Serviërs eruit, NAVO erin

Precies een jaar geleden begon de NAVO een bombardementscampagne om de Serviërs uit Kosovo te verdrijven. Over de uitkomst van de interventie bestaat verschil van mening. Analyses van een zenuwenoorlog.

Een auteursfoto staat in de regel op postzegelformaat op de achterflap van een boek. Niet bij Rob de Wijk: hij kijkt de lezer vanaf het voorblad van zijn boek pienter in de ogen. Een autobiografie, denk je dan. Maar nee, Pyrrus in Kosovo gaat over de luchtoorlog tegen Joegoslavië in de lente van 1999. Defensiespecialist De Wijk werd vorig jaar een bekende Nederlander door zijn dagelijkse tv-commentaar op het verloop van de strijd, in Nova. Vandaar.

Pyrrus in Kosovo is een reconstructie van de eerste oorlog die de NAVO in haar 50-jarige bestaan voerde. Het werd een frustrerende oefening in `asymetrische oorlogsvoering' tussen twee ongelijke opponenten, een zenuwenoorlog van 78 dagen. Hoewel het westen de campagne zo snel mogelijk wil vergeten, biedt Operatie Allied Force interessante lessen. Veel meer dan de Golfoorlog, die op een biljartlaken werd uitgevochten tegen een domme tegenstander. Miloševic op de knieën dwingen bleek lastiger binnen de beperkingen die het Westen zichzelf oplegde. Wel leed de NAVO nauwelijks verliezen. Dat is gunstig, maar wekt ook onrealistische verwachtingen.

In zijn boek toont De Wijk zowel zijn kracht als zijn beperkingen. Pyrrus in Kosovo biedt een handzaam overzicht van de Kosovo-oorlog. Waar het de NAVO betreft, levert De Wijk boeiende details over het verloop van de strijd. Wat betreft de Balkan schiet zijn kennis soms tekort of verzwijgt hij feiten die niet in zijn kraam te pas komen. Ook bevat het boek een aantal boude beweringen die op flinterdun bewijs steunen.

Catastrofe

De Wijks kritiek op de NAVO is over de hele linie terecht. De NAVO struikelde een oorlog binnen zonder visie, plan of alternatieve opties. Opperbevelhebber Wesley Clark rekende op een campagne van hooguit vijf dagen. Met de reactie van Miloševic – een humanitaire catastrofe creëren door honderdduizenden Kosovo-Albanezen de grens over te jagen – hield niemand rekening. Om concessies af te dwingen werden de aanvallen stapsgewijs opgevoerd; daardoor werden ze voorspelbaar en ineffectief. De militaire doelen werden niet gehaald. In plaats daarvan goochelde de NAVO wanhopig met statistieken. De inzet van landstrijdkrachten werd expliciet uitgesloten, zodat Miloševic kon denken dat het offensief wel zou overwaaien. Om de druk op de ketel te houden, trakteerde de NAVO de Serviërs op terreur-light, door stroomcentrales met grafietbommen tijdelijk onklaar te maken.

Allemaal waar, maar ook verklaarbaar. Had de NAVO in maart 1999 wel rekening gehouden met langdurige bombardementen, een grondoorlog, bodybags en een humanitaire catastrofe, dan was er onder de lidstaten nooit een consensus gekomen over de noodzaak tot actie. Het door De Wijk verfoeide `wensdenken' van de NAVO was juist een essentiële voorwaarde om de aanval op Joegoslavië te kunnen openen. De Wijk ziet dat in, maar meldt het heel kort.

De Wijk besteedt veel aandacht aan de vraag waarom Miloševic begin juni alsnog verrassend snel door de knieën ging. Hier valt te kiezen uit vele mogelijkheden. NAVO-piloten begonnen eind mei succes te boeken tegen de Servische troepen, het gevolg van beter weer en een heropleving van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Dat dwong de Serviërs hun troepen te concentreren, waardoor de NAVO eindelijk de gewenste `doelwitrijke omgeving' aantrof. Een tweede verklaring luidt dat Miloševic inbond omdat hij wist dat de NAVO op het punt stond te beslissen over de inzet van landstrijdkrachten. De Wijk verwerpt dit motief. Hij merkt terecht op dat een invasie pas drie maanden na zo'n besluit mogelijk was, en dat Miloševic alle reden had om eerst te kijken of het debat de NAVO niet zou splijten. Waar De Wijk geen rekening mee houdt, is dat in Servische ogen de landoorlog niet per se hoefde te beginnen met een massieve invasie zoals Desert Storm. De Servische troepen in Kosovo hadden al veel eerder in het nauw kunnen raken door kleinere aanvallen van het UÇK en speciale NAVO-eenheden. Daartegen kon men zich slecht verweren, omdat elke Servische troepenconcentratie van de kaart zou worden geveegd door de luchtvloot van de NAVO.

Een derde verklaring is het wegvallen van de Russische steun. Washington en Moskou bereikten eind mei overeenstemming over beëindiging van de oorlog. Moskou maakte Miloševic daarna duidelijk dat hij moest inbinden. Tenslotte is er nog de – door De Wijk summier aangestipte – theorie van de Amerikaanse havik Zbigniew Brzezinski, die Russisch dubbelspel vermoedt. Rusland zou met Belgrado stiekem zijn overeengekomen vlak voor de intocht van de NAVO Kosovo binnen te vallen en een Russische sector in het noorden te bezetten. Dat kon dan later op een deling van Kosovo uitlopen. Roemenië en Bulgarije zouden dit plan hebben doorkruisd door hun luchtruim te sluiten voor Russische luchtlandingstroepen.

Tapijtbombardementen

De Wijk wijt de ommezwaai van Miloševic uiteindelijk aan twee factoren: het verlies van Russische steun en de dreiging van Amerikaanse B-52 bommenwerpers. Die laatste bewering is opvallend. Aanleiding voor De Wijks theorie is de raadselachtige B-52 aanval van 7 juni op Servische troepen bij de berg Paštrik. De B-52's legden een verwoestend bommentapijt, zo heette het. De NAVO meldde twee Servische bataljons te hebben `verpulverd'. Alistair Campbell, de Britse spin doctor die aan de NAVO-voorlichting was toegevoegd, stond erop de aanval als een kentering te presenteren. NAVO-woordvoerder Jamie Shea weigerde, en die dag voerde daarom een ander het woord. Achteraf werd weinig schade geconstateerd op de flanken van de berg Paštrik.

De Wijk stelt nu dat de B-52's die dag geen enkele bom lieten vallen bij Paštrik, maar intimiderend richting Belgrado vlogen. Daarmee wilden de Amerikanen Miloševic doen geloven dat ze bereid waren tapijtbombardementen te leggen op stedelijke en industriële centra in Joegoslavië. Miloševic zou vervolgens eieren voor zijn geld hebben gekozen. Dat is een weinig geloofwaardig scenario. Bronnen rond Miloševic fluisteren dat de eenzame dictator gedurende de Kosovo-crisis zijn greep op de realiteit verloor naarmate hij zijn greep op de whiskyfles verstevigde. Toch is het moeilijk te geloven dat deze meester-tacticus waarde hechtte aan dit soort Amerikaanse bluf. Miloševic kende de beduchtheid binnen de NAVO voor Servische burgerslachtoffers en maakte daarvan handig gebruik. Waarom zou Miloševic dan hebben geloofd dat de Amerikanen terreurbombardementen aandurfden? En waarom zou hij dat hebben gevreesd? Het toch al wankele draagvlak onder Operatie Allied Force in het westen zou razendsnel zijn weggeslagen.

Over de Serviërs doet De Wijk meer dubieuze beweringen. Zo stelt hij dat er geen bewijs is voor `planmatige etnische zuiveringen' in Kosovo. De stroom van 860.000 Albanese vluchtelingen zou een gevolg zijn geweest van militaire operaties tegen de UÇK-guerrilla op het platteland. Het afmarcheren en over de grens zetten van complete Albanese wijken in de steden Pec, Djakovica, Priština, Mitrovica en Prizren laat De Wijk onvermeld. Wel schrijft hij dat de Albanezen er veel warmer bijzaten dan de pers indertijd toonde. Geen boerenkarren, maar BMW's en Mercedessen. `Is de bevolking zieliger voorgesteld dan zij was?' Zo'n vraag stellen is hem beantwoorden. Deze op een eenmalig bliksembezoekje aan Kosovo gebaseerde observaties zijn goedkoop en irrelevant.

De Wijk meent bovendien dat het moreel van de Servische bevolking en troepen onaangetast bleef. Dat is onjuist. De luidruchtige boosheid van de Serviërs maakte gaandeweg plaats voor apathie en pessimisme. Het gesloten politieke front in Belgrado scheurde al eind april met de desertie van de voormalige oppositieleider Vuk Draskovic. Bovendien waren er signalen van groeiende onenigheid binnen de militaire top. De Wijk beschouwt dat als NAVO-propaganda en negeert aanwijzingen dat het Servische moreel wel degelijk averij opliep. Zo deserteerden eind mei duizend Servische reservisten in gekaapte bussen omdat ze zich niet `als vogeltjes wilden laten afschieten'. Miloševic durfde niet in te grijpen.

De Wijk maakt hiermee zijn stelling aannemelijk dat de oorlog geen winnaars kende. Begin juni was er sprake van een patstelling. Joegoslavië capituleerde niet, het sloot een deal met de NAVO. Dat woord `deal' herhaalt De Wijk vaak, alsof het een vies woord is. Ten onrechte, want het westen was altijd uit op een `deal'. Het probleem was dat Miloševic niet wilde onderhandelen, tot de Russen dat in mei voor hem deden. Het is waar dat Miloševic daardoor op enkele punten een beter akkoord kreeg dan voor de oorlog, in Rambouillet. Kosovo kwam in handen van de VN, zodat Rusland en China via de Veiligheidsraad invloed konden uitoefenen. Maar op andere punten was het akkoord ongunstiger. Zo moesten alle Servische troepen Kosovo verlaten, terwijl volgens Rambouillet 1.500 man mochten achterblijven.

Mentale acrobatiek

De NAVO moest een oorspronkelijk doel (een eind maken aan de humanitaire tragedie) al na een week laten varen. Het einddoel (een autonoom, multi-etnisch, democratisch Kosovo) lijkt verder weg dan ooit. Toch neemt dat niet weg dat de directe oorlogsdoelen gewoon werden bereikt. Die werden bondig samengevat door Clintons adviseur Sandy Berger: `De Serviërs eruit, de NAVO erin, de Albanezen terug.' Aldus gebeurde. Het vereist ijzingwekkende mentale acrobatiek om deze uitkomst voor Miloševic als bevredigend te zien.

In zijn conclusie stelt De Wijk dat het Westen bij zoiets idealistisch als een humanitaire interventie vervalt in risicomijdend gedrag en `aanmodderen'. Toch wil hij militair optreden in zulke gevallen niet uitsluiten. Wel bepleit hij een nog beperktere inzet van middelen. Inzake Kosovo: bombarderen, pauzes inlassen voor diplomatie en, mocht dat niets opleveren, verder bombarderen. Dat alternatief is gespeend van realiteitszin. De NAVO is een veelkoppig monster dat extreem moeilijk in beweging komt. Tijdens de Kosovo-crisis wist iedereen in Brussel dat een gevechtspauze gelijk zou staan aan opgeven.

In zijn kritiek op het `humanitaire imperialisme' van de NAVO lijkt De Wijk soms de woordvoerder van het Chinese politburo. `Waarden en normen zoals religieuze tolerantie, democratie, rechtsorde, respect voor individuele rechten van de mens en aandacht voor zwakkere groepen en minderheden' zijn `typisch westers', schrijft hij. Dat is nogal beledigend voor de rest van de wereld. Pyrrus in Kosovo wordt helaas te vaak verontreinigd door dit soort goedkope opinies.

Rob de Wijk: Pyrrus in Kosovo. Hoe het Westen de oorlog niet kon winnen en zelfs bijna verloor. Mets en Schild, 256 blz. ƒ34,90