Verslaafd aan een fatale kick

Dat de meeste boeken en artikelen over de Joegoslavische burgeroorlog aan mij niet besteed zijn, is toeval. Ik mocht er voor deze krant bij zijn toen achtereenvolgens in Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina de oorlog uitbrak. De meest gehoorde verklaring voor het ontstaan van die oorlogen – een expansieve Servische leiding onder Miloševic die vrijheidslievende andere volkeren van ex-Joegoslavië overviel – zou nooit bij me zijn opgekomen als ik niet wist dat dit beeld mettertijd aan het thuisfront was gaan leven.

Mijn eigen beeld is dat de nationalisten in de diverse republieken allemaal op een opdeling van Joegoslavië uit waren. De militair minder krachtigen – in Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en later ook Kosovo – hebben de krachtigste partij in demografisch en militair opzicht, Servië, uitgenodigd tot een ongelijke militaire strijd, hun `eigen' volk als het ware in gijzeling nemend. Dit opgelegde martelaarschap had twee bedoelingen. Ten eerste mobiliseerde het brede lagen in de bevolking die het naar hun zin hadden in de veelvolkerenstaat Joegoslavië. Ten tweede leverde het slachtofferschap propagandistisch voordeel op in het westen, waar de Serviërs toch al een slechte pers hadden. De `kleine' oorlogspartijen hebben steeds de gedachte gekoesterd dat men de strijd zou kunnen winnen door westerse interventie, waartoe het westen in morele termen werd opgeroepen.

Het moet gezegd dat in de jaren negentig de Servische oorlogspartij op de polariserende provocaties reageerde met een hoeveelheid wapengeweld en etnische zuiveringen die de stoutste verwachtingen overtrof. Het gaat er geenszins om, allerlei schurken en wreedaards te rehabiliteren, maar op schurkendom had de Servische oorlogspartij allerminst het monopolie. Eerder was opvallend hoe makkelijk veel Joegoslaven in oorlogsstemming te brengen waren en hoeveel er bereid bleken in het kader van de oorlog bloeddorstig te keer te gaan. Je kreeg de indruk dat oorlog er niet een ongewenst verschijnsel was, maar eerder over een breed maatschappelijk draagvlak leek te beschikkken.

Andrenalinestoot

Ik schreef het bovenstaande met weerzin op en wel om uit te leggen waarom Anthony Loyds Mijn voorbije oorlog, ik mis hem zo een van de beste boeken over de Joegoslavische burgeroorlog is. Het is op het eerste gezicht een buitengewoon stuitend en onverantwoord boek: jonge, onervaren verslaggever gaat op stap naar Bosnië om zijn graantje mee te pikken van de aldaar aanwezige carrièrekansen voor aankomende journalisten. Hij belandt in Centraal-Bosnië, waar Kroaten en moslims elkaar bevechten met grote wreedheid en dito enthousiasme – op een manier die Loyd met misselijkmakende fysieke details beschrijft. De verslaggever gedijt bij de oorlog, net als de meeste combattanten, dat blijkt uit iedere bladzijde. De dagelijkse adrenalinestoot van het gevaar, en de alomtegenwoordigheid van bloed en uitpuilende darmen of herseninhoud fascineren hem: dit is écht leven. De situatie werkt bovendien uiterst erotiserend – een zelden behandeld aspect van oorlogvoering.

Op het punt van politieke analyse schiet Loyds boek tekort: hij beschrijft heel mooi hoe, dorp na dorp, stadje na stadje, een vreedzaam samenlevende bevolking tot onderlinge slachtpartijen wordt aangezet nadat strijders van buiten het voorbeeld hebben gegeven. Maar vervolgens ontsteekt Loyd in grote geestdrift als moslimtroepen hetzelfde doen in de Bihac-enclave, waar een dissidente moslimleider aanvankelijk een lokale vrede bewaarde.

Met de plastische beschrijving van wreedheden had het wat minder gekund, en hetzelfde geldt voor het verhaal van de heroïneverslaving waartoe de auteur vervalt als hij – terug in het saaie Londen – op zoek gaat naar een vervanging voor de kick van de oorlog.

Toch is dit een goed boek, omdat het zo oorspronkelijk en eerlijk is: de oorlog is voor velen in Joegoslavië great fun geweest, of is dat nog. Loyd maakt dat voelbaar en draagt daarmee bij aan een beter begrip van wat er in ex-Joegoslavië is gebeurd. Meer dan je van menig politiek-correct verslag kunt zeggen.

Bijdragen tot begrip probeert ook Michael Ignatieff in Virtual War, het derde boek van deze Britse schrijver-journalist over de oorlog in Joegoslavië. Virtual war, een verzameling opstellen over de oorlog om Kosovo, blijft wat achter bij de twee eerdere, vooral bij het door intellectuele verbijstering gekenmerkte reportageboek The Warriors Honor. Ignatieffs nieuwe boek past in een reeks publicaties waarin, een jaar na dato, grote ongemakkelijkheid blijkt met de uitkomsten van de oorlog in Kosovo: een zeer dure operatie, met hoge humanitaire kosten voor de aanvankelijk massaal verdreven Albanezen, leidend tot wat het westen nu eigenlijk wilde voorkomen: etnische zuivering van het gebied, zij het in omgekeerde richting.

Precedent

Deze onvrede vloeit voor een groot deel voort uit het feit dat de doelen van de westerse interventie (mensenrechten, beteugeling van machtsambities, vestiging van een multi-etnische samenleving en dergelijke) op geen enkele manier aansluiten bij de motivatie ter plaatse (nationale bevrijding, volkseer, wraak, verdrijving van andere groepen, oorlog als doel op zich).

Ignatieff komt tot een heel andere analyse van de post-Kosovo kater. De virtuele oorlog, meent hij, is een onbevredigende vorm van oorlogvoering. Wie van tevoren duidelijk proclameert dat hij geen slachtoffers aan de eigen kant wil, zodat hij zijn vliegtuigen op grote hoogte houdt en afziet van de inzet van grondtroepen, kan niet al te veel verwachten van zijn vermogen de situatie in het oorlogsgebied te beïnvloeden. Bovendien is de Kosovo-oorlog een onaangenaam precedent: de valse overtuiging dat het westen zonder menselijke en politieke kosten aan het thuisfront overal ter wereld militair zijn wil zou kunnen opleggen.

Dat lijkt een zinnige gedachte, maar er schuilt een risico in, en wel dat van een pleidooi voor escalatie aan westerse kant. Escalatie is er steeds geweest: in de acht jaar van de Joegoslavische burgeroorlog is het westen opgeschoven van diplomatie naar militaire ondersteuning van humanitaire hulp, naar vormen van vredehandhaving met troepen, naar bombarderen. Hoe zinnig een verdere escalatie zou zijn, kan mede duidelijk worden uit de resultaten van de westerse escalatie in Joegoslavië tot nu toe.

Uit het reisverslag van Simon Winchester, van Wenen naar Istanboel, kun je opmaken hoe de stemming in ex-Joegoslavië nu is: een mengeling van rancune en verveling. Wat eens een relatief dynamische en gevarieerde samenleving was, is uiteengevallen in economisch weinig levensvatbare, etnisch zuivere republieken en territoria. Eigenlijk het enige positieve punt is dat in de gebieden waar de oorlog al eerder overheen is gerold, de rust is weergekeerd. Ik denk niet dat het heel anders zou zijn geweest, wanneer het westen na 1992 schouderophalend aan de Joegoslavische burgeroorlog voorbij was gegaan.

Anthony Loyd: Mijn voorbije oorlog, ik mis hem zo. Vertaling Ton Heuvelmans.

De Arbeiderspers 320 blz. ƒ45,-

Michael Ignatieff: Virtual war, Kosovo and beyond. Chatto and Windus, 249 blz. ƒ55,35

Simon Winchester: The fracture zone, a return to the Balkans. Harper Collins Publishers, 255 blz. ƒ58,65