige beschrijving van zo diverse verschijnselen als het weer, epidemieën of de economie.

Hun onderzoek leverde hen allebei solide academische betrekkingen op, maar op den duur bevredigde dat toch niet. Daarom besloten ze in 1991 de handen opnieuw ineen te slaan om de orde op te gaan sporen in de chaos van de internationale financiële markten. Tegenwoordig is die strategie gemeengoed geworden. Natuurkundigen en wiskundigen worden in groten getale de financiële wereld ingelokt en er heeft zich een heel nieuw vakgebied ontwikkeld, phynance.

Het is echter niet alleen de natuurkunde die op Wall Street populair is, ook de evolutietheorie blijkt geld te kunnen opleveren. Wat dat betreft behoorden Farmer en Packard tot de pioniers. Ze redeneerden dat de financiële markten een soort ecologisch systeem vormden. Handelaren en investeerders gaan ieder gewapend met een eigen overlevingstakctiek de strijd om het bestaan aan: wie heeft aan het einde van een handelsdag het meeste geld? Het onderlinge spel van al deze 'organismen' stuurt de markt.

De modellen om zo'n evolutionair proces te beschrijven hadden ze al gauw, maar een van de grootste problemen bleek het verkrijgen van actuele en vooral betrouwbare financiële gegevens. Die zijn immers onontbeerlijk om de modellen te testen en af te stemmen. Een ander probleem dat als een rode draad door het boek heen loopt, is het vinden van een investeerder die kapitaal ter beschikking wil stellen om mee te gaan speculeren. Bass lijkt aanwezig te zijn geweest bij alle (verhitte) discussies die aan de uiteindelijke keuze vooraf gingen. Hij geeft ze woordelijk weer hetgeen het boek erg tot leven brengt. Het blijkt niet eenvoudig om een verantwoorde keuze te maken uit de talrijke potentiële huwelijkspartners.

De reputatie die Farmer en Packard zich hebben verworven, zorgt ervoor dat alle financiële groten – Salomon Brothers, Merrill Lynch, Goldman Sachs – zich in Santa Fe melden. Het zijn misschien wel de leukste gedeelten van het boek waarin Bass de tegenstellingen tussen de snelle pakken van Wall Street en de Predictors breed uitmeet.

Maar hij is ook op dreef wanneer hij niet-ingewijden door het oerwoud van derivaten leidt, of in korte terzijdes de concurrentie schetst, financiële `modelbouwers' die het soms beter doen, maar natuurlijk uiteindelijk allemaal ten onder gaan.

Over het succes van The Prediction Company, is Bass erg terughoudend. Er zijn highlights – zo wordt de crash van 27 oktober 1997 voorzien – maar zolang Farmer en Packard nog niet in Forbes Magazine zijn gesignaleerd op de lijst van rijkste Amerikanen, moeten er ook verliezen zijn geweest. George Soros vergeleek succesvol investeren eens met alchemie; en het enige wat de lezer aan het eind van een onderhoudend boek kan concluderen is dat ook de Predictors de steen der wijzen nog niet hebben weten te vinden.

Titel: The Predictors Auteur: Thomas Bass

Uitgever: Henry Holt and Company, New York

ISBN 0-8050-5756-0, 309 pagina's

Prijs: 25 dollar