Betuttelde onderzoekertjes

Jonge Nederlandse onderzoekers behoren tot de meest betuttelde in de wereld. Wie daaraan twijfelt moet de nieuwe brochure van NWO over de Vernieuwingsimpuls ronde 2000 maar lezen. Er is nieuw geld voor jonge onderzoekers, maar dat kunnen zij niet zelf bij NWO aanvragen. De universiteiten moeten het briljante ventje of meisje voordragen. De onderzoekertjes worden ook niet geselecteerd op kwaliteit, maar primair op `aanstekelijke fascinatie voor onderzoek of technologie' en `overtuigingskracht'. Een vlotte babbel dus. Leuk toneel kunnen spelen helpt ook: `Doelgroep voor Vernieuwingsimpuls zijn mensen met een opvallend en origineel talent en een grote fascinatie voor het doen van uitdagend en grensverleggend onderzoek. Ideeën mogen – en moeten zelfs bij voorkeur – onorthodox en dwars zijn'. Het lijkt wel werving van dwarse randjongeren voor banen in het schoonmaakwerk. Uitdagend en heel geschikt voor mensen met onorthodoxe ideeën, liefst goedkopere ideeën.

Zijn de babbelaars per definitie ook de beste onderzoekers? Nee natuurlijk. Ik heb promovendi gehad die zich slecht wisten uit te drukken, althans in het begin, en die het ver hebben gebracht. Ik herinner me een lang gesprek met een student, twintig jaar geleden, hangend tegen een labwerkbank. Hij drukte zich zo wonderlijk uit, dat ik moeite had om er achter te komen wat hij precies aan het doen was. Zijn proeven zagen er echter goed uit. Ik heb die student aangenomen als promovendus en daar nooit spijt van gehad. Hij deed mooi onderzoek; leerde geleidelijk ook uit te leggen wat hij deed; en hij is nu een van de beroemde Nederlandse onderzoekers in het buitenland met veel meer medewerkers en salaris dan ik ooit heb gehad.

Ik ontken niet dat het handig is dat er onderzoekers zijn die vlot praten en schrijven. Die zijn nuttig bij de verspreiding van nieuwe kennis en bij het creëren van een draagvlak voor onderzoek bij de gemiddelde Nederlander. Aanstekelijke fascinatie voor onderzoek en technologie en overtuigingskracht, de belangrijkste criteria om nu geld van NWO te krijgen, kunnen echter ook aanwezig zijn bij mensen zonder een uitgesproken talent voor fundamenteel onderzoek (zoals bij de redacteuren van het wetenschapssupplement van de NRC). Voor de selectie van onderzoekers is een vlotte pen geen bruikbaar criterium.

Ook die tegendraadsheid is flauwekul. Het kenmerk van goede onderzoekers is juist dat zij weten dat onderzoeksprogramma's solide moeten zijn. Alleen door systematisch onderzoek kom je onverwachte zaken tegen, die een originele geest inspireren tot een werkelijk nieuw idee. Alleen in een systematisch opgezet onderzoeksprogramma kunnen studenten, promovendi en postdocs het werk als onderzoeker leren. Een zeer goede onderzoeker lijkt soms tegendraads, omdat hij of zij de meute één stap voor is. Onderzoekers die zich echter toeleggen op tegendraadsheid worden querulanten en komen nergens. Ik ken er een aantal, zij dragen zelden iets bij, en als rolmodel voor jonge onderzoekers zijn zij een ramp.

Wat mij ook irriteert in de kleutertaal van de Vernieuwingsimpuls-brochure is de echo van de jaren zeventig. Niet de geleverde prestaties, maar de onorthodoxe toekomstplannen krijgen de nadruk. Uiteraard moet iemand naast aanstekelijke fascinatie en overtuigingskracht ook `wetenschappelijke vaardigheden' bezitten, `blijkend onder meer uit proefschrift, publicaties en/of andere wetenschappelijke verworvenheden', maar het gaat toch vooral om het `innovatieve karakter' van het onderzoek. Ik voelde me weer terug in de tijd dat de universitaire bovenbazen verbaasd waren dat je een goede promovendus wilde in plaats van een gemiddelde. Iedereen die met succes een doctoraalexamen had afgelegd was toch gekwalificeerd? Ja, misschien voor universitaire bestuursfuncties, maar niet voor echt onderzoek. Dat kunnen maar weinig mensen en die herken je alleen door hun vermogen om resultaten te krijgen, niet door hun tegendraadsheid of innovatieve ideeën.

Hoe komt NWO, dat toch de hoeder zou moeten zijn van het echte onderzoek in Nederland, ertoe om samen met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Vereniging voor Samenspannende Nederlandse Universiteiten (VSNU) zo'n malle brochure uit te geven? Het antwoord op deze vraag zal NWO zelf moeten geven, maar ik leg de schuld bij het academische poldermodel, waardoor het Nederlandse onderzoeksbestel in een klemmende compromiscultuur gevangen is. De commissie-Rinnooy Kan, die NWO drie jaar geleden heeft doorgelicht, constateerde al dat NWO veel te veel aan de leiband loopt van de universiteiten. NWO zou moeten uitgroeien tot een volwassen organisatie, die zelfstandig, op grote lijnen gestuurd door de minister, het Nederlandse onderzoek zou moeten bevorderen.

Daar is het niet van gekomen. NWO kreeg niet meer geld, maar mag wel helpen om universitair geld te herverdelen, waarmee NWO nog sterker gedrukt is in de rol van de dienstmaagd van de universiteiten. In plaats van dat NWO volwassener is geworden, lijkt de onderdanigheid naar universiteit en politiek alleen toegenomen. Het is alsof NWO geen gevoel van eigenwaarde heeft, niet beseft dat het een belangrijke bijdrage levert en iets te bieden heeft. Waarom niet beter rondgekeken in de Verenigde Staten, waar de grote overheidsafhankelijke subsidiegevers zeer gewiekst zijn in het bespelen van de politiek, zonder tot kleutertaal en betutteling te vervallen tegenover de onderzoekers?

Het onderliggend probleem is toch dat het Nederlandse onderzoek nog te veel bestuurd wordt door mensen die ver van het onderzoek afstaan. Het is opvallend dat in Amerika praktisch alle topfuncties in de wetenschap vervuld worden door uitstekende onderzoekers, die actief in het onderzoek blijven, ondanks een loodzware administratieve baan. Nederlandse bestuurders daarentegen publiceren zelden een wetenschappelijk artikel, ze worden niet dagelijks op de hak genomen door promovendi of postdocs, ze bedenken voortdurend nieuw beleid waar onderzoekers last van hebben en ze weten niet echt wat nodig is om de beste jonge onderzoekers te selecteren en armslag te geven.

Deze tirade zou de indruk kunnen wekken dat er niets goeds is aan de Vernieuwingsimpuls, maar dat is natuurlijk overtrokken. Het is schitterend dat er voor een paar jonge onderzoekers vijf jaar lang ƒ300.000,- per jaar beschikbaar komt, waarmee zij naar eigen inzicht onderzoek kunnen doen. Alleen de betuttelende formulering en uitvoering van dit plan zijn ongelukkig. De jonge onderzoeker kan zich niet direct met haar plan bij NWO melden, maar moet dat doen bij de universiteit van haar keuze. Dan volgt er een mistig selectieproces, waaruit 110-115 kandidaten komen. Daaruit kiest NWO de 40 beste kandidaten. Wat mij hierin niet bevalt is de eerste stap, waarin kandidaten niet alleen hun voorkeur voor een universitair instituut kenbaar moeten maken, maar ook uiteraard de steun moeten verwerven van machtige oude mannen in zo'n instituut teneinde enige kans te maken om door de universiteit te worden voorgedragen. Waarom niet een rechtstreekse aanmelding bij NWO? Daar is een zeer succesvol precedent voor, het Christiaan en Constantijn Huygensprogramma van NWO, dat na een schitterende jeugd een vroege dood is gestorven in de jaren tachtig.

Niet alleen NWO komt tekort bij deze opzet van de Vernieuwingsimpuls, maar ook de universiteiten. Ze mogen kandidaten voordragen, maar moeten die kandidaten meteen ook een toekomstige vaste aanstelling bieden. Dat is een rare gang van zaken. De allerbelangrijkste beslissing die universiteiten nemen, is de aanstelling van nieuwe stafleden. In serieuze universiteiten worden daar zware commissies voor benoemd, die in een open sollicitatie de allerbeste kandidaat kiezen. Deze cruciale rol geven de universiteiten nu uit handen. Ze mogen een kandidaat uit eigen kring voorstellen, maar zitten daar dan ook aan vast. Als 6 jaar later een veel betere kandidaat beschikbaar zou zijn, die in een open sollicitatie zeker de voorkeur gekregen zou hebben, dan is de plaats al vergeven aan de tegendraadse rakker die door NWO voor een vernieuwingsimpuls is verkozen. Zo komen NWO en universiteiten beide tekort door een onnodige vermenging van verantwoordelijkheden.

Jammer dat het bij deze vernieuwingsimpuls weer om een schijntje gaat, als je het vergelijkt met de Betuwelijn of de uitbreiding van Schiphol. Al die speciale programma's zijn administratief ook duur. Het toch al imposante waterhoofd van de wetenschapsbeleidbureaucratie zwelt nog verder op. Maar alla, liever onderzoeksgeld met een mal etiket en een ongelukkige selectieprocedure dan geen geld.