PvdA wil Peper snel vergeten

In het Rotterdamse raadsdebat over het COR-rapport figureerde oud-burgemeester Peper gisteren als boeman en spiegel tegelijk. De zonnekoning werd definitief van de gemeentepolitiek gescheiden.

Anderhalf jaar geleden nam Rotterdam met een groots feest in De Doelen afscheid van Bram Peper, de burgemeester die toen al een half jaar minister van Binnenlandse Zaken was. Er werden mooie woorden gesproken en cadeau's gewisseld. Het geschenk voor Peper – dat bekostigd zou worden uit bijdragen van burgers op zijn feest – moet nog komen, evenals de fraaie foto van kunstfotograaf Thomas Struth uit Düsseldorf die in het stadhuis zou worden opgehangen, want die is nog niet gemaakt.

Gisteren nam politiek Rotterdam nog eens afscheid van Peper. Niet met mooie woorden – dat was niet te verwachten na het vernietigende rapport van de raadscommissie die de bestuursuitgaven van Peper en ex-wethouders in de jaren 1986-1998 onderzocht. Maar ook niet met veel woorden: het debat ging eigenlijk al niet meer over Peper, nog minder over het COR-rapport, maar over Simons en andere zittende wethouders. Over Peper leek alles al te zijn gezegd, en voor zover er over de oud-burgemeester iets werd opgemerkt, gebeurde dat in korte, krachtige bewoordingen, ook van zijn eigen partij. ,,Aan de Maas is geen plaats voor een zonnekoning'', merkte PvdA-fractieleider P. van Dijk op.

Hiermee vergeleken was de manier waarop de PvdA omging met de eigen voorman in college van B en W, loco-burgemeester Hans Simons, opvallend omzichtig. Volgens het vorige week gepubliceerde rapport had hij ongeveer 17.000 gulden aan uitgaven niet kunnen verantwoorden. Echt lastig kreeg Simons, die gisteravond niet bij het debat aanwezig was, het daarmee niet. Oppervlakkig gezien leek de PvdA dan ook te hebben gekozen voor een dans op het politieke lijk van Peper, om op die manier Simons in de luwte te kunnen houden.

Toch is dat geen bevredigende verklaring. De omzichtigheid van de PvdA had veel meer te maken met onzekerheid in PvdA-kring over Simons privésituatie. De oud-staatssecretaris zit al enige tijd overspannen thuis, en ook gisteren weer buitelden geruchten over elkaar heen over een aanstaand vertrek. Daarnaast is er, opgaande op het rapport van de Rotterdamse onderzoekscommissie, een aanmerkelijk verschil tussen Simons en Peper. De KPMG-accountants die in opdracht van de raadscommissie 800.000 kostenposten in die periode onderzochten, stuitten op enkele tonnen aan uitgaven die ze niet kon duiden. Daarover zei PvdA-fractieleider Van Dijk gisteren: ,,Of van deze berg bedenkelijke gegevens uiteindelijk nog tien, twintig of tachtig procent van een aannemelijke verklaring kan worden voorzien, zal aan ons oordeel niets veranderen.'' Bij Simons ging het om een kleiner bedrag, waarover hij gisteren en woensdag ook nog eens het meeste alsnog kon verantwoorden en waarmee KPMG akkoord ging.

Toch was Peper voor de PvdA gisteren niet alleen een boeman, maar ook een spiegel. Van Dijk erkende gisteravond dat Peper zich jarenlang als burgemeester wel als een zonnekoning kon gedragen, omdat hij niet door zijn partij en evenmin door andere partijen in de gemeenteraad tot verantwoording was geroepen. Daarvoor past ons het boetekleed, erkende Van Dijk. Peper rekende het tot zijn `beleidsdiscretie' besluiten te nemen over reizen, wijze van declareren, het meereizen van partners en zelfs het negeren van college-besluiten zoals hem dat goed dunkte. De PvdA liet Peper begaan. Zelfs de robuuste wethouder Hans Kombrink zweeg in B en W, zo erkent hij in het COR-rapport, want de verhoudingen in het college waren al zo gespannen.

Hiermee eindigde de politieke introspectie van de PvdA. De sociaal-democraten ontkenden dat er, mede door de politieke mono-cultuur op het stadhuis, een cultuur van `graaien en snaaien' was ontstaan. In het debat over het COR-rapport werden veel woorden besteed aan integriteit, aan vertrouwen in het openbaar bestuur. En over verantwoording afleggen `dat moet je willen', citeerde PvdA-wethouder Els Kuijper haar partijgenoot Ien Dales, oud-minister van Binnenlandse Zaken, die benchmarks voor `bestuurlijke zuiverheid' heeft opgesteld. En er werd uitdrukkelijk vastgesteld dat er in Rotterdam niet zo'n graai-cultuur bestond. En Nico Janssens, fractieleider van de VVD, was wel zo vriendelijk om te zeggen aan de Rotterdamse bestuurscultuur niet alleen de PvdA de schuld heeft.

Maar in de Rotterdamse trams en café's wordt geen subtiel onderscheid gemaakt tussen de invloed van de gevallen zonnekoning en de gemeentepolitiek in het algemeen. Aan de Coolsingel zijn het allemaal zakkenvullers is de mening in de stad die de `verkeerde lijstjes' aanvoert. Daaronder is ook het lijstje van de lage opkomst 49 procent van de stemgerechtigden bij de laatste verkiezingen. Het vertrouwen in het openbaar bestuur lijkt nu op een dieptepunt te zijn beland. Als grootste partij die het Rotterdamse stadsbestuur decennia domineerde, en die Peper zijn gang liet gaan, staat de PvdA voor de opgave het vertrouwen in de politiek te herstellen. De partij wil Peper liefst zo snel mogelijk vergeten. Of de kiezers dat ook doen, zal over twee jaar bij de raadsverkiezingen blijken.