COMPUTER MOET MEISJESACHTIGER

Meiden zullen hopeloos achter raken op jongens. De reden? De computer. In het onderwijs wordt de computer een steeds belangrijker leermiddel en aangezien meisjes het minder leuk vinden om met de computer te werken dan jongens en er minder behendig in zijn, lopen ze een achterstand op. Dit doemscenario rijst op uit het onlangs verschenen onderzoeksrapport `Nieuwe media, nieuwe verschillen' van drs. Edith van Eck, senior onderzoeker bij het SCO-Kohnstamm Instituut en dr. Monique Volman, universitair docent Onderwijspedagogiek Vrije Universiteit Amsterdam. Als lichtpuntjes dragen zij een aantal voorbeelden aan van good practice. Het ministerie van Onderwijs werkt aan een plan van aanpak.

``Hé, als ik niks doe krijg ik allemaal sterren op mijn scherm!'' roept Doreen (12) verwonderd uit. ``Ja goed, hè'', reageert docent Pia van Hijfte, ``dat heet een screensaver.'' Doreen volgt samen met zes andere meisjes een cursus Internet bij Technika 10 in Amsterdam. Technika 10 is een landelijk netwerk van technische activiteiten voor meisjes onder leiding van vrouwelijke docenten. De cursussen vinden op en buiten school plaats, tijdens en na schooltijd. Een van de kenmerken van de Technika 10-cursussen is dat de meisjes getraind worden in het jargon, omdat dit hun zelfvertrouwen vergroot. Dat is namelijk wat veel meisjes missen als het gaat om werken met de computer.

Het gebrek aan zelfvertrouwen is één probleem in een haast onontwarbare kluwen van problemen rondom meisjes en `de computer' die Van Eck en Volman vonden. Meisjes nemen veel minder dan jongens deel aan computercursussen, keuzevakken als informatica en informatica-opleidingen. Meisjes blijken minder te weten over Informatie en Communicatie Technologie (ICT) en ook het leren met de computer gaat hun minder goed af. Meisjes willen minder vaak in de toekomst iets met ICT gaan doen. In deze opsomming zijn oorzaak en gevolg niet meer te scheiden. Doen meisjes geen ervaring op met de computer omdat ze het niet leuk vinden of vinden ze computeren niet leuk, omdat ze er onvoldoende ervaring mee hebben?

``Welk dier kan het meisje op stelten optillen?'' Jasne (12) fronst haar wenkbrauwen en kijkt eens wat haar buurvrouw Rachnella (11) heeft gevonden. De meiden van Technika 10 zijn vandaag bezig met een dierenspeurtocht door de Digitale Stad. Ze worden via opdrachtjes van site naar site geleid, waar ze een dier moeten zoeken. Zo surfen de meiden door het Amsterdamse filmaanbod, Artis en de site van de VPRO langs aapjes, wolven en het paard van Pippi Langkous. ``We kiezen onderwerpen die meisjes aanspreken'', legt Van Hijfte uit. ``We hadden ze ook kunnen laten zoeken naar monsters, maar dieren spreken meer aan.''

Het jongensachtige karakter van de meeste software is volgens Van Eck en Volman een van de redenen waarom meiden minder geïnteressseerd zijn in ICT. ``Meisjes vinden de afbeeldingen te grof, te weinig gedetailleerd en de muziek niet mooi en te hard'', vertelt Van Eck in haar werkkamer. ``Ze geven de voorkeur aan computerspelletjes met avontuur, creativiteit en vriendschap, maar in veel spelletjes draait het om geweld. Op zich is dat niet vreemd, want de ontwerpers zijn snelle ICT-jongens, maar het heeft grote gevolgen, want ook sommige educatieve software is erop geënt. Meisjes scoren daardoor bijvoorbeeld op probleemoplossende taken op de computer slechter dan jongens.'' Haar collega Volman haalt een voorbeeld aan van een programma vol piraten en messen waarin een schat moest worden gezocht. Datzelfde programma werd voor meisjes aangepast in een versie met prinsessen. Het bleek dat de meisjes hierop aanzienlijk beter scoorden dan op het jongensachtige spel. Opvallend genoeg bleek het voor jongens niet uit te maken of ze nu met prinsessen of piraten speelden. De jongens vonden het spel het belangrijkst, de meisjes de inhoud.

In de Verenigde Staten, een belangrijke bron voor het literatuuronderzoek van Van Eck en Volman, heeft het commerciële belang al geleid tot `meidensoftware', met als ultieme meidenactiviteit het aankleden van Barbie om haar op de digitale catwalk je eigen creatie te laten showen. De site van de Meisjes Internetclub van Technika 10 laat een meisjeskamer zien, met felgekleurde meubeltjes die aangeklikt kunnen worden. Zo kunnen meisjes terechtkomen bij interviews met vrouwen die werken in de ICT en kunnen ze met hen e-mailen. Net als al het cursusmateriaal is ook de site door de medewerksters van Technika 10 ontwikkeld. ``Ik vind het leuk'', zegt Samia (12) erover. Ze heeft thuis op haar kamer een computer en heeft een cd-rom met honderd spelletjes. `Rad van Fortuin' doet ze het liefste, en `Aladdin'. En ze print plaatjes uit om mooie briefjes te maken, die ze naar haar vriendinnen stuurt. ``Dat heb ik op mijn computer geïnstalleerd.'' Samia heeft zich aangemeld voor de cursus Internet omdat ze wil leren hoe ze dingen kan opzoeken. En ze vindt het leuk om haar eigen webpagina te gaan maken, ook een cursusonderdeel.

Ondanks het veelvuldig gebruik van computers door secretaresses, reisbureaumedewerksters en doktersassistentes, wordt het apparaat nog steeds geassocieerd met `techniek', vertelt Volman: ``Op scholen zijn het vaak de wis- en natuurkundedocenten die de computer de school in hebben gebracht en er zich nog steeds over ontfermen. Er zijn heel weinig vrouwelijke docenten die dat doen, dus meisjes missen een rolmodel. Dit versterkt de associatie van ICT met `mannenvakken'.'' Het is aan de scholen daar verandering in te brengen, door meer vrouwelijke docenten in te zetten voor ICT bijvoorbeeld. Ook al voorziet Volman dat de computer steeds meer een gebruiksvoorwerp wordt, toch verwacht zij niet dat de problemen zich hierdoor vanzelf oplossen. ``Er ontstaan steeds andere, nieuwe toepassingen en dus moet je alert blijven en ervoor waken dat ook meisjes zich aangesproken voelen.''

Volgens Volman biedt de computer meisjes nu te veel de kans een `meisjesachtige act' op te voeren. `Help, hij doet het niet!' demonstreert ze met beide handen in de lucht. ``Het is kennelijk aantrekkelijk voor een meisje om te doen alsof ze niets van computers weet, terwijl het voor jongens bijdraagt aan hun identiteit om met termen als megabite en digitaal te smijten, terwijl ze vaak niet eens weten wat het inhoudt.'' Docenten kunnen dat gedrag beïnvloeden, net zoals ze meer in kunnen gaan op de werkwijze van meisjes. Meisjes willen graag een doel hebben en dat kunnen laten zien, zoals een mooi werkstuk of e-mailtje. Ze blijken meer gericht op het proces van samenwerken, dan sec op het werken aan de computer. Van Eck: ``Wanneer twee meisjes samenwerken, bedienen ze om beurten de muis. Wanneer een jongen en een meisje samenwerken is het de jongen die de muis vasthoudt, en niet wil afgeven. In de taakverdeling doen jongens het `technische' deel en Internet, terwijl meisjes het schrijfwerk doen en op cd-rom zoeken.'' Een van de aanbevelingen in het onderzoeksrapport is dan ook nascholing van docenten, waarin ze op deze problemen gewezen worden en manieren leren om met verschillen tussen leerlingen om te gaan. Broodnodig, aldus Van Eck: ``Er zijn nog steeds docenten die zeggen `ach, als zo'n meisje de computer niet leuk vindt, waarom zou ze dan.' Maar dat zeggen ze toch ook niet bij het leren schrijven?''

www.technika10.nl