Tweede Kamer tegen Hermans over beurs

Ondanks het verzet van minister Hermans (Onderwijs) houdt de Tweede Kamer vast aan haar standpunt dat de aanvullende beurs voor studenten omgezet moet worden in een gift. Ook als zij niet op tijd afstuderen. Dinsdag wordt daarover gestemd.

Gisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer bleek dat PvdA, CDA, D66, Groenlinks en SP zich niet door de minister lieten overtuigen. Studenten met minder draagkrachtige ouders kunnen een aanvullende beurs krijgen. Deze beurs valt net als de basisbeurs onder het `prestatieregime': studenten die niet binnen de vastgestelde tijd afstuderen, moeten de beurs terugbetalen.

De Kamer vindt dat onrechtvaardig. Om te voorkomen dat studenten met minder draagkrachtige ouders een hogere studieschuld kunnen oplopen dan hun rijkere studiegenoten, moet de aanvullende beurs een gift worden. Dit kost echter ruim 900 miljoen gulden, hield Hermans de Kamer voor. Dat geld wil hij liever besteden aan meer vijfjarige opleidingen, een goede OV-jaarkaart en meer computers op scholen of een verhoging van de basisbeurs.

Volgens de Kamer kan het goedkoper: de aanvullende beurs wordt toch als lening verstrekt, maar kwijtgescholden als een student niet op tijd afstudeert. Een lening drukt namelijk niet op de begroting. Volgens de Kamer is de minister dan ongeveer 40 miljoen gulden per jaar kwijt. Hermans voelt niets voor dat idee en heeft de Kamer `sterk ontraden' dinsdag voor het amendement te stemmen.