Voorzitter EU-commissie moet orde herstellen

De actie van veertien lidstaten tegen Oostenrijk is in flagrante strijd met het Verdrag betreffende de Europese Unie, meent Uffe Ellemann-Jensen.

De `gezamenlijke reactie' van veertien EU-regeringen tegen hun partner Oostenrijk dreigt de Unie te verzwakken op een moment dat die voor haar zwaarste opgave tot dusver staat: het openstellen van het lidmaatschap voor de jonge democratieën van Midden- en Oost-Europa. Want de door deze veertien ingestelde politieke boycot van Oostenrijk ondermijnt het Verdrag van Amsterdam betreffende de Europese Unie en roept vragen op over het functioneren van de EU-instellingen. Als deze impasse niet snel wordt doorbroken, lijdt de Europese integratie ernstige schade.

De bedoelingen van de veertien waren hoogstaand: men wilde de Unie beschermen tegen de xenofobie die de leider van de Oostenrijkse FPÖ, Jörg Haider, in zijn retoriek tot uiting bracht. Toen de Oostenrijkse conservatieven in januari met Haiders partij gingen onderhandelen over een nieuwe regeringscoalitie, na vele jaren met bezadigde conservatief-socialistische kabinetten, luidde in heel Europa de alarmklok. Plotseling bleken veertien staats- en regeringsleiders van de Europese Raad slagvaardig te kunnen beslissen.

Helaas – té slagvaardig. Zij besloten een politieke boycot tegen Oostenrijk in te stellen wanneer de nieuwe coalitie tot stand zou komen. En toen de nieuwe regering inderdaad werd beëdigd, volgde dan ook de boycot.

Dit staat op gespannen voet met het Verdrag van Amsterdam, waarin duidelijke regels staan voor het gedrag van regeringen onderling in een situatie dat fundamentele gemeenschappelijke beginselen in gevaar komen:

Artikel zes van het Verdrag benoemt die gemeenschappelijke principes: ,,...beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat...''

Volgens artikel zeven kan de Europese Raad ,,een ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van ... [deze] beginselen constateren, na de regering van de lidstaat in kwestie te hebben uitgenodigd haar visie te geven. Wanneer een dergelijke constatering is gedaan, kan de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot opschorting van de rechten die uit de toepassing van dit verdrag op de lidstaat in kwestie voortvloeien, met inbegrip van het stemrecht van de vertegenwoordiger van de regering van die lidstaat in de Raad''.

Tot zover geen onduidelijkheden. Nu hebben veertien staatshoofden en regeringsleiders gemeend nieuwe, eigen regels te moeten verzinnen. Zij hebben hun gezamenlijke optreden willen camoufleren als iets dat niets uitstaande had met de EU. Zij spraken over een `gezamenlijke reactie' van veertien regeringen alsof ze geheel toevallig de koppen bij elkaar hadden gestoken.

Ik ben zeker geen bewonderaar van Haider en zijn zogeheten Vrijheidspartij. Zijn houding tegenover de openstelling van Europa voor de jonge, post-communistische democratieën is zorgwekkend; zijn gebrek aan tact met betrekking tot de schaduwzijden van de recente Europese geschiedenis is stuitend. En dat zijn nog slechts twee van de redenen waarom we hem en zijn partij enkele jaren geleden uit de Europese Liberale en Democratische Partij hebben gegooid. Maar een democratisch gekozen regering moet op haar beleid worden beoordeeld, niet op de retoriek van een populistische politicus, hoe vulgair en weerzinwekkend die ook is.

De actie tegen Oostenrijk beangstigt heel Europa, niet in de laatste plaats de jonge democratieën die het EU-lidmaatschap hebben aangevraagd. De nieuwe Oostenrijkse regering is door haar Europese partners veroordeeld zonder dat zij haar opvattingen kenbaar heeft kunnen maken. Er heerst verwarring alom, want welke gemeenschappelijke principes hebben de Oostenrijkers geschonden?

Waarom wordt wel opgetreden tegen de Oostenrijkse Vrijheidspartij terwijl niet is opgetreden tegen andere Europese landen (zoals Italië) toen daar extreem-rechtse partijen aan de regering deelnamen? Hanteert Europa voor kleine landen andere regels dan voor grote landen? Stel dat opeens communisten gaan deelnemen in regeringscoalities. Zal dat ook leiden tot een politieke boycot van andere EU-regeringen? En zo niet, is de reden dan dat elf van de veertien zittende regeringen bestaan uit socialisten en sociaal–democraten en dat zij te hulp zijn geschoten toen hun Oostenrijkse politieke verwanten de macht kwijt dreigden te raken? Hanteren we voor extreem-rechts andere regels dan voor extreem-links?

Deze nijpende vragen dreigen het gezag van de Europese Raad te ondermijnen. Deze instelling heeft de afgelopen tien tot vijftien jaar aan invloed gewonnen. Staatshoofden en regeringsleiders komen vaker bijeen dan voorheen en bemoeien zich steeds actiever met de besluitvorming in de EU. Er is iets tussen hen gegroeid wat soms wel een old boys network lijkt, een sfeer van ons-kent-ons. Zij hebben meermalen een welkome stimulans gegeven aan de Europese integratie wanneer snel en zonder tussenkomst van bureaucraten moest worden beslist. Maar als zij handelen zoals in dit geval – zonder overleg met hun diplomaten of met de Commissie – schemert iets door van de arrogantie van de macht die de Europese integratie voor menigeen zo beangstigend maakt.

De veertien regeringsleiders hebben zich in een impasse gemanoeuvreerd. Het is dezer dagen treurig te zien hoe het toegaat in de ministerraad: sommige ministers gedragen zich als kleuters. Ik wil jou geen hand geven; ik wil niet naast jou zitten; ik luister toch niet als jij wat zegt. Dat is geen waardige manier van doen. Maar valt dit nog ongedaan te maken?

Misschien moet de voorzitter van de Commissie deze gordiaanse knoop doorhakken. Tenslotte hebben hij en zijn collega-Commissieleden tot taak te waken over de naleving van het Unie-verdrag. Hij kan niet werkeloos blijven toezien wanneer één lidstaat door de andere wordt gekat – een houding die in flagrante strijd is met de regels van het verdrag. Grijp in, signor Prodi. Red van een ieders gezicht wat er te redden valt.

Uffe Elleman-Jensen is oud-minister van Buitenlandse Zaken van Denemarken.