Pensioengelden matig belegd

De beheerders van Nederlandse pensioengelden zijn slechtere beleggers in aandelen dan je zou mogen verwachten. Een aanzienlijk aantal blijft achter bij de stijging van de beursgraadmeter, al is er de afgelopen jaren wel sprake van een verbetering.

Dat concludeert M. Schweitzer in een proefschrift over de financiële prestaties van professionele beleggers, zoals pensioenfondsen en beleggingsfondsen, waarop hij afgelopen week is gepromoveerd aan de Universiteit van Maastricht.

Het onderzoek van Schweitzer komt op het moment dat aandelen de belangrijkste belegging van pensioenfondsen zijn geworden. Eind vorig jaar hadden de pensioenfondsen net iets meer dan de helft van hun vermogen van 966 miljard gulden belegd in aandelen van (inter)nationale bedrijven.

Schweitzer heeft geen duidelijke verklaring voor de achterblijvende rendementen, gezien de verwachting dat pensioenbeheerders in elk geval de beursgraadmeters kunnen volgen.

Hij doet geen uitspraken over de verdeling van de pensioengelden over de verschillende beleggingsvormen, zoals aandelen, effecten met vaste rente en vastgoed. Deze zogeheten asset allocatie geldt als de belangrijkste verklaring voor het totale rendement van een pensioenfonds. De fondsen haalden de afgelopen vijf jaar rendement van meer dan 10 procent per jaar.

Hij heeft bij de analyse van de aandelenbeleggingen gebruik gemaakt van gegevens van het financiële adviesbureau WM Company van een groot aantal pensioenfondsen over de periode 1986-1997 en gegevens op kwartaalbasis van 45 pensioenfondsen over de periode 1993-1997.