Salomé en de kunst van het weglaten

Met haar blonde, strak achterovergekamde haar is Salomé een harde schoonheid, eerder Germaans dan Oriëntaals. Ook de paleisvijver waar zij zich omheen beweegt, is koel en gevaarlijk. Het water komt slechts tot de enkels, maar een roekeloze Syriër die zich erin waagt, vindt de dood. Krokodillen?

Regisseur Jules Terlingen, die Salomé ensceneert voor toneelgroep De Appel, zet het Bijbelse drama van Oscar Wilde in een prachtig sober decor van zakelijk antraciet. Alleen Salomé's ouders zijn uitbundig uitgedost. Zij draagt een profane mijter en een gouden lijfje met namaakborsten; hij draagt een meterslange roze mantel en een bos rozen op het hoofd.

Prinses Salomé danst voor haar stiefvader Herodes en eist als beloning het hoofd van Johannes de Doper, omdat de profeet haar verleiding weerstond.

Oscar Wilde nam het verhaal uit het Evangelie van Marcus en zette het naar zijn decadente hand: lust, doodsdrift, een orgie van seks en geweld om de verveling te verdrijven.Voor de taal ontleende hij veel aan het Bijbelse Hooglied, met zijn mooie doch merkwaardige vergelijkingen: ,,Uw voetjes zijn als witte duiven''. Te lachen valt er niet zoveel, al stopte Wilde er ook wat van zijn vermaarde oneliners in: ,,Ik heb teveel wonderen gezien om er in te geloven.''

De acteurs van De Appel spelen dit keer terloops, bijna gewoon. Dat detoneert aardig met hun excentrieke rollen. Robert Prager, als Herodes, en Carline Brouwer, als zijn vrouw Herodias, hebben een lekker verveelde zeurstem en een hangerige houding.

Mirjam Stolwijk als Salomé houdt zich gedeisd als een verveeld, boos pubermeisjes, totdat ze zich voor de verleiding van Johannes helemaal laat gaan, uit haar jasje kronkelend van geilheid. Haar hoofd blijft hard, maar haar zachte buik draait zeer opwindend. Herodes en Salomé zijn aan elkaar gewaagd. Ze zijn allebei gewend om alles te krijgen wat ze willen. Herodes wil Salomé hebben, de verwende prinses wil Johannes hebben, dood of levend. Wilde laat dood en seks samenvloeien als Salomé de koude lippen van het ontlijfde hoofd kust.

Die kus krijgen we bij De Appel niet te zien. Johannes de Doper wordt dit keer zelfs niet onthoofd. Ook Salomé's vermaarde Dans met de Zeven Sluiers wordt ons onthouden. Terlingen houdt van suggestie. Op zich werkt dat goed. Door het weglaten bouwt hij veel spanning op. De geladen stiltes benadrukken in wat voor een gevaarlijke omgeving we ons bevinden, waar heersers willekeurig levens nemen.

Niet alleen Johannes' hoofd wordt ons onthouden, zijn hele rol heeft Terlingen geschrapt. Dat is jammer, het wrede verhaal kreeg juist diepte door Johannes' rechtlijnige donderpreken tegen de goddelozen, de vrouwen, de duivelse hoeren. De confrontatie tussen de seksprinses en de woestijnfilosoof, vlees tegen geest, was nu juist zo belangrijk. Zonder het commentaar van Johannes wordt het machtsspelletje tussen Herodes en Salomé wat plat. Consequent is het wel.

Iedereen heeft het steeds over De Doper, maar zelf is hij er niet. De fascinatie, de angst en het ontzag voor hem blijven abstract. Terlingens' suggestieve aanpak past ook mooi in de decadente traditie: kijken, kijken, en de rest erbij denken.

Voorstelling: Salomé door De Appel. Tekst: Oscar Wilde. Regie: Jules Terlingen. Gezien: 23/3 Appeltheater Den Haag. Aldaar t/m 22/4. Inl. (070) 350 22 00. Internet: www.toneelgroepdeappel.nl.