De dot.com-top

DE EUROPESE UNIE heeft een nieuwe heilige graal ontdekt. Internet moet ervoor zorgdragen dat de Europese Unie binnen tien jaar de sterkste economie van de wereld heeft, een dynamische kenniseconomie die de Verenigde Staten voorbijstreeft wat betreft werkgelegenheid en tegelijkertijd garant staat voor behoud van een rechtvaardig sociaal stelsel. Met dat vergezicht zijn de leiders van de Europese Unie tevreden naar huis teruggekeerd van hun tussentijdse top in Lissabon. De aanvankelijke bedoeling van deze bijeenkomst was om het terugdringen van de werkloosheid in de EU te bespreken. Maar een blauwdruk voor hervorming van het `Europese model' is uitgebleven. De golf van enthousiasme van de staats- en regeringsleiders in Lissabon voor Internet heeft politieke controverses over hervormingen van de sociaal-economische arrangementen en de arbeidsmarkten naar de achtergrond gedrongen.

De EU worstelt al decennia lang met achterblijvende groei en chronisch hoge werkloosheid. In de jaren tachtig deed Jacques Delors, de toenmalige president van de Europese Commissie, herhaaldelijk voorstellen voor een Europees groei- en werkgelegenheidsbeleid. De Commissie kwam om de zoveel jaar – laatstelijk in 1993 en 1995 – met ambitieuze banenplannen, aanbevelingen voor industriepolitiek of Trans-Europese infrastructurele projecten – zonder dat die in de verste verte opleverden wat ze beloofden. Nu erkent de Commissie dat de groei van de Europese Unie systematisch lager is dan die in de Verenigde Staten, dat de werkloosheid onaanvaardbaar hoog blijft en dat te veel mensen uitgesloten zijn van de samenleving. De kosten van `dit kankergezwel in het hart van de Europese samenleving', zoals de Commissie het noemt, bedragen jaarlijks tussen de duizend en tweeduizend miljard euro, een verlies van twaalf tot twintig procent van het Europese economische potentieel door armoede, gezondheidsproblemen en criminaliteit.

WAAROM GEBEURT daar niets aan? Eenvoudig gezegd omdat de machten van de `oude economie' – de gevestigde belangen van de vakbonden, de werkgevers, de bestuurlijke en politieke elite – terugdeinsden voor ingrijpende hervormingen die op grote maatschappelijke weerstanden zouden stuiten. In EU-landen waar het sociaal-economische model wél op de schop is genomen in de jaren tachtig en negentig, zoals Groot-Brittannië, Spanje, Nederland en andere kleinere lidstaten, gaat het economisch uitstekend. De problemen concentreren zich in Italië, Frankrijk en Duitsland, hoewel ook in die landen eindelijk de wind van verandering voorzichtig is gaan waaien.

De omstandigheden voor sociaal-economische hervormingen zijn gunstig. Mede dankzij een relatief goedkope euro beleven de eurolanden een opleving van hun economische groei. De overheidsfinanciën zijn gezonder dan ze in decennia zijn geweest. De inflatie is laag, ondanks de hoge olieprijzen en de dure dollar. De bereidheid om het aandeelhouderskapitalisme te omhelzen neemt toe – ook in Duitsland (zie de overname van Mannesmann) en Frankrijk (zie de golf aan overnemingen). De houding van de Commissie is eveneens geëvolueerd: de aanbevelingen voor banenplannen en werkgelegenheidsdoelstellingen hebben plaatsgemaakt voor oproepen tot verdere liberalisering van productmarkten.

De aanwezigheid in de Europese Commissie van marktliberalen als Bolkestein draagt hieraan ongetwijfeld mede bij. Brussel streeft niet langer naar één gemeenschappelijk sociaal beleid voor alle lidstaten, maar naar de vergelijking van de beste resultaten die landen met verschillende vormen van beleid bereiken. Het is een Europese aanpak die in Nederland al jaren wordt bepleit door de secretaris-generaal van Algemene Zaken Geelhoed, de ambtelijke rechterhand van premier Kok.

BOVENOP DEZE verfrissende Brusselse aanpak komt de plotselinge politieke aandacht voor Internet. De omhelzing van Internet als het panacee voor alle sociaal-economische kwalen moet met een korrel zout worden genomen. Niet in de laatste plaats omdat de EU hiermee in vergelijking met de Verenigde Staten rijkelijk laat is.

Het zal buitengewoon lastig worden om de voorsprong die de VS de afgelopen vijf jaar hebben opgebouwd in de `nieuwe economie', in te halen. Het is daarom van belang voor de Europese bedrijvigheid op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie dat de Europese markt zich verder kan ontwikkelen.

De voorstellen die in Lissabon zijn aangenomen voor een Europees wettelijk kader voor e-commerce en stimulering van durfkapitaal voor Internet-activiteiten zijn stappen in die richting.

De opkomst van Internetbedrijven staat in de EU nog maar aan het begin. Internet opent een nieuwe wereld, maar het is geen magische oplossing ter vervanging van sociaal-economische hervormingen.