`Onderhoudsbeurt' hard nodig in zorg

De VVD kwam gisteren met de discussienota `Kiezen voor Zorg'; een pleidooi voor liberalisering van de zorgsector.

Ziekenhuizen, verpleeghuizen en inrichtingen moeten meer op eigen benen staan: de overheid zou niet langer moeten vaststellen wie welke hulp mag verlenen, en hoeveel. Er moet dus fors worden gesnoeid in de talrijke wetten en regelingen. En om de `klanten' weer wat te kiezen geven, zouden meer hulpverleners moeten worden toegelaten.

Het lijken op het eerste oog vanzelfsprekendheden, maar om ze te realiseren heeft de zorgsector dringend een `grote onderhoudsbeurt' nodig, vindt het Tweede-Kamerlid A.M. van Blerck-Woerdman (VVD). Zij is een van de opstellers van de discussienota Kiezen voor Keuze die haar partij gisteren publiceerde.

De overheid moet af van de neiging alles in de zorgsector te willen regelen, en de kosten in de hand te willen houden door het aanbod schaars te maken. Die methode heeft lang goed gewerkt, maar heeft intussen ook tot verstarring en onevenwichtigheid geleid, meent Van Blerck.

Overigens betekent minder regelgeving niet dat de overheid geen cruciale functie heeft: zij blijft verantwoordelijk voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, en voor het overeind houden van de solidariteit tussen jong en oud, ziek en gezond. ,,Voor de VVD staat die solidariteit, anders dan wel eens wordt beweerd, voorop. Maar dan wel in de vorm van: vrijheid waar mogelijk en bescherming waar nodig.''

De `grote onderhoudsbeurt' van de VVD beoogt onder meer uitdunning van het hulppakket waar de burger zijn AWBZ-premie (10,25 procent) voor betaalt. Van Blerck vindt dat de AWBZ, bedoeld als verzekering van kosten die elders niet verzekerbaar zijn, zoals de gehandicaptenzorg, die functie weer terug moet krijgen. Er zijn de afgelopen jaren tal van zaken aan het pakket toegevoegd die er eigenlijk niet in thuis horen, zoals thuiszorg. Die kan heel goed elders worden verzekerd. Dan komt er binnen de AWBZ meer (financiële) ruimte voor onder meer verpleeghuishulp en ouderenzorg.

Ook bij de uitvoering van de AWBZ moeten de verzekeraars volgens de liberalen een centrale rol krijgen. Zij kopen de zorg in en bepalen daarmee over hoeveel geld de inrichtingen en instellingen kunnen beschikken. Het toelaten van meer zorgleveranciers maakt het verzekeraars mogelijk om te kiezen. Dat kan inrichtingen stimuleren meer rekening te houden met de wensen van hun klanten.

Voor veel hulpverleners in die sector zou dit een kleine revolutie betekenen. Maar toch trekt een ander deel van de nota meer aandacht: de basisverzekering. De VVD wil voor de financiering van onder meer de hulp van huisarts, ziekenhuis, apotheker en thuiszorg af van de ratjetoe aan verzekeringssoorten zoals ziekenfonds, ambtenarenverzekerering, `WTZ' en particuliere verzekering. Dit vervangt de VVD door een voor iedereen verplichte `basisverzekering'. De wordt deels geheven naar draagkracht (inkomen), maar grotendeels `nominaal' als vast bedrag waarvan de hoogte per verzekeraar kan verschillen.

De basisverzekering garandeert de verzekerde de levering van een minimumpakket aan noodzakelijke zorg. Hoe groot dat pakket is? Van Blerck: ,,Het zal in elk geval kleiner zijn dan het huidige ziekenfondspakket, al was het alleen maar om geld te hebben voor nieuwe ontwikkelingen. Hulp die erbuiten valt moet de patiënt zelf betalen. Of hij kan zich er afzonderlijk voor verzekeren.'' Met deze hulp mag de overheid zich niet bemoeien. Die heeft alleen op de kwaliteit ervan toe te zien.

Van Blerck weigert voorbeelden te geven van hulp die uit het collectieve pakket kan verdwijnen. ,,Als je dat doet weet je zeker dat de discussie zeker in de media alleen nog maar daarover gaat, in plaats van over de inrichting van het stelsel. We willen de discussie niet voeren over wat er uít het pakket kan, maar over wat er in elk geval in moet. Dat is al moeilijk genoeg.''

Intussen lijkt het alsof er binnen de paarse coalitie geleidelijk aan consensus ontstaat over de aanpassing van het zorgstelsel. Enige tijd terug zei minister Borst (Volksgezondheid, D66) te denken aan een basisverzekering met een gedeeltelijk nominale premie. Haar uitspraak werd door de PvdA meteen vreugdevol omarmd.

Maar het is nog maar de vraag of de drie partijen onder de basisverzekering hetzelfde verstaan. Van Blerck: ,,Ik ben ervan overtuigd dat mevrouw Borst een veel lagere nominale premie voor ogen heeft dan wij. Wij vinden dat die behoorlijk aan de maat moet zijn, om de verzekeraars onderling te kunnen laten concurreren.'' De PvdA is verdeeld. Een deel ziet `basisverzekering' als synoniem voor een brede volksverzekering. Anderen willen niets weten van een nominale premie. Maar er zijn er ook die al een eind op de `VVD-lijn' zitten.

Van Blerck gelooft dat ze het met de andere partijen, en ook met het CDA,over het toekomstige stelsel wel eens zal worden. ,,Het zal nog wel wat gesjor geven. Daarom is het goed dat we nu hebben vastgelegd hoe we dat vernieuwde stelsel graag zouden zien.''