Op weg naar de jaren nul

Vermoorde onschuld. Niet als spreekwoordelijke uitvlucht, maar echte onschuld die ook echt wordt vermoord, dat is het thema van de debuutroman van de 21-jarige Thomas van Aalten. Het geleidelijke verlies van onschuldigheid is een drama dat ieder mens en in het bijzonder iedere puber overkomt, zo ook de hoofdpersoon van Sneeuwbeeld, Eric. Maar in zijn geval draait het erop uit dat hij met geweld wordt beroofd van wat hem heilig is.

Als kind groeit Eric beschermd op in een buitenwijk, tussen zijn vader, moeder en tien jaar oudere broer Olivier. Aanvankelijk lijkt er weinig uitzonderlijks aan de manier waarop hij met vallen en opstaan, laverend tussen onschuld en medeplichtigheid, groot wordt. Op zolder programmeert hij computerspelletjes waarin hij zijn verafschuwde oma ombrengt en wordt hij geconfronteerd met de jongenshoeren van zijn broer, maar tegelijkertijd is hij als de dood dat zijn moeder zijn eerste erectie opmerkt en dolblij als zij op het naaktstrand haar zwempak aanhoudt, omdat hij haar borsten niet wil zien.

Niets bijzonders aan de hand dus, tot hij zijn HAVO-diploma haalt. Dan moet hij keuzes maken, volwassen zijn, en dat wil hij niet. Volwassenheid, zo heeft hij inmiddels begrepen, is corrumperend en de enige manier om daaraan te ontkomen is kind blijven, voor altijd onschuldig. Die mogelijkheid wordt hem echter niet gegund. Hoe hij ook zijn best doet afzijdig te blijven van alles wat hem kan bezoedelen of besmetten, Erics onschuld wordt hem afgenomen. Minutieus schetst Van Aalten hoe die misdaad wordt voorbereid: door gestoorde volwassenen, geflipte vrienden, een Kaïn-achtige broer en een grauwe tijdgeest. Sneeuwbeeld – denk aan een tv-of computerscherm – is een doemscenario, gesitueerd aan het einde van het millennium. Eric is de hele roman gedurende een ijskoude winter `op weg naar de jaren nul'.

Of hij ze zal halen, die jaren, doet nauwelijks ter zake, want zoals al uit de naargeestige omschrijving van deze toekomstige periode blijkt, valt er niet bijster veel van te verwachten. Voor Eric niet, noch voor zijn tijdens een vechtpartij gecastreerde broer en hun in een gekkenhuis opgenomen moeder. Misschien is er toekomst voor Erics oppervlakkige vader, als eigenaar van een softwarebedrijf `een van de rijkste directeuren van Nederland', die er met een veel jongere vrouw vandoor is. Hoop is er vast ook voor Lucibelle, een soapsterretje dat even gemakkelijk Erics leven binnenzeilt als zij er weer uit verdwijnt, op jacht naar goedkope roem.

Sneeuwbeeld lijkt in de verte op Arnon Grunbergs Blauwe Maandagen, al was het maar wegens de jeugdige leeftijd van de auteur en de onthechtheid van zijn post-puberale protagonist – maar dan zonder het hilarische dat Grunbergs debuut naast alle tragiek kenmerkte. Eric is niet op zoek naar kicks, al krijgt hij die in de vorm van een paar bijna-doodervaringen ongevraagd toegediend. Alles wat hij wil, is een geordend leven, met geld voor de huur van zijn schamele woning waar hij Suske & Wiskes leest en tv kijkt onder het genot van een pepsi. `De volstrekte zinloosheid, het verkopen van ellende en ongeluk, dat is iets wat me fascineert', ontdekt hij bij het zien van `losgerukte lijken' die van het tv-scherm spatten bij `dezelfde omroepen die (....) ook praatprogramma's maken over zinloos geweld.'

Van deze nogal clichématig op het tapijt gebrachte `volstrekte zinloosheid' krijgt Eric zijn portie in overvloed: een schooldiploma dat nergens toe opleidt, een baantje zonder vooruitzichten, zijn psychotische moeder in het gekkenhuis, zijn vader een geprogrammeerde computerrobot, een vriendin met alleen een buitenkant, een vriend die hem bijna doodrijdt en een broer zonder ballen. De leegte die hem `fascineert' vindt hij in winkelcentra of andere nieuwbouw en in naargeestige jaren 80-muziek over eenzaamheid, aids, drugs en dood. Zinloos geweld overkomt hem in twee ijzersterk beschreven scènes die aan het einde van de roman op een noodlottige manier in elkaar grijpen.

Erics jeugd is gestempeld door het verdriet van zijn ouders om zijn broer Olivier, wiens testikels aan gort zijn getrapt door een Turkse jongen die hij het leven zuur had gemaakt. Eigen schuld. In een louche homobar op de Wallen in Amsterdam waar Eric bij toeval terechtkomt, treft hij zijn broer op een zogenaamde `barebackparty' voor mensen die aan aids lijden of willen lijden. Sinds Olivier via Internet iemand heeft gevonden om hem te besmetten, zijn zulke uitspattingen zijn enige toevlucht. `Eric', zegt hij, om zich hiervoor te excuseren, `ik heb geen ballen meer. Dus ik breng de ziekte niet over door seksueel contact. Ja, of met een bek vol wonden een puslul aflebberen natuurlijk'.

Dit is het gruwelijkste zinnetje uit Sneeuwbeeld, omdat de lezer inmiddels door een vooruitblik weet dat Eric tot een dergelijk aflebberen gedwongen zal worden, als hij, op weg naar zijn moeder in het gekkenhuis, door een idioot met een mes wordt overweldigd. Zijn onschuld wordt verkracht, zijn lichaam mogelijk opgeofferd aan aids en of dat allemaal nog niet symbolisch genoeg is, moet hij ook nog aan een kruis hangen – een beetje veel van het erge.

De kruisigingsscène (een te vette onderstreping van de associatie met Jezus als de vermoorde onschuld) is een onderdeel van de bizarre ontknoping van het verhaal. Eric is getuige van de ziekelijke misdadigheid van Olivier. Hij stapt in een horrorfilm waarvan we niet kunnen vaststellen of hij `echt' is of ontsproten aan Erics – in eigen ogen – erfelijk belaste paranoïde brein.

Wel vast te stellen is dat Sneeuwbeeld als debuut verrast. Thomas van Aalten creëert een geheel eigen, afschrikwekkend universum, waarin leegte en angst voor leegte beeldend zijn vormgegeven. Soms drukt hij zich wat onhandig uit, bijvoorbeeld als hij het over `zoenen met tongen' heeft, over een `sektarisch plein', een `moeder in kruistocht' en meisjes waar hij niet verliefd op kon worden omdat het `als een soort gemiste zusjes waren'. Maar dat zijn slordigheidjes, waar veel tegenover staat. Observaties, stemmingsbeelden en dialogen zijn sober en krachtig opgeschreven. Bovendien vertelt Van Aalten een goed gestructureerd verhaal met een plot. Wat hij te zeggen heeft is pijnlijk en keihard, maar overtuigend. Als dit debuut model staat voor de literatuur van een nieuwe generatie, kunnen we de jaren nul met enig vertrouwen tegemoet zien.

Thomas van Aalten: Sneeuwbeeld.

Podium, 173 blz. ƒ29,50